nieuws

Minister Dekker akkoord met lagere drempel planschade

bouwbreed Premium

den haag – De nieuwe Wet ruimtelijke ordening krijgt een lagere wettelijke drempel voor het recht op planschadevergoeding dan was voorzien. Minister Dekker (VROM) gaat daarmee akkoord onder druk van de Tweede Kamer.

In de nieuwe wet is geregeld dat mensen die alleen kleine schade hebben van een bepaalde ontwikkeling niet meer in aanmerking komen voor een eventuele planschadevergoeding. Dekker wil daarmee een dam opwerpen tegen de ongebreidelde stroom aan schadeclaims en procedures die de gemeenten bergen werk opleveren.

Aanvankelijke wilde de minister een streep trekken bij een waardevermindering van 10 procent van de woning, nog laag in vergelijking met België waar mensen een waardevermindering tot 20 procent moeten accepteren. Dekker stuitte echter op fors verzet van de Tweede Kamer en verlaagde de drempel naar 5 procent.

Maar ook daarmee kon een meerderheid in de Tweede Kamer niet leven, zo bleek deze week in het debat over de nieuwe wet. De minister toonde zich daarop bereid de drempel voorlopig op 2 procent te leggen. Als over twee jaar uit een evaluatie blijkt dat dit niet tot forse afname van de planschadeclaims leidt, gaat de minister de drempel alsnog verhogen.

Onder druk van de Kamer ziet de minister ook af van de verplichting voor gemeenten om bestemmingsplannen elke tien jaar te vernieuwen. Als de plannen betrekking hebben op gebieden waar helemaal geen ontwikkelingen voorzien zijn, kunnen de gemeenten volstaan met het vaststellen van een zogeheten beheersverordening. Dit bespaart de gemeenten veel werk en geld.

Wijzigingen

De nieuwe Wet ruimtelijke ordening, die naar verwachting volgend jaar ingaat, zorgt voor flinke wijzigingen in de bestaande procedures voor ruimtelijke ontwikkelingen. De procedures worden flink vereenvoudigd en de beroepsmogelijkheden beperkt.

Met de nieuwe wet verdwijnen de planologische kernbeslissingen van het Rijk, de streekplannen van de provincies en de structuurplannen. Rijk, provincies en gemeenten dienen hun globale plannen vast te leggen in structuurvisies, waartegen geen beroep mogelijk is.

Niet alleen gemeenten, maar ook de rijksoverheid en de provincies kunnen voortaan bestemmingsplannen maken, bij provincies en Rijk heet dat inpassingsplannen.

Bestemmingsplan

Als overheden willen afwijken van een bestemmingsplan kan dat via een zogeheten projectbesluit. Een dergelijk besluit moet volgens de wet binnen een jaar worden verwerkt in het bestemmingsplan. Pas als dat gebeurd is mogen gemeenten leges heffen over diensten die betrekking hebben op het plan. Dekker wil met deze “prikkel” voorkomen dat gemeenten aanpassing van het bestemmingsplan aan het projectbesluit achterwege laten, zoals voorheen bij artikel 19-procedures vaak het geval was.

Het debat in de Kamer over de nieuwe wetgeving wordt volgende week voortgezet. Dan moet helderheid komen over de aanwijzingsprocedure. Dekker vindt niet dat burgers in beroep moeten kunnen gaan als provincies of Rijk een aanwijzing doen. Die beroepsmogelijkheid is er als de aanwijzing wordt verwerkt in het onderliggende bestemmingsplan, vindt de minister. De Kamer wil echter bekijken of bezwaarmakers niet al in een eerder stadium aan de bel kunnen trekken.

Reageer op dit artikel