nieuws

Rondetafelgesprek:We moeten elkaars taal leren spreken

bouwbreed Premium

den haag – Veel problemen rond prestatiecontracten ontstaan doordat opdrachtgevers en opdrachtnemers een andere taal spreken. Onduidelijkheid over risicos en verantwoordelijkheden is daarvan het gevolg. Juist op die punten heeft Bouwend Nederland gisteren in de Tweede Kamer verbetering bepleit.

In de praktijk hebben bouwbedrijven last van het gebrek aan duidelijke sturing binnen Rijkswaterstaat. Op topniveau worden voornemens uitgesproken die slechts mondjesmaat doorsijpelen naar lagere niveaus. En juist daar heeft de uitvoerende bouw mee te maken, zo was gisteren de boodschap tijdens een besloten rondetafelgesprek over prestatiecontracten in de Tweede Kamer.

Zo worden er centraal uniforme teksten opgesteld die decentraal op verschillende manieren worden toegepast, geïnterpreteerd en gehandhaafd. Daarbij worden ook risico�s onvoldoende duidelijk gemaakt en wordt geen duidelijkheid verschaft wie welke risico�s in welke mate draagt. “Zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers moeten leren elkaars taal te spreken en duidelijkheid hebben over elkaars verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden”, schrijft Bouwend Nederland-directeur Jan van Tuinen in een brief aan de Kamer.

Bouwend Nederland wil verder dat prestatiebestekken intensief worden begeleid om daaruit lering te trekken voor toekomstige contracten. Bovendien moet niet direct de sprong worden gemaakt naar complexere en in omvang groter wordende prestatiebestekken. Dat geeft de bouwsector de tijd mee te veranderen met de opdrachtgever.

In het gesprek met de Kamer heeft Bouwend Nederland de indruk weggenomen dat de wegenbouwers af willen van het hele systeem van verplichte weghuur bij wegenonderhoud, de zogeheten lane rental. Volgens Bouwend Nederland wordt lane rental “vrij goed toegepast” en gaan de wegenbouwers binnenkort met Rijkswaterstaat overleggen hoe er een paar scherpe kantjes van af kunnen worden gehaald.

De Tweede Kamer gaat minister Peijs (verkeer) op basis van het besloten overleg met de bouwsector schriftelijk nader aan de tand voelen over de werkwijze van Rijkswaterstaat. In mei komt het aan de orde tijdens het jaarlijkse overleg tussen Peijs en de Kamer over het jaarverslag van Rijkswaterstaat.

De Kamer is vooral bezorgd over het geluid dat kleine ondernemers in de problemen komen door de manier waarop Rijkswaterstaat het werk nu uitbesteed. Volgens PvdA-kamerlid Co Verdaas is het onvermijdelijk dat er bedrijven “omvallen” nu de rijksopdrachtgever voor een ander structuur bij aanbesteding heeft gekozen. “Maar het mag nooit de bedoeling zijn dat alle kleintjes om oneigenlijke redenen sneuvelen”, aldus het kamerlid. Hij vindt dat de kleinere bedrijven via combinaties alle kansen moeten krijgen in te schrijven en vraagt zich af of daar voldoende ruimte voor is.

Volgens de LPF en PvdA haken kleinere bedrijven af, omdat ze de eventuele risico�s niet aankunnen nemen. Het bevreemdt partijen ook dat Rijkswaterstaat de geïnteresseerde aannemers voorafgaand aan de inschrijving verplicht het grondonderzoek en de vergunningen op zich te nemen. “Dit kan betekenen dat tien verschillende aannemers hetzelfde werk doen om zich te kunnen inschrijven. Dat lijkt ons niet efficiënt, een verspilling”, aldus LPF�er Max Hermans.

Reageer op dit artikel