nieuws

Blijf elkaar vooral wijzen op kansen IFD

bouwbreed Premium

Bij de start van IFD Bouwen in 1999 had Dick van Well nauwelijks een voorstelling bij het begrip Industrieel, Flexibel en Demontabel (IFD) Bouwen. Dat is inmiddels wel anders. Verder dan het beeld van het stapelen van containerunits en geprefabriceerde bouwelementen, kwam ik niet. Op dat moment had ik nooit kunnen vermoeden dat een paar […]

Bij de start van IFD Bouwen in 1999 had Dick van Well nauwelijks een voorstelling bij het begrip Industrieel, Flexibel en Demontabel (IFD) Bouwen. Dat is inmiddels wel anders.

Verder dan het beeld van het stapelen van containerunits en geprefabriceerde bouwelementen, kwam ik niet. Op dat moment had ik nooit kunnen vermoeden dat een paar jaar later twee Dura Vermeer-projecten de IFD-status van demonstratieproject zouden verwerven. De eerste betrof een nieuw kantoorgebouw voor Unilever Nederland in Rotterdam, beter bekend als De Brug. Het tweede was een demonstratiemodel van een drijvende kas in Naaldwijk. Twee projecten die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hadden, maar bij nadere beschouwing veel met elkaar gemeen hebben. Beide zijn grensverleggende voorbeelden van multifunctioneel en meervoudig ruimtegebruik en zijn een product van onze visie op dit thema.

In de visie van Dura Vermeer is meervoudig ruimtegebruik meer dan het louter fysiek stapelen van functies alleen. De werkelijke meerwaarde ontstaat wanneer functies elkaar versterken en nieuwe samenwerkingsverbanden ontstaan. We hebben ook een duidelijk mening over het proces dat nodig is om dergelijke nieuwe concepten te vertalen naar concrete projecten. Het IFD-programma kan hierbij net dat zetje geven dat nodig is.

Bij het Unilever-kantoor trad Dura Vermeer buiten de paden van het traditioneel denken en besloot een kantoor te presenteren dat dertig meter boven het fabriekscomplex zweeft. In een vroeg stadium werd duidelijk dat het ontwikkelingsconcept alleen was uit te voeren wanneer de bouw van De Brug op industriële en flexibele wijze kon worden aangepakt. Zo werd het staalskelet van de constructie onder geconditioneerde omstandigheden gefabriceerd in de werkplaats. Een groot voordeel was dat we het staalskelet konden bouwen op een terrein naast de fabriek waardoor het 24-uurs productieproces in de fabriek niet werd verstoord.

Ook het demonstratieproject van de drijvende kas vindt zijn oorsprong in onze visie op meervoudig ruimtegebruik. Klimaatveranderingen, bodemdaling en verstedelijking maken een nieuwe aanpak in het waterbeleid noodzakelijk met verstrekkende gevolgen voor hoe Nederland de komende jaren gaat worden ingericht en hoe er gaat worden gebouwd. Water zal in deze nieuwe aanpak een fors beslag leggen op onze schaarse ruimte. Dura Vermeer ziet hierin een uitdaging. Een uitdaging die we hebben opgepakt en vertaald in interne innovatieprogramma�s. Door het water te gebruiken als drager van functies worden twee vliegen in één klap geslagen. Enerzijds waterberging en anderzijds ruimte voor wonen, werken en recreëren. Dit betekent dat we naast de traditionele manieren van bouwen ook waterbestendig moeten bouwen. Dit vraagt om een innovatieslag waarbij flexibiliteit een sleutelwoord is. Kantoor De Brug en de drijvende kas zijn binnen ons bedrijf voorbeelden van innovatie en een andere manier van bouwen. Zonder een industriële en flexibele benadering van het ontwikkelingsconcept waren naar mijn idee deze projecten er nooit gekomen. Blijft natuurlijk de vraag wat wij van De Brug en de drijvende kas leren, behalve de geweldige exposure die Dura Vermeer voor de projecten heeft ontvangen. Het allerbelangrijkste is dat wij uit deze projecten lering trekken voor de toekomst en het geleerde ook toepassen bij de ontwikkeling van nieuwe producten. Het is hard nodig dat de bouw blijft innoveren en daarbij kijkt naar andere technieken en mogelijkheden van productie. In het demonstratieproject drijvende kas hebben wij bijvoorbeeld samen met onze partners geleerd hoe in de praktijk een sterk en financieel concurrerend drijflichaam het beste kan worden gebouwd. Daarbij is �doen� en het op kleine schaal experimenteren belangrijk.

