nieuws

Vertrouwensrelatie voorwaarde bij innovatieve contracten

bouwbreed

Minister Brinkhorst wil dat kwaliteit en innovaties grotere rollen gaan spelen bij aanbestedingen. Daar moet de overheid echter wel de ruimte voor scheppen, vinden Stephan Laaper en Pieter van der Knaap.Het tweetal doet de minister van Economische zaken suggesties voor de nieuwe Aanbestedingswet.

De eerste stappen in de juiste richting zijn gezet: innovatieve contracten als de DBFM-projecten N31 en A59 zijn een feit. Streven van deze innovatieve contractvormen is optimaal gebruik te maken van het probleemoplossende vermogen van de markt. Ontwerp, realisatie en onderhoud zijn op elkaar afgestemd en de marktpartijen zijn gedurende een zekere termijn verantwoordelijk voor het leveren van een degelijk product. Dit stimuleert marktpartijen extra tot het leveren van kwaliteit. In deze kwaliteitsslag wordt de levensduur van een project geoptimaliseerd.

De extra prikkel die kan worden toegevoegd is het integreren van financiering in het contract. Aangezien de opdrachtnemer het werk moet voorfinancieren en terugbetaald krijgt naar beschikbaarheid, heeft hij grote belangen bij het opleveren van een goed product. Zodoende worden de belangen van opdrachtgever en opdrachtnemer in hoge mate gelijk geschakeld.

Tracébesluit

Als de Minister van Economische Zaken wil dat marktpartijen bij nieuwe infrastructuurprojecten meer innoveren, dan moet eerst worden gekeken naar de huidige wet en regelgeving. Deze vormt volgens ons namelijk een groot obstakel. Het Tracébesluit bijvoorbeeld, beperkt door een vastlegging van het ruimtebeslag en de bijbehorende marges sterk de oplossingsruimte voor de markt. Deze beperking beoogt de individuele burger te beschermen en dat is in de basis terecht. Desondanks kan deze richtlijn al in een vroege projectfase goede oplossingen verhinderen. En dat is onnodig. De zoektocht naar een optimale oplossing en een optimale inzet van de markt vraagt dan ook om vroegtijdige en langdurige inschakeling van deze marktpartijen. En dit op een moment, dat voorafgaat aan de definitieve vastlegging van het ruimtebeslag in het Tracébesluit.

Een mogelijkheid is om binnen innovatieve contracten integrale ontwikkeling toe te passen en de ontwikkeling van infrastructuur en gebiedsontwikkeling te combineren. Op deze wijze kunnen binnen een gebied beide aspecten zowel financieel als functioneel op elkaar worden afgestemd.

De sleutel ligt bij een vroegtijdige betrokkenheid van marktpartijen in het proces en het hebben van een wederzijds vertrouwen. De markt zit vol met ideeën die onder de juiste voorwaarden tot bloei kunnen komen. De overheid ziet dit inmiddels ook, gelet op initiatieven op het gebied van vervlechting van procedures. Als we het hebben over vertrouwen, dan doelen we op het intellectueel eigendom.

Wederzijds vertrouwen vraagt de nodige tijd om te groeien, maar kan met één actie om zeep worden geholpen. Als een marktpartij met een slim idee komt, en opdrachtgevers gaan met het idee onder de arm naar concurrenten, of willen per definitie mede-eigenaar van het intellectueel eigendom van innovaties zijn, dan kunnen we de innovatiekraan direct weer dicht draaien. Maar als marktpartijen worden beloond voor slimme, innoverende ideeën dan kunnen er interessante dingen gebeuren. De vraag is hoe dit te bewerkstelligen. Wij doen hierbij de Minister van Economische Zaken enkele suggesties:

Opdrachtgevers kunnen ruimte scheppen voor het inbrengen van goede alternatieven uit de markt, ook als deze afwijken van het eerste idee van de opdrachtgever. Wanneer het doel is om een verbinding van A naar B te maken, kunnen opdrachtgevers via doelvoorschriften (in plaats van middelvoorschriften) adviseurs de ruimte bieden om de optimale oplossingen hiervoor te bedenken.

Ideeën uit de markt moeten op een juiste, discrete wijze worden behandeld, zodat innovatie beschermd wordt, en de inbreng van innovatieve ideeën wordt gestimuleerd;

Opdrachtnemers zouden in een vroeg stadium betrokken kunnen worden, zodat innovatieve ideeën al in een vroegtijdig stadium kunnen worden ingebracht en meegenomen in de besluitvorming;

Opdrachtnemers moeten meer tijd besteden aan de juiste interpretatie van eisen, en de gevraagde functionaliteit leveren zoals gewenst door de opdrachtgever;

Oók opdrachtnemers zouden meer initiatief kunnen nemen, bijvoorbeeld door te komen met eigen voorstellen. Denk hierbij aan mogelijkheden op het gebied van integrale gebiedsontwikkeling; Ten slotte: Streef naar partnerschap.

Enerzijds vinden wij dat opdrachtgevers ruimte moeten bieden voor innovatie, zoals bijvoorbeeld in DBFM-projecten waarbij de opdrachtnemer verantwoordelijk is voor het ontwerp van de eindoplossing. Anderzijds moeten ook de opdrachtnemers de hand in eigen boezem steken en daadwerkelijk investeren in kennisopbouw en -ontwikkeling. Een veranderende rol van de opdrachtnemer verlangt immers ook een andere proces- en productbeheersing.

Opdrachtgevers willen opdrachtnemers die kennis hebben van zaken als Systems Engineering, Value Management, Functioneel Specificeren, enzovoorts. Kennis die lang geen gemeengoed is bij opdrachtnemers. Dus daar moet de markt alert op zijn en in willen investeren.

Randvoorwaarde is een goede vertrouwensrelatie, waarin opdrachtgever en opdrachtnemer samen optrekken. Een wereld waarin sprake is van �wij�, in plaats van �jij en ik�. Innovatie in de bouw staat of valt met wederzijds vertrouwen.

Ir. Stephan Laaper en ir. Pieter van der Knaap zijn als adviseurs Contractmanagement

en Aanbestedingen werkzaam bij advies- en ingenieursbureau Grontmij, De Bilt

www.grontmij.nl

Ideeën moeten op discrete wijze

worden behandeld

Reageer op dit artikel