nieuws

Rekenprogrammas Amersteiger blijven ondoorgrondelijk

bouwbreed Premium

breda – Verstrekte de adviseur van steigerbouwer Albuko wel de werkelijke invoergegevens? En wat doet het door hem gebruikte rekenprogramma precies bij het maken van een tweede-ordeberekening? Die vragen bleven hangen tijdens de zesde zittingsdag in de rechtszaak naar het steigerongeval in de Amercentrale.

Het vuurwerk werd toch wat minder heftig dan vooraf gedacht. Twee constructeurs die in debat gaan over hun diametraal tegengestelde bevindingen over de steiger in de Amercentrale, dat beloofde spannend te worden. Adviseur dr.ir. Y. Willems van Albuko verontschuldigde zich dat hij amper een avond de tijd had gehad om de contra-expertise van TNO naar zijn eigen onderzoek te kunnen bestuderen.

Wat de stemming wellicht ook temperde, was dat de twee experts door een ongelukkige tafelschikking in de rechtszaal bijna letterlijk in elkaars armen werden gedreven. Samen moesten ze plaatsnemen achter een tafeltje waar eigenlijk maar plek was voor één. Dat maakte het gemakkelijk om collegiaal overleg te plegen als de juristen even ergens anders mee bezig waren. De twee constructeurs waren immers de enigen in de rechtszaal die elkaars taal goed verstonden. Toch haalde ir. P. de Winter van TNO Bouw nog af en toe stevig uit naar het onderzoek van zijn Vlaamse collega, die had berekend dat de steiger net zou blijven staan onder de ontwerplast. De Winter weet dat onder andere aan het feit dat hij de steigerplanken had gemodelleerd. En wel op zo�n manier dat de krachten netjes op de knooppunten van de steiger aangrepen en er dus helemaal geen buigingsmomenten op de constructie inwerkten. Dat zou de constructie in Willems� computer veel stijver maken dan in werkelijkheid.

Vreemd vond de TNO-onderzoeker ook dat een demonstratieversie van het eindige-elementenrekenmodel Strauss 7 dat Willems had gebruikt, niet eens een fatsoenlijke tweede-ordeberekening kon maken van een simpele staaf. Voor de zekerheid had TNO een Engels adviesbureau gevraagd hetzelfde te doen, dat tot dezelfde onmogelijke waarde kwam. Terwijl datzelfde bureau bij het doorrekenen van de steiger met Strauss 7 tot compleet andere conclusies kwam dan Willems. Het is dus meer dan alleen een kwestie van invoergegevens; het programma vraagt ook nog om andere instellingen, die de resultaten van een berekening sterk lijken te beïnvloeden.

Willems zegde toe nog te proberen de oorzaak daarvan bloot te leggen. Wel hamerde de Albuko-adviseur er nogmaals op dat niet per se elke constructie die bij een eerste-ordeberekening bezwijkt dat ook doet bij een tweede-ordeberekening. Er is een schemergebied en bij forensisch onderzoek, zoals dit, is het volgens hem van belang nadrukkelijk te onderzoeken of daar sprake van is. Zo kan immers precies worden vastgelegd waarom de steiger op 28 september 2003 met fatale gevolgen bezweek: door een ontwerpfout, te hoge belasting of het doorbuigen van de trogwand, waar hij op afsteunt?

De ontwerper van de steiger zal vandaag in elk geval niet voor de rechter verschijnen, zo maakte zijn advocaat duidelijk. Dit tot zichtbare ergenis van rechtbankvoorzitter R. van den Heuvel. Aangezien de ontwerper in België woont, kon de rechtbank hem niet op laten brengen.

Reageer op dit artikel