Waterbestendig

Dura Vermeer gebruikt de ervaringen in Maasbommel (waar we 46 drijvende en amfibische woningen realiseerden) en Naaldwijk momenteel om ons PCS-woningbouwconcept waterbestendig te maken. Woningen die bestand zijn tegen wisselend grondwaterpeil en daarmee bij uitstek geschikt zijn voor gebieden met wateroverlast, buitendijkse gebieden en voor gebieden die incidenteel gecontroleerd onder water worden gezet.

Ik gaf al aan dat de I en de F uit IFD in toenemende mate innovatief bouwen zullen gaan kenmerken. Bij de D van Demontabel heb ik een minder scherp beeld. Waarom? Ons land heeft de cultuur een woning of kantoor voor een langere periode neer te zetten. Het denken in termen van �life cycle cost benadering� is in ons land – in Amerika is dat bijvoorbeeld totaal anders – nog geen gemeengoed. Het is wel een heel interessante gedachte die mijn inziens nog te weinig aandacht krijgt in ons land. Een levenscyclusbenadering vraagt naar mijn idee om een cultuuromslag. We kunnen ons allemaal herinneren hoe in de jaren �70 de houtskeletbouw in ons land werd geïntroduceerd. Het heeft echter nooit een hoge vlucht genomen, terwijl het feitelijk een prachtig product is om mee te werken met een groot aantal industriële, flexibele en hergebruikaspecten. Alleen wij Nederlanders associëren het door de gebruikte materialen niet met de degelijkheid en duurzaamheid van een stenen woning. In die zin liggen er voor de bouw in het algemeen en IFD in het bijzonder nog een grote kansen en uitdagingen. We moeten elkaar er wel op blijven wijzen waar ze liggen.�

Ing. Dick van Well

Voorzitter raad van bestuur van Dura Vermeer Groep NV

Na zeven jaar wordt het demonstratieprogramma Industrieel, Flexibel en Demontabel Bouwen afgesloten. SEV Realisatie organiseerde de werving en selectie, begeleidde de uitvoering van het programma en volgde de demonstratieprojecten intensief. Geslaagde en soms uiteindelijk minder geslaagde voorbeelden kregen een podium om zich te profileren en te tonen wat zij onder IFD Bouwen verstaan en wat de klant, het milieu en de bouwkolom er aan hebben.

In totaal 92 projecten werden met een demonstratiestatus en een subsidie beloond, waarvan er inmiddels bijna 60 zijn opgeleverd. In de aanloop naar het slotseminar op 4 april aanstaande tijdens de BouwRAI vertellen zeven toonaangevende specialisten uit de bouwsector en daarbuiten wat het thema IFD bouwen voor hen betekent en wat ze nog te wensen hebben.

Dit is de tweede bijdrage in een reeks van zeven. De eerste bijdrage �Flexibel Bouwen: van hobby naar noodzaak� van ir. Else Bezemer-Bijl en Martinus Verweij verscheen in Cobouw, 17 februari 2006 (nummer 34). Reacties zijn welkom bij ifd@sev-realisatie.nl of bij m.v.duijn@sdu.nl.

SEV Realisatie organiseert ter afsluiting van het IFD-programma het slotseminar ´De oogst van IFD-Bouwen´. Het seminar heeft plaats op 4 april 2006, de openingsdag van de BouwRAI. Voor meer informatie:(070) 364 87 03 of www.rostra.nl.

Reageer op dit artikel