nieuws

Opdrachtgeverschap

bouwbreed Premium

Met de particuliere opdrachtgever in de woningbouw wil het nog steeds niet lukken. Johan Remkes koos er als bewindsman op het ministerie van VROM voor minimaal 30 procent van het jaarlijkse aantal nieuwe woningen te laten bouwen door particulieren. Probleem voor hem was natuurlijk het ontbreken van in-strumenten om deze beleidswens in daden om te […]

Met de particuliere opdrachtgever in de woningbouw wil het nog steeds niet lukken. Johan Remkes koos er als bewindsman op het ministerie van VROM voor minimaal 30 procent van het jaarlijkse aantal nieuwe woningen te laten bouwen door particulieren. Probleem voor hem was natuurlijk het ontbreken van in-strumenten om deze beleidswens

in daden om te zetten. Niet iedereen zag de opvatting van Remkes als een gemakkelijk te vervullen wens, sterker velen waren van mening, dat dit onmogelijk zou zijn of zelfs ongewenst.

De categorie ongewenst moeten we zoeken bij de

projectontwikkelaars die hun grondposities willen gebruiken om hun eigen product neer te zetten en daarbij liever niet gestoord worden door individuele opdrachtgevers. Gemeenten zouden misschien welwillender willen staan tegenover het particuliere opdrachtgeverschap.

Zij weten zich echter in uitbreidingsplannen – door de genoemde grondposities – dikwijls gebonden aan de wensen van de ontwikkelaars. Per saldo leek er dus niets van de plannen terecht te komen. Dit bleek ook uit een onderzoek van het EIB naar deze materie. Als surrogaat kwamen projectontwikkelaars en gemeenten met het consumentgericht bouwen. Alsof je anders niet voor de consument bouwt.

Als we nu de balans opmaken, kunnen we vaststellen dat de wens van de bewindsman inderdaad niet in vervulling is gegaan. Verre van dat zelfs. In de westelijke provincies die het grootste deel van de woningbouw voor hun rekening nemen wordt niet meer dan rond 5 procent van de nieuwbouw van woning in opdracht van particulieren gerealiseerd. In de overige provincies schommelt het percentage tussen 20 en 30. Op zich wekken deze uitkomsten geen verbazing. In een situatie, waarin door het ruimtelijke beleid tal van potentiële bouwmogelijkheden zijn afgesneden en waar de individuele particulier voor veel geld is aangewezen op de snippers aan de rand wordt naar van bestemmingsplannen. Verbazender is eigenlijk dat dit voornemen om eenderde van de jaarlijkse woningbouw via particulier opdrachtgeverschap in een beleidsnota terecht kan komen. Dit geldt zeker als je dit ziet in samenhang met het toen gepredikte ruimtelijke beleid dat in feite de deur voor particuliere opdrachtgevers vrijwel op slot deed.

Op een ministerie dient toch de kennis van de gang van zaken op de grondmarkt en de woningbouwmarkt bekend te zijn. Op basis van deze kennis kan je toch niet tot het formuleren van een dergelijke doelstelling komen. De gang van zaken rond het particuliere opdrachtgeverschap staat niet op zichzelf. In dezelfde tijd en door dezelfde bewindsman zijn doelstellingen geformuleerd voor de herstructurering van de naoorlogse woningvoorraad. Een voorraad die voor een belangrijk deel bestaat uit bezit van woningcorporaties. Rond 100 000 nieuw te bouwen woningen, verkoop van 50 000 bestaande corporatiewoningen en sloop van 40 000 woningen. En dat dan per jaar.

Er kwam niets terecht van het geformuleerde beleid. De nieuwbouw bewoog zich tussen 60 en 70 000 woningen, de sloop steeg langzaam tot rond 15 000 woningen en de verkoop van corporatiewoningen kwam gemiddeld nog niet op de helft van het gewenste aantal. Ook hier had de kennis van de werkelijkheid toch remmend dienen te werken op het formuleren van het beleid. Dit temeer omdat ook in dit geval geen of onvoldoende beleidsinstrumenten beschikbaar zijn om tot daden te komen.

Is dit een pleidooi voor het achterwege laten van beleidsnota�s? Helemaal niet. Wel zou ik graag zien dat er niet een te grote kloof tussen droom en daad zou bestaan. Doelstellingen die te ver afstaan van de werkelijkheid worden niet alleen niet gerealiseerd, maar werken ontmoedigend en scheppen onduidelijkheid voor de uitvoerders van het beleid. Dit gaat altijd ten koste van het resultaat dat wordt beoogd en dat lijkt mij niet de bedoeling.

Reageer op dit artikel