nieuws

Integraal kustverdedigingsbeleidis opgave voor nieuwe kabinet

bouwbreed Premium

Voor het eerst ligt er een regeerakkoord waarin aandacht wordt gegeven aan onze Hollandse kustverdediging. Dat is hoopvol, maar de beleidsvoornemens gaan lang niet ver genoeg. Nederland heeft volgens Wim Drossaert , Fries Heinis en Bert Mooren een Masterplan nodig, te vergelijken met het Deltaplan uit de jaren vijftig en gebaseerd op een integrale, grootschalige aanpak van de gehele kust van Hoek van Holland tot aan Den Helder. Noodzakelijk is de aanleg van een extra duinenrij in zee met daarachter een brede stook land vijf meter boven NAP. Dat is het enige juiste antwoord op de klimaatverandering en de stijgende zeespiegel. Bovendien zijn milieu en economie erbij gebaat.

Het is de hoogste tijd voor een pro-actief kustverdedingsbeleid. Recent nog heeft de ‘Intergovernmental Panel on Climate Change’ een rapport uitgebracht, waaruit blijkt dat de zeespiegel deze eeuw mondiaal met gemiddeld 75 centimeter kan stijgen. Voor de Nederlandse zeespiegel wordt hogere stijging verwacht. Wetenschappelijke instituties als het KNMI en het MNP achten voor de langere termijn 1 tot 1,5 meter mogelijk.
De regering neemt te grote risico’s als zij het bestaande reactieve beleid in tact laat. Dat wil zeggen monitoren van de zeespiegelstijging, waterkeringen controleren op veiligheid en pas maatregelen nemen als de noodzaak zich aandient. Daarbij worden ook nog verouderde veiligheidsnormen gehanteerd. Je kunt niet meer afwachten. Vooraanstaande personen en instituties, zoals Al Gore, Tony Blair, de econoom Nicholas Stern, de adviescommissie Water, de adviescommissie Financiering Primaire Waterkeringen, het Milieu- en Natuurplanbureau, de VROM-Raad, trekken niet voor niets aan de bel. Daar komt bij dat het kabinet-Balkenende IV met een pro-actief beleid van de nood een deugd moet maken. Op dit moment is de rijksoverheid nog dief van haar eigen portemonnee. Als zij pas ingrijpt als het water tot onaanvaardbare hoogte is gestegen, draait zij voor alle kosten op. Baten zijn er niet. Wanneer de overheid evenwel besluit de kustverdediging niet langer te reduceren tot een veiligheidsvraagstuk ‘pur sang’, komt publiek-private samenwerking (pps) binnen handbereik en kunnen kosten voor de kustverdediging worden terugverdiend. Een nieuwe kuststrook biedt niet alleen een betere bescherming tegen de zee, maar ook ruimte voor natuur- en recreatiegebieden, woningbouw, economische ontwikkeling en andere exploitabele functies. We hebben nú de kans onze nationale strijd-tegen-het-water-strategie te koppelen aan ruimtelijke en sociaal-economische gewenste ontwikkelingen.

Schaal

De kennis en ervaring van het Nederlandse bedrijfsleven is groot op het gebied van landwinning, landontwikkeling en kustverdediging. Buitenlandse overheden maken er gretig gebruik van en presenteren hun door Hollanders gebouwde waterwerken met trots. In Nederland, daarentegen, wordt nog niet de helft van de expertise van het Nederlandse bedrijfsleven ingezet. Dat heeft ook te maken met de schaal waarop de kustverdediging ter hand wordt genomen. Door de versnipperde bestuurslagen worden vaak alleen relatief kleinschalige regionale projecten uitgevoerd. Tussen die projecten bestaat weinig samenhang; het zijn lapmiddelen in de bescherming van ons land tegen de zee.
En ze passen al helemaal niet bij de grote ambities van één Randstad. De Randstad telt miljoenen inwoners en is het economisch hart van Nederland. Als internationale investeerders ontdekken dat de Nederlandse overheid verouderde veiligheidsnormen hanteert en niet wil investeren in de modernste waterveiligheidssystemen, blijven ze weg. Dan kan de Randstad die zo door iedereen gewenste toppositie mooi vergeten.
De regie voor de kustverdediging vraagt om een centrale aansturing door het rijk onder leiding van een gezaghebbende bestuurder. Dit boegbeeld moet zorgen voor een Masterplan – te vergelijken met het Deltaplan uit de jaren vijftig – gebaseerd op een integrale, grootschalige aanpak van de gehele Hollandse kust.

Cruciaal

Het bedrijfsleven wil een bijdrage leveren door in de vorm van publiek-private samenwerkingen de zeewaartse beweging te realiseren. Cruciaal daarbij is de strook land die achter de extra duinenrij ontstaat. Het waarborgen van de veiligheid door middel van een nieuwe duinenrij is vooral het terrein van de overheid. Particuliere partijen kunnen het land achter deze duinenrij ontwikkelen. Door een voorwaartse strategie te volgen kan de overheid samen met het bedrijfsleven de gefaseerde deelprojecten uit deze zeewaartse beweging financieren, waardoor alle partijen profiteren van de baten. Omvangrijke investeringen in de kust door bedrijfsleven en overheid – gedurende tientallen jaren – zullen de economie een impuls geven. Ze zorgen voor werkgelegenheid en vooral voor kennisuitwisseling en innovatie.
Zeewaartse kustverdediging en -uitbreiding biedt ons land bescherming tegen het wassende water én biedt kansen voor duurzame ontwikkeling. Dat heeft ons land nodig. De ‘zeewaartse beweging’ kan een nieuw waterstaatkundig meesterwerk in Nederland worden.
Wim Drossaert, directeur ingenieursbureau Syncera, Delft
Fries Heinis, directeur waterbouworganisatie VBKO, Gouda
Bert Mooren, directeur VNO-NCW West, Den Haag

Reageer op dit artikel