nieuws

IFD bouwen brengt gedachtegoed Regieraad tot leven Opgeleverd BouwRai

bouwbreed Premium

In het door de Regieraad gelanceerde Vernieuwingsoffensief Bouw zijn transparantie, innovatie en kwaliteit/prijs de kernthemas. Met direct daaraan gekoppeld het centraal stellen van de behoeften van de eindgebruikers en een oriëntatie op de totale levensduurkosten van een bouwwerk. Wie dat goed tot zich laat doordringen, zal begrijpen dat Industrieel Flexibel en Demontabel bouwen (IFD) vrijwel naadloos aansluit op het gedachtegoed van de Regieraad Bouw. Jan Hovers ziet dan ook in veel IFD projecten een concrete vertaling van de pleidooien van de Regieraad.

In de strategische visie van de Regieraad Bouw richt de Nederlandse bouwsector zich op het creëren van maatschappelijke meerwaarde. De behoeften van de samenleving op het gebied van de gebouwde omgeving en duurzaamheid vormen de inspiratiebron voor de bouw om creatieve en innovatieve oplossingen te ontwikkelen.

De bouw van de toekomst, zoals de Regieraad die voor ogen heeft, doet dus aan waardecreatie.

Transparant

Om te beginnen transparantie. IFD bouwen vereist integraal ontwerpen en bouwen. Daarvoor is een nauwe samenwerking tussen opdrachtgever, ontwerper, bouwer en toeleveranciers noodzakelijk. Die samenwerking kan alleen soepel verlopen als alle partijen bereid zijn hun kennis met elkaar te delen in het belang van het project. En dat betekent dat de rollen, verantwoordelijkheden en risicotoedeling volstrekt transparant moeten zijn.

Innovatie is eveneens een belangrijk kenmerk van IFD bouwen. In vergelijking met de traditionele bouw vereist industrieel bouwen andersoortige processen. Fabrieksmatig reproduceerbare, modulaire en montabele componenten vragen om andere technieken en een andere aansturing dan het eenmalig en ambachtelijk met losse materialen metselen en timmeren. Kartonnen binnenwanden, leidingloze casco�s, slimme montagekozijnen en complete ventilatiesystemen zijn goede praktijkvoorbeelden van de overstap naar kant-en-klare componenten. Omdat we nog relatief aan het begin van het IFD-tijdperk staan, is de potentie voor innovatieve ontwikkelingen enorm.

Het kernthema kwaliteit/prijs heeft ook duidelijke raakvlakken met IFD bouwen. Bij het bouwen van �eenheidsworsten� is het criterium laagste prijs simpel toepasbaar. Maar met een modulaire opbouw kan een bouwwerk volledig worden afgestemd op de individuele wensen van de klant. En mocht hij (of de volgende gebruiker) het later weer willen veranderen of uitbreiden, dan kan dat dank zij de ingebouwde flexibiliteit. Dat zijn extra kwaliteiten die mogen doorwerken in de prijs. Sterker nog, ik denk dat veel kopers bereid zullen zijn voor maatwerk dieper in de buidel te tasten. Een voorbeeld daarvan is het LUMC dat 8 procent extra investeerde in installaties en bouwkundige voorzieningen van een laboratoriumgebouw om laboratoria eenvoudig te kunnen herindelen. Men verwacht de extra uitgave in zes jaar te hebben terugverdiend.

Ook in de woningbouw werpt deze aanpak zijn vruchten af. Met het Trento-concept van Nijhuis Bouw bijvoorbeeld kunnen kopers hun woning op maat samenstellen. De kosten van deze variatie blijven beheersbaar dank zij de integrale benadering van het ontwerp- en bouwproces.

Zeggenschap

De behoeften van de eindgebruiker is het volgende stokpaardje van de Regieraad. In de bouw is de opdrachtgever vaak niet de gebruiker.

De werkelijke eindgebruikers, zoals woonconsumenten en kantoorpersoneel, staan in de bouw maar al te vaak buitenspel. Met IFD bouwen kunnen zij nadrukkelijk zeggenschap krijgen over de indeling van hun woon- of werkruimte. Gelukkig zien we projectontwikkelaars In toenemende mate de omslag naar consumentgericht bouwen maken. Voorbeelden zijn Heijmans met WensWonen, Nijhuis met Trento, ING met Optimal Living en de deelnemers aan BouwBeter. Zij gebruiken allemaal IFD-strategieën met een modulair aanbod, gestructureerde keuzeprocessen en een daarop toegesneden productievoorbereiding. Ook in de huursector bieden diverse corporaties meer keuzemogelijkheden voor de eigen invulling van de huurwoning. Zoals de A+ woningen in Etten-Leur, de Kameleon woningen in Eindhoven, de Flexline woningen in Hengelo en de Maskerade groeiwoningen in Veenendaal.

