nieuws

Vertraging en bouwtijdverlenging

bouwbreed Premium

Een van de onderwerpen die in de jurisprudentie van de Raad het meest aan bod komt is de vraag of de bouwtijd is overschreden en in het verlengde daarvan welke dagen als werkbaar of onwerkbaar moeten worden beschouwd. Een uitspraak van de Raad van 18 oktober vorig jaar (RvA 18 oktober 2005, nr. 27.199) is […]

Een van de onderwerpen die in de jurisprudentie van de Raad het meest aan bod komt is de vraag of de bouwtijd is overschreden en in het verlengde daarvan welke dagen als werkbaar of onwerkbaar moeten worden beschouwd. Een uitspraak van de Raad van 18 oktober vorig jaar (RvA 18 oktober 2005, nr. 27.199) is een mooi voorbeeld van een dergelijk geschil.

Partijen sluiten in december 2000 een koop-/aannemingsovereenkomst met betrekking tot een appartement. In artikel 5 van de koop-/aannemingsovereenkomst is bepaald dat ondernemer zich verbindt het privé-gedeelte �binnen 250 werkbare werkdagen na het gereedkomen van de woonverdiepingsvloer niveau 0 = peil = begane grond vloer�, geheel gereed voor bewoning op te leveren. Dit peil is bereikt op 30 augustus 2000. Het privé-gedeelte is op 13 februari 2003 opgeleