nieuws

Stedenbouwkundig plan moet qua kleurgebruik flexibeler zijn

bouwbreed Premium

Speelt kleur in de publieke buitenruimte een rol bij de discussies in de lokale politiek? Dat was de centrale vraagstelling van een mini-enquête die de Stichting Kleur Buiten uitzette in verband met de manifestatie Kies Kleurig, die afgelopen vrijdag door minister Remkes van Binnenlandse Zaken in Nieuwspoort werd geopend. “Kleur is veelbepalend en niet weg […]

Speelt kleur in de publieke buitenruimte een rol bij de discussies in de lokale politiek? Dat was de centrale vraagstelling van een mini-enquête die de Stichting Kleur Buiten uitzette in verband met de manifestatie Kies Kleurig, die afgelopen vrijdag door minister Remkes van Binnenlandse Zaken in Nieuwspoort werd geopend.

“Kleur is veelbepalend en niet weg te denken in de publieke buitenruimte. Zeker als daarbij ook de bebouwde omgeving wordt betrokken. De kleuren van de voorwerpen en gebouwen in de publieke ruimte kunnen grote invloed hebben op de omgeving en op de (gevoelens van) gebruikers van de publieke ruimte. Reden waarom in discussie binnen de gemeente kleur met regelmaat punt van aandacht en van discussie is”. Dat is het standpunt van wethouder Stolte (Den Haag) over het belang van kleur. Hij staat daarmee zeker niet alleen, maar is in zijn opvatting wel het meest expliciet. De meeste lokale bestuurders geven in de enquête aan dat het kleuraspect weliswaar wordt meegenomen en meegewogen bij de overwegingen en besluitvorming in de raad of door het college, maar dat daar eigenlijk geen heldere criteria voor bestaan.

Een uitzondering daarop vormt in ieder geval de gemeente Dordrecht die voor de binnenstedelijke ontwikkelingen een kleurbeleid heeft uitgezet.

Ook Lelystad geeft – bij monde van burgemeester Leeuwe – aan dat “bij de beoordeling zogenaamde beeldskwaliteitsplannen en bij de beoordeling van de onderscheiden bouwplannen zowel ambtelijk als bestuurlijk naar de kleur wordt gekeken. De betreffende portefeuillehouders hebben daarin een eerste verantwoordelijkheid”. Maar anderen geven aan dat kleur in de buitenruimte in dat opzicht een bescheiden rol speelt, zoals burgemeester Meijer van Zwolle die zich eigenlijk geen voorbeeld of discussie over dit onderwerp kan heugen.

Burgemeester Vreeman van Tilburg wijst filosofisch op de invloed van weer en wind “die alles langzaam doet vergrijzen. Toch is bij ieder inrichtingsontwerp kleur onderwerp van discussie, waarbij de onderlinge kleurverhoudingen van materiaaltoepassingen in een ontwerp van belang zijn. Interessant is misschien de constatering dat bij de nieuwe binnenstadsinrichting gekozen is voor gele natuursteen en geelachtige gebakken klinkers gecombineerd met donkere hardsteen banden. De gele kleur is geassocieerd met de zandgronden waarop Tilburg is ontstaan en contrasteert met de in Breda gekozen grijsblauwe, in

�s-Hertogenbosch toegepaste gemêleerde natuursteen en de rode baksteen die in Eindhoven is gebruikt”. Ook de gemeente Groningen refereert nadrukkelijk aan het kleurgebruik van de bestrating. “Met uitzondering van specifieke pleinen en plekken is gekozen voor een gele bestrating. Bewust, niet historiserend maar qua schaal en materiaal (baksteen) zich prima voegend bij zowel historische als nieuwe bebouwing in de binnenstad. De stad is in onze ogen geen statisch monument. Juist ook de opvallend gele kleur draagt er toe bij dat de stad minder �provinciaals� over komt”, aldus het commentaar van burgemeester Wallage.

