nieuws

Architectenbureau vindt wiel opnieuw uit

bouwbreed Premium

den haag – Om de ontwikkelkosten van zijn veelbekroonde beweegbare zonneluifel terug te verdienen bouwde architect Paul de Ruiter er een speciaal bedrijfje omheen. Maar het Eindhovense architectenbureau Aartsen & Partners vond liever het wiel opnieuw uit. Inclusief alle kinderziekten.

Vier jaar terug alweer leverde De Ruiter zijn Villa Deys op in Rhenen. Het ontwerp won diverse prijzen en haalde alle architectuurbladen in binnen- en buitenland. Vooral de zonwering kreeg veel aandacht. Die bestaat uit houten lamellen op een stalen frame, dat omhooggetrokken ingenieus in elkaar vouwt en een royale zonneluifel vormt. De jonge architect kreeg er zoveel vragen over dat hij besloot er een apart bedrijfje rondom op te richten: Boil. Op die manier hoeft hij geen nee te verkopen aan collega-architecten die de details opvroegen en kon hij wellicht wat van de ontwikkelkosten terugverdienen. Want die waren met zo�n 50.000 euro nogal uit de hand gelopen en kon hij onmogelijk afwentelen op dat ene project waarvoor het was ontwikkeld. De luifel wordt tegenwoordig in licentie geproduceerd en vond al toepassing bij projecten in Duitsland, Amerika, Israël en diverse andere landen.

In de jongste uitgave van het blad Houtwereld duikt ineens een vergelijkbare luifel op bij een kantoorgebouw in Eindhoven. In de begeleidende tekst wordt hoog opgegeven over de �knikkende knieën� die steeds weer een ander gevelbeeld laten zien, afhankelijk van het moment op de dag en het gebruik van het gebouw. De luifel kan immers niet alleen open of dicht worden geklapt maar ook blijven staan in alle standen daartussenin.

De naam Paul de Ruiter wordt echter nergens genoemd. Hij blijkt er bij navraag ook helemaal niet bij betrokken. Het Eindhovense architectenbureau Aartsen & Partners dat het gebouw voor zichzelf neerzette, heeft de luifel ontwikkeld samen met zonweringsfabrikant Delta en aannemer Hurks.

Helemaal vlekkeloos loopt het nog niet, erkent directeur Magdaleen Kroese van het architectenbureau. De staalkabels waarmee de luifels in- en uitvouwen lopen soms van de katrolletjes af. En die moeten dan vanuit een hoogwerker buiten weer op hun plek worden gebracht, omdat de ramen van het gebouw niet open kunnen, vanwege de geluidsbelasting op de gevel. Ook bij Kroese zijn de ontwikkelingskosten fors uit de hand gelopen. Gelukkig deelden aannemer en zonweringsfabrikant in de kosten.

Hoewel Kroese haar Amsterdamse collega Paul de Ruiter wel kent, zegt ze niet op de hoogte te zijn van het bestaan van zijn luifel. Het idee ontstond bij de zoektocht naar een zonwering die mooi aansluit bij de overige gevelbekleding en de wens om de gevel te laten spreken. Een massaproduct ziet ze er niet zo gauw in. Het is wat haar betreft typisch iets dat is toegesneden op een bepaald project. Hoewel ze wel weer denkt over een variant voor een bedrijfsgebouw in Mil.

Paul de Ruiter reageert gelaten. Hij vindt het jammer dat het zo loopt, maar is niet van plan een advocaat af te sturen op Aartsen & Partners. Hij heeft ook geen octrooi aangevraagd op de luifel, want het is nooit zijn uitgangspunt geweest om veel geld te gaan verdienen aan het product. Hij is ervan overtuigd dat hij Aartsen & Partners tegen een concurrerende prijs aan een luifel had kunnen helpen. En eentje die goed functioneert, want de kinderziekten heeft hij er zelf al uitgehaald. Het probleem met de kabels verbaast hem bijvoorbeeld niet. Die laten zich lastig oprollen, omdat ze alle kanten opspringen. Met banden heb je dat niet, dus daarom heeft hij die toegepast. Een van de problemen waar hij in de praktijk tegenaan liep was dat de banden op de hoeken door de wind hinderlijk gingen trillen. Daarvoor zijn er later extra spanners aangebracht. Zo zijn er veel meer verbeteringen doorgevoerd om het systeem vlekkeloos te laten functioneren.

Het product heeft inmiddels ook een Europees CE-keur. De Ruiter: “Dergelijke doorontwikkelingen kosten heel veel energie en geld en daarom is het veel handiger dat je als architecten profiteert van elkaars kennis en niet allemaal zelf het wiel probeert uit te vinden. Het bedrijf Boil is ook niet voorbehouden aan producten van mijn hand. Het zou mooi zijn als het zou uitgroeien tot een platform voor innovatieve producten van veel meer architecten. Zodat die meer tijd hebben om te doen wat ze het liefste doen: mooie gebouwen maken.”

Reageer op dit artikel