nieuws

Financiële en kwalitatieve meerwaarde bij pps scholen Kas

bouwbreed Premium

den haag – Het project Montaigne 2005, de realisering van het Montaigne Lyceum in Den Haag, illustreert dat pps op het gebied van onderwijshuisvesting tot financiële en kwalitatieve meerwaarde kan leiden. Dat blijkt uit de evaluatie die Ernst & Young heeft uitgevoerd in opdracht van het Kenniscentrum PPS van het ministerie van Financiën. Wel moet de huidige dominante rol van het gemeentelijk budget worden teruggedrongen.

Montaigne 2005 is het eerste project in Nederland in het voorgezet onderwijs dat op basis van publiek-private samenwerking wordt gerealiseerd. Het contract voor het DBFM-project (Design, Build, Finance en Maintenance) voorziet in de beschikbaarheid van het schoolgebouw gedurende een periode van dertig jaar.

Op 22 december is het contract getekend door de gemeente Den Haag, samen met de Stichting Confessioneel Onderwijs Lucas (SCO Lucas), en de Talentgroep, een combinatie van installatiebedrijf Imtech, de bouwonderneming Strukton en het schoonmaakbedrijf ISS Facility Services. Augustus dit jaar moet de school opengaan.

Uit de evaluatie van Ernst & Young blijkt dat pps bij het project tot meerwaarde leidt, zowel financieel als kwalitatief. Met als belangrijkste meerwaarde de kwalitatief hoogwaardige oplossingen bij de huisvesting. Het pilotkarater van het project heeft wel geleid tot vertraging. De onderzoekers verwachten dat die vertraging bij toekomstige pps-projecten een stuk kan worden teruggedrongen.

Leerervaring

Als belangrijke �leerervaringen� van de pilot noemen de onderzoekers onder meer het inzicht dat bepaalde risico�s niet, of alleen tegen hoge kosten, overdraagbaar zijn aan private partners. Verder hebben in het geval van Montaigne de budgetten van gemeente en SCO Lucas een dominante rol gespeeld, terwijl vanuit een oogpunt van prijs/kwaliteitsverhouding de �Publieke Sector Comparator� (PSC, een referentiewaarde waarmee biedingen van private partijen tijdens de aanbesteding kunnen worden vergeleken) veel meer centraal zou moeten staan.

Ook bleek het ambitieniveau hoog te liggen in relatie tot het beschikbare budget. Hoewel hiervoor bewust is gekozen om de grenzen van het optimaal haalbare af te tasten, is het volgens de onderzoekers voor een efficiënt procesverloop raadzaam om ambities, PSC en beschikbare budgetten beter op elkaar af te stemmen.

Voor de toepassing van pps is volgens Ernst & Young een omzet van 12 miljoen euro zo�n beetje de ondergrens. De onderzoekers bevelen dan ook aan de mogelijkheden te onderzoeken van verbreding en bundeling van onderwijshuisvestingsprojecten. Ook zou combinatie van scholenbouw en andere publieke functies en/of commercieel exploiteerbare functies moeten worden bekeken.

Omdat het huidige bekostigingssysteem van de onderwijshuisvesting, waarbij de budgetten voor bouw en onderhoud gescheiden zijn, inefficiëntie in de hand werkt, zou bekeken moeten worden in hoeverre dit systeem kan worden aangepast. Op die manier is meer aandacht voor de levenscyclus van een project mogelijk.

Ook in het algemeen hebben de onderzoekers nog wat adviezen op het gebied van pps. Zo zou de discussie over de specificatie van de gewenste dienstverlening, de beoogde risicoverdeling en de financiële uitgangspunten, afgerond moeten zijn voordat aan de onderhandelingen met de private partijen wordt begonnen.

Verder moet de selectie van private consortia niet te rigide gebeuren. Een enigszins pragmatische benadering van de selectie-eisen (minder groot detailniveau, gebruik van eigen verklaringen) is nodig, zonder dat uiteraard de zorgvuldigheid in het geding komt.

Ook de publiek-publieke samenwerking vereist constante aandacht, aldus de onderzoekers. Zo moet worden gezorgd dat iedereen op één lijn zit. Vooral ook een vroegtijdig overleg met de Welstandcommissie en het gezamenlijk opstellen van stedenbouwkundige gunningscriteria zijn daarbij belangrijk.

Als adviseur was ook Grontmij betrokken bij het pps-project Montaigne Lyceum. Onder meer ging het daarbij om de vraag welke producten en diensten in het pps-pakket zouden worden opgenomen. Ook bood Grontmij ondersteuning bij de onderhandelingen tussen opdrachtgever en marktpartijen. Onder meer kon door scherp te onderhandelen een bovenmodale theaterzaal worden gerealiseerd, en ontstond de mogelijk op het dak van de school een kas te realiseren waarin leerlingen praktijkproeven kunnen uitvoeren voor biologie en scheikunde.

Huidig bekostigingssysteem scholen werkt inefficëntie in de hand

Reageer op dit artikel