Gevraagd naar goed gekozen kleurtoepassingen in de eigen omgeving ontstaat een “veelkleurig palet” van voorbeelden. Zo roemt burgemeester Annemarie Jorritsma (Almere) de “rode kleur van de �rode donders� zoals in de volksmond de drie appartementengebouwen heten die je vanaf de snelweg (A6) al goed kunt zien en eigenlijk een soort icoon zijn geworden. De Regenboogbuurt is ook een goed voorbeeld en tenslotte vind ik zelf ook de kleurige woningen van Laura Weeber in de Eilandenbuurt goede voorbeelden”.

Gemeenteraadslid voor Groen Links in Rijswijk, Theo van den Bosch, vindt groen – hoe kan het ook anders – kenmerkend voor zijn gemeente. “Rijswijkers vinden groen heel erg belangrijk, zo blijkt uit een enquête onlangs waaraan 8000 Rijswijkers deelnamen. Ze willen dat aspect graag behouden. Ook deskundigen noemen het groen in Rijswijk een belangrijke parel. In de toekomstvisie van Rijswijk speelt het groen een zeer bepalende rol”. In Lelystad wordt hard gewerkt aan enkele appartementsgebouwen voor woon- en werkfuncties. De gebouwen met namen als Calliste, Dominor, Koh-I-Noor, Fensalir, Aeratus en The Wave hebben als dominerende kleuren grijs in lichte en donkere tinten. Het totaal geeft daarnaast groene en blauwe tinten. Voor burgemeester Leeuwe vormt dit in ieder een geslaagd project.

Van een andere aard is het voorbeeld van directeur Lentze van de Stichting Kunst en Openbare Ruimte, die het te slopen huizenblok aan de Beukelsdijk in Rotterdam noemt, dat in een fel blauwe kleur is ondergedompeld. �Beukelsblauw� zoals het kunstwerk van Florentijn Hofman heet, staat er nu al haast twee jaar en heeft over de hele wereld aandacht getrokken. De reacties op het werk zijn meestal positief waarbij aan de wonderlijke surreële sfeer wordt gerefereerd. Iedereen wil graag dat nog zo lang mogelijk met de sloop wordt gewacht en er geen nieuwbouw komt”. Ook minder geslaagde voorbeelden worden in het SKB-onderzoekje genoemd, zoals in Groningen het kleur- en materiaalgebruik van de geluidwerende voorzieningen langs de ringweg van Groningen. “De kakofonie aan kleur en materiaal is beslist niet het visitekaartje van de stad. Maar kom je in de binnenstad, dan sta je door de gele kleurstelling van de bestrating onmiskenbaar in Groningen.”

De activiteiten en de tentoonstelling �Kies Kleurig� van Stichting Kleur Buiten maken nog eens duidelijk dat allerlei persoonlijke opvattingen van het gemeentebestuur, stedenbouwkundigen en (landschaps)architecten natuurlijk een rol spelen bij de kleurkeuze, aangezien ontwerpen toch in zekere mate een subjectief proces is. Volgens wethouder Van der Velde uit Almere is de ene wijk vaak een reactie is op de voorgaande. Wat ook meespeelt is de (landelijke) trend en de financiële mogelijkheden. “Lange tijd waren bijvoorbeeld betonstenen in (vooral vanwege de kosten).

Nu zie je weer wat meer gebakken straatstenen, die over het algemeen een warmere uitstraling hebben. Een andere trend is de donkere steen van de laatste jaren. In de jaren �80 zag je juist meer witte/lichte stenen”.

De grotere vrijheid voor architecten en ontwikkelaars betekent dat het stedenbouwkundig plan flexibeler moet zijn. Ook qua kleurgebruik. Des te belangrijker is het om aandacht te besteden aan de openbare ruimte, zodat deze door materiaal- en kleurgebruik de eenheid van een bepaalde wijk kan bevorderen. Zoveel maakt de manifestatie in ieder geval; duidelijk. Een appèl op de nieuwe gemeenteraden en colleges om zich wat nadrukkelijker te bemoeien met het kleurgebruik in de buitenruimte.

Reageer op dit artikel