nieuws

Vinex-kritiek als gezelschapsspel

bouwbreed Premium

amsterdam – De huidige Vinex-wijken zijn over twintig jaar aan herstructurering toe. Zo denkt men er in meerderheid over bij woningcorporaties, projectontwikkelaars en overheidsinstanties. Dat concludeerde het instituut Bouwkennis na een enquête, bedoeld voor een discussie op de BouwRai. Maar wat er voor deze wijken dan in het vat zal zitten, blijft vaag. De kritiek lijkt een gezelschapsspel.

De bedenkingen gaan alle kanten op; het is niet goed of het deugt niet. Laagbouw moet terrein prijsgeven aan hoogbouw, of hoogbouw aan laagbouw. Wijken moeten meer groen krijgen, of stedelijker worden, en liefst stedelijker én groener. Meer parkeerruimte is ook dringend gewenst. Of er moeten in plaats daarvan meer voorzieningen komen op loopafstand van de woning en beter openbaar vervoer, zodat de autobehoefte vanzelf afneemt.

Jan Fokkema, directeur van de vereniging van projectontwikkelaars Neprom, meent dat badinerende verhalen over Vinex-bouw vaak voortkomen uit een napraterij die weinig hout snijdt. “Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben we geen wijken gemaakt met zoveel kwaliteit”, geeft hij stevig tegengas. “Ik maak me over de toekomst helemaal geen zorgen.”

Vergeleken met nieuwbouwwijken uit de jaren vijftig, zestig, zeventig en tachtig ziet de Neprom-man juist veel variatie en bovendien een aanzienlijk betere bouwkundige kwaliteit. “Natuurlijk zijn er wat missers maar grosso modo is de kwaliteit heel goed.” Hij wijst ook op een recent rapport van het Ruimtelijk Planbureau waaruit naar voren komt dat de meeste bewoners heel tevreden zijn. “Nu lijkt het hier en daar misschien wat kaal maar de groenvoorzieningen zijn net aangelegd. Als de planten en bomen gegroeid zijn, ziet het er nog een stuk beter uit.”

Als woordvoerster van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten deelt Chantal van Dijk zijn optimisme. Zij roemt de hoge kwaliteit, die mede te danken is aan de strenge regels van het Bouwbesluit.

Niettemin blijkt de prijs-kwaliteitverhouding op de Vinex-markt te wringen, de laatste jaren. Vooral bij de appartementen. De woningen worden aangeboden tegen de veronderstelde marktprijs. Deze is meestal flink boven de bouwkosten vastgesteld. Uit de zodoende rijk gevulde winstruif, eten de gemeenten gretig mee dankzij de speciaal hiervoor bedachte residuele grondwaarde.

“Omdat er heel weinig grond onder zo�n woning zit, worden de vierkante meters heel duur gemaakt”, zegt Fokkema. Maar hoogbouw in een suburbane omgeving blijkt toch wat moeilijk te verkopen; er moet flink waar voor het geld wordt geboden.

De aan de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) gelieerde onderzoeksstichting Stawon concludeerde al in 2000 dat de hoge grondprijzen soms remmend werkten op de kwaliteit die kon worden gerealiseerd. Een klacht die sindsdien in toenemende mate klinkt. Fokkema kan erover meepraten: “In de stad verkoopt het misschien allemaal makkelijk, maar wat je in uitleggebieden aan appartementen aanbiedt, luistert heel precies.”

Architect Bjarne Mastenbroek van het Amsterdamse bureau SeARCH meent dat mensen hun voorkeur voor een grondgebonden huis best willen loslaten ten gunste van een appartement, als er maar meer ruimte en -kwaliteit wordt geboden. Dit kan omdat een meer stedelijke bouw goedkoper is, meent hij. In de dunbevolkte wijken is openbaar vervoer moeilijk te exploiteren en ook de kosten voor de weginfrastructuur, zowel in de wijk daarbuiten, lopen flink op.

Mastenbroek behoort tot de Vinex-critici: “In een goede woonomgeving is groen, en heb je natuurgebieden in de buurt. Maar in de Vinex-gebieden tref je die niet aan”, vindt hij. Zo ver als je kunt gaan, zie je slechts woningen, met minuscule tuintjes, en verder vooral wegen. Hij weet: al loop je er een dag, het hele gebied tussen de steden in de Randstad slibt vol met dezelfde landschappelijk weinig aantrekkelijke bouw.

Hij meent verder dat de zo geprezen variatie in bouw flink tegenvalt: “Alle woningen zijn van binnen ongeveer hetzelfde. Ze zijn te klein, er is te weinig parkeerruimte, de bergingen zijn te krap; kortom het is allemaal te miezerig.” Het probleem is volgens hem dat deze wijken “voorzien in een vraag naar ruim wonen maar tegelijkertijd niet de landelijke kwaliteit bieden die je daarbij verwacht”.

Stedelijker bouwen, met een hoge bewoningsdichtheid, voorzieningen op loopafstand en goed openbaar vervoer vormt het alternatief. Fokkema weet dat er onder woningzoekenden veel behoefte bestaat aan stedelijke woonmilieus. “Maar ik denk niet dat je die op de uitleglocaties moet realiseren. Misschien zal daar juist wat ruimer moeten worden gebouwd, en nog wat meer grondgebonden. Extra verdichting kan daarnaast plaatsvinden op meer stedelijke locaties.”

De voordelen van bouwen binnen de grenzen van de bestaande steden en dorpen lijken evident. “Op inbreidingslocaties is bij elkaar plaats voor de bouw van 500.000 woningen”, weet Mastenbroek. “Iedereen moet dan iets inschikken maar het resultaat is beter dan wanneer je wéér een weiland volbouwt. Het draagvlak voor voorzieningen neemt toe en je kunt gebruik maken van de bestaande infrastructuur; zo spaar je een hoop geld uit.”

Reageer op dit artikel