nieuws

Buitenlandse carrière ingenieurs in spotlight

bouwbreed Premium

den haag – De mobiliteit onder ingenieurs is goed, maar kan nog een stuk beter. Dat zegt Bouke Bosgraaf van ingenieursvereniging KIVI Niria. Om een buitenlandse carrière voor ingenieurs makkelijker te maken, presenteert de Feani, de internationale ingenieursfederatie waarvan Kivi Niria onderdeel is, tijdens het European Engineers Forum op 24 april in Hannover twee nieuwe initiatieven.

De eerste is EUR-ACE, een internationale accreditatie voor ingenieurs. “Wie bij een groot bedrijf werkt, zoals Shell of BAM, komt in het buitenland bij wijze van spreken in een gespreid bedje terecht”, zegt Bosgraaf. “Maar als individu zonder contract is het een stuk moeilijker je in het buitenland te vestigen. Het diploma wordt lang niet overal erkend en in elk land worden weer andere eisen gesteld. Als je in Nederland een diploma van de TU hebt, weten bedrijven dat ze over het algemeen een goede aan je hebben. Maar in Engeland en in de zuidelijke landen, zoals Italië en Spanje, zijn de eisen veel strenger en wordt veel meer naar ervaring gekeken. Het bachelor-mastersysteem is een eerste stap geweest om diploma�s internationaal herkenbaar te maken. Maar voordat dat in de hele EU is ingevoerd, gaan er nog wel wat jaren overheen. Het duurt dus nog even voordat een master in Delft hetzelfde is als een master in Madrid. Bovendien is het bachelor-mastersysteem voor alle studies. EUR-ACE is er specifiek voor ingenieurs.” De EUR-ACE voorziet diploma�s van ingenieurs van een Europees label, waardoor de diploma�s herkenbaar zijn voor organisaties in het buitenland. Daardoor wordt het makkelijker voor ingenieurs om in een ander land te werken. Het systeem gaat uit van een aantal Europese maatstaven. “De uitdaging ligt in het overtuigen van de verschillende landen om hun eigen maatstaven wat onderwijs betreft op te geven en voor internationale regels te gaan. Die strijd tussen nationale en Europese belangen is nog heel groot.”

Beroepsbewijs

Daarnaast wordt gewerkt aan een Professional Card, een persoonlijk beroepsbewijs waar een database achter hangt. “Hierin kan de opleiding en ervaring van een ingenieur gedetailleerd worden beschreven. Ook dit maakt het makkelijker voor buitenlandse bedrijven om de competenties van een ingenieur te checken. Dit systeem zou onze leden heel goed van dienst kunnen zijn.” Mobiliteit moet je faciliteren, vindt Bosgraaf. “Onze professie is van oudsher mobiel bezig. De emigratiegolf is aan het toenemen, ook onder hoger opgeleiden. Hoe makkelijker we dit voor ze kunnen maken, hoe beter het is.”

De toestroom van vooral bouwkundig ingenieurs naar Nederland blijft echter behoorlijk achter, ondanks het tekort aan deze mensen bij Nederlandse bouwbedrijven.

Zelfstandig

Ir. W.J. van Niekerk, voorzitter van de afdeling Geotechniek van KIVI Niria, heeft wel een idee waardoor dit zou kunnen komen. “Bij publieke opdrachtgevers is de voertaal Nederlands. Als ingenieur heb je een zelfstandige positie en moet je dus het Nederlands beheersen. Ook is het noodzakelijk om de Nederlandse wet- en regelgeving en de ontwerpcultuur te kennen. Bovendien kampt heel Europa met een tekort aan hoogopgeleid technisch personeel. Als bedrijven in het buitenland personeel werven, moeten ze méér kunnen bieden dan het land waar diegene op dat moment woont. Het moet aantrekkelijk genoeg zijn voor de kandidaat om huis en haard achter te laten om voor een Nederlands bedrijf te gaan werken. Werknemers willen daar behoorlijk voor worden gecompenseerd. Overigens zie je dat detail- en uitvoeringsontwerpen al vaak naar het buitenland worden verplaatst. Ongeveer 10 jaar geleden is deze beweging begonnen, eerst voornamelijk in Oost-Europa, maar nu komen ook India en China langzamerhand om de hoek kijken.”

Binnen de geotechniek is de mobiliteit overigens vrij groot, zegt Van Niekerk. “Er werken hier bijvoorbeeld Duitsers, die de Nederlandse taal gemakkelijk oppikken en ook onze ontwerpcultuur kennen.”

Reageer op dit artikel