nieuws

Silhouet is gelijk aan monument

bouwbreed Premium

den haag – Bewaren van het Nederlands silhouet moet eenzelfde minutieuze aandacht krijgen als de zorgzaamheid die talloze historische monumentale objecten momenteel toevalt. Dat stelt professor Jo Coenen in zijn intreerede als hoogleraar restauratie aan de TU Delft.

De hoogleraar verduidelijkt in zijn intreerede een aantal van zijn observaties en constateringen over noodzakelijke veranderingen in het vakgebied. De aandacht die wordt gegeven aan talloze historische monumentale objecten zou ook moeten toevallen aan de talrijke interventies aan onze historische binnensteden en vergezichten, landschappen, dorps- en stadssilhouetten die dagelijks onder vuur liggen. De professor ziet hierdoor samenhangende en coherente plannen mislukken. De kunst van de versmelting is voor Coenen het startpunt het vakgebied te continueren en hier en daar om te vormen.

De reikwijdte van het vakgebied restaureren is volgens Coenen vast te stellen door simpelweg het waarnemen van de voortdurende veranderingen die zich in ons land voltrekken. Een aantal van zijn observaties heeft hij in zijn intreerede vastgelegd.

Transformaties

Tweederde van de komende bouwopgaven zal volgens Coenen bestaan uit transformaties. Dit betekent een ingrijpende verandering in het werkterrein van de architect en andere ruimtelijke ontwerpers. Een groot deel van de huidige architectuurstudenten zal niet op een architectenbureau komen te werken, maar op een bouwkundig uitwerkingsbureau emplooi vinden. De kloof tussen studie en praktijk tekent zich daarmee prominent af.

Coenen constateert ook dat sommigen binnen het vakgebied een tegenstelling zien tussen de nieuwbouw- en de restauratiearchitect; de eerstgenoemde zou superieur zijn aan de tweede. Deze tegenstelling komt echter niet overeen met de werkelijkheid, oordeelt hij. Ter illustratie van dit oordeel noemt hij het hergebruik van oude gebouwen zoals onder meer de Tate Galerie in Londen van de architecten Herzog en De Meuron en het Rijksmuseum in Amsterdam van Cruz & Ortiz.

Misschien wel de belangrijkste observatie betreft volgens Coenen de noodzaak tot verbreding van het werkveld restauratie zelf. Restauratie schiet nu zijn doel voorbij wanneer zij in hoofdzaak wordt vereenzelvigd met de minutieuze bemoeienis met het monument. Die aandacht moet worden verbreed, gezien de onvermijdelijke ontwikkeling naar hergebruik van oude gebouwen.

Het veelgeroemde silhouet van de Nederlandse steden is ingrijpend aan het verschieten, stelt Coenen vast. Zaltbommel noemt hij als aansprekend voorbeeld. Om de historische kern met zijn karakteristieke stompe kerktoren is daar in rap tempo, maar vrijwel ongemerkt, een maanlandschap van geluidsschermen, bedrijventerreinen en snelwegen ontstaan. Een aantasting die voor wat Coenen betreft even erg is als de aantasting van een enkelvoudig monument.

Reageer op dit artikel