Dan de oriëntatie op levensduurkosten. De kosten tijdens de totale levenscyclus van een gebouw bestaan uit ontwerp, uitvoering, exploitatie en onderhoud. Over het algemeen bedragen de gebruikskosten een veelvoud van de bouwkosten.

Het is dus zaak om in de ontwerp- en bouwfase maatregelen te bedenken die de exploitatie- en onderhoudkosten kunnen drukken. Ook daarop biedt IFD bouwen een antwoord. Aanpassingen zijn relatief snel en tegen betrekkelijk lage kosten te realiseren. Zelfs complete functiewijzigingen (bij voorbeeld ombouw van een school naar een kantoor) worden er een stuk eenvoudiger door. Waardecreatie derhalve in plaats van de slopershamer.

Tot slot beantwoordt IFD bouwen nog aan de door de samenleving gewenste duurzaamheid van de gebouwde omgeving.

Demontabel bouwen, hergebruik van bouwdelen en het terugdringen van sloopafval geven een uitstekende invulling aan het begrip duurzaam bouwen. Bovendien zijn IFD-bouwplaatsen vaak schoon.

Een bedrijf als Burggraaf produceert alle bouwonderdelen in zijn fabriek die verwarmd wordt met het eigen houtafval. Kozijnenfabrikant De Vries doet hetzelfde en verwarmt er ook nog het zwembad van Gorredijk mee. Het kantoor �De Bolder� van Mammoet werd zelfs compleet in een fabriekshal gebouwd en per ponton naar Schiedam getransporteerd.

Cultuuromslag

Na deze bespiegelingen zal het nauwelijks verbazen dat wat mij betreft Industrieel Flexibel en Demontabel bouwen zich de komende jaren ontwikkelt tot de nieuwe standaard in de bouw.

Door een meer industriële aanpak van het bouwproces zullen bouwbedrijven op een totaal andere manier moeten gaan werken. Daarin past het oude gedrag niet meer en dus zal het ook meehelpen om de gewenste cultuuromslag op een natuurlijke wijze tot stand te brengen.

Voorzitter van de Regieraad Bouw, Gouda

secretariaat@regieraadbouw.nl

Na zeven jaar wordt het demonstratieprogramma Industrieel, Flexibel en Demontabel Bouwen (IFD) afgesloten. SEV Realisatie organiseerde de werving en selectie, begeleidde de uitvoering van het programma en volgde de demonstratieprojecten intensief.

Geslaagde en soms uiteindelijk minder geslaagde voorbeelden kregen een podium om zich te profileren en te tonen wat zij onder IFD Bouwen verstaan en wat de klant, het milieu en de bouwkolom er aan hebben. In totaal 92 projecten werden met een demonstratiestatus en een subsidie beloond, waarvan er inmiddels bijna 60 zijn opgeleverd.

Ter afsluiting van het IFD-programma organiseert SEV Realisatie op 4 april aanstaande tijdens de openingsdag van de BouwRai in Amsterdam het slotseminar �De oogst van IFD-Bouwen�. In de aanloop naar dit seminar hebben – inclusief deze laatste bijdrage – nu zeven specialisten uit de bouwsector en daarbuiten op de opiniepagina verteld wat het thema IFD bouwen voor hen betekent en wat ze nog te wensen hebben.

In 2006 zijn de volgende artikelen geplaatst: �Flexibel Bouwen: van hobby naar noodzaak� van ir. Else Bezemer-Bijl en Martinus Verweij, 17 februari (nummer 34), �Blijf elkaar vooral wijzen op kansen IFD� van Ing. Dick van Well, 23 februari (nummer 38) en �Vernieuwing Hoogvliet moet duurzaam zijn� van Jacqueline Cornelissen en Jon van Eenennaam, 2 maart (nummer 43), �Verwacht niet te veel van term IFD� van prof. Jan Westra, 9 maart 2006 (nummer 48), �IFD, duurzaamheid en integrale kwaliteit� van architect Rudy Uytenhaak , 16 maart (nummer 53) en IFD-ontwikkeling moet nog beginnen� van prof.ir. Jan Brouwer en dr. Elma Durmisevic, 23 maart (nummer 58).

Reacties op het onderwerp IFD Bouwen zijn welkom bij ifd@sev-realisatie.nl of bij m.v.duijn@sdu.nl.

Voor meer informatie over het slotseminar �De oogst van IFD-Bouwen�: (070) 364 87 03 of www.rostra.nl.

Bouw van de toekomst doet aan

waardecreatie

Reageer op dit artikel