nieuws

Aanbesteden kan op bijzondere manier

bouwbreed

den haag – Uitzonderingen bevestigen de regel, ook bij aanbestedingen. Binnen de Europese richtlijn en het ARW 2005 ligt de nadruk op openbaar aanbesteden en voor kleine projecten staat de niet-openbare procedure open. Onder specifieke omstandigheden zijn echter ook andere procedures mogelijk. De beleidsrichtlijn van het ministerie van Economische Zaken onderscheidt acht bijzondere manieren om aan te besteden. Vandaag aandacht voor de gunning van een concessie-overeenkomst en de prijsvraag.Een concessieovereenkomst voor werken is, blijkens artikel 1, onderdeel l, van het Bao een overeenkomst met dezelfde kenmerken als een overheidsopdracht voor werken, waarbij de tegenprestatie voor de uit te voeren werken in ieder geval bestaat uit het recht het werk te exploiteren, al dan niet gecombineerd met een prijs.

De Europese Commissie werkte in een zogenoemde interpretatieve mededeling nader uit aan welke eisen een overheidsopdracht moet voldoen om aangemerkt te kunnen worden als een concessieovereenkomst. Onderscheidend element van een concessieovereenkomst is dat de concessiehouder daadwerkelijk een exploitatierisico loopt.

Bij het aanbesteden van een Concessieovereenkomst voor werken is de aanbesteder – de concessieverlener – veel vrijer in de te volgen aanbestedingsprocedure. Het Bao, cq richtlijn 2004/18/EG, kent voor deze aanbestedingen slechts een beperkt aantal procedureregels. Bijzonder is dat de procedureregels niet alleen tot de aanbesteder gericht zijn, maar via de aanbesteder ook tot de opdrachtnemer – de concessiehouder – met betrekking tot de werken die hij aan derden uitbesteedt.

Met betrekking tot de vrijheid van procedure merkt de Europese Commissie in haar interpretatieve mededeling op dat de concessieverlener – de aanbesteder – vrij is in zijn keuze van de meest geschikte procedure voor de verlening van concessies voor openbare werken, en met name om een onderhandelingsprocedure te beginnen.

Niettemin is het een vrijheid binnen grenzen. De aanbesteder moet wel voldoen aan de beginselen van het EG-Verdrag, zoals de beginselen van nondiscriminatie, gelijke behandeling, transparantie, wederzijdse erkenning en proportionaliteit.

Uitbesteden

Ten aanzien van de concessiehouder maakt het Bao cq richtlijn 2004/18/EG onderscheid tussen twee situaties. De eerste situatie is dat de inschrijver die de concessie verwerft zelf een aanbestedende dienst is. Bij het uitbesteden van werken aan derden dient een dergelijke concessiehouder zich uit dien hoofde te houden aan de voorschriften voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken.

De tweede situatie is dat de concessiehouder zelf geen aanbestedende dienst is. In dat geval bevat de procedure voor de concessieovereenkomst een aantal voorwaarden die de aanbesteder – dus de concessieverlener – dient op te leggen aan deze concessiehouder. Die voorwaarden betreffen het voorschrijven van een zekere vorm van transparante aanbesteding van opdrachten voor werken die de concessiehouder door derden uit wil laten voeren. 

De laatst genoemde procedure is de gunning door middel van een prijsvraag (artikel 67-75 Bao, artikelen 61-67 Bass). Bij elke procedure horen bepaalde specifieke regels ten aanzien van de aankondigingen (artikelen 35-37, 60, 70 Bao, artikel 40-45 Bass), termijn (artikelen 38-39, 61 Bao, artikelen 46-47 Bass), de verstrekking van informatie (artikelen 40-43 Bao, artikelen 48-51 Bass), en selectie en gunning (artikelen 44-46, 73 Bao, artikel 52-60 Bass), de toelaatbaarheid van elektronische veilingen (artikel 57 Bao), meerwerk (artikel 63 Bao).

Reageer op dit artikel