nieuws

Den Haag kan zich aan bodem warmen

bouwbreed Premium

den haag – Warmte uit de diepere aardlagen onder Den Haag is economisch en technisch haalbaar in te zetten voor de energievoorziening van de stad. Een te enthousiaste aanpak is echter niet verstandig. Te veel putten kunnen de warmtewinning namelijk ernstig verstoren.

Watervoerende lagen waaruit duurzaam warmte is te winnen bevinden zich in de Nederlandse bodem op een diepte van 500 meter tot 4 kilometer. Op deze diepten kan water met een temperatuur van 50 tot 120 graden Celsius worden gewonnen uit een productieput waaruit warm water kan worden onttrokken. Na warmtewisseling wordt het afgekoelde water via een injectieput vanuit hetzelfde punt op het maaiveld in de bodem teruggevoerd. Hierdoor blijft de druk in het onttrekkingsreservoir op peil. Warmtewinning vergt dus in de bodem een (natuurlijk) warmwaterreservoir met twee putten, een geheel dat �doublet� wordt genoemd. Zo�n geothermisch doublet vergt weinig plaats en veroorzaakt geen hinder of overlast voor de omgeving. Locaties met bestaande warmtedistributienetten (zoals het stadsverwarmingsnet van Den Haag) zijn interessant voor geothermie. De warmtevraag is hoog en de aansluitkosten op geothermie zijn gering omdat er al een distributienet is.

De geschiktheid van de bodem onder Den Haag voor het winnen van aardwarmte is aangetoond door een onderzoek van een initiatiefgroep onder penvoering van het Platform Geothermie. Twee zandpakketten zijn geschikt: de Onder-Germaanse Trias Groep op circa 3 tot 3,5 kilometer diepte met een temperatuur van 115 graden Celsius en het daarboven liggende Rijswijk Laagpakket op 2 kilometer met een temperatuur van zo�n 75 graden Celsius.

De opstellers van het rapport �Geothermie voor Den Haag� concluderen dat directe warmtelevering (via een warmtewisselaar) van een (ver)nieuwbouwwijk in Den Haag-Zuidwest in combinatie met een hogetemperatuurwarmtepomp als voorkeursalternatief technisch en economisch haalbaar is. De rapportage is tot stand gebracht door een initiatiefgroep met onder andere het Platform Geothermie.

Een te grote voortvarendheid bij aanleg van systemen voor het onttrekken van aardwarmte kan de werking van bestaande systemen echter nadelig beïnvloeden. Dat blijkt uit het afstudeeronderzoek van student B.G. van de Weerdhof van de TU Delft naar de effecten van koude-warmteopslagsystemen (kwo) in de binnenstad van Den Haag.

Het beheersen van de gevolgen van het winnen van geothermische warmte op lange termijn is essentieel. Van de Weerdhof rept in zijn onderzoek over milieubelangen, het voorkomen van verontreinigingen en de noodzaak evenveel koude of warmte uit de grond te halen als erin is gestopt. Dat laatste is wel een verplichting maar het schort naar het schijnt, zo schrijft de student, aan juist gebruik en beheer van kwo-systemen. Het starten van nieuwe systemen kan de energiebalans in de grond laten doorslaan, waarschuwt de student.

Van de Weerdhof meent dat het zinvol kan zijn beleid te ontwikkelen om tot collectieve kwo-systemen te komen. Beheer, onderhoud en monitoring van een systeem wordt daardoor veel simpeler en het vermindert bovendien de beïnvloeding van de bronnen.

Reageer op dit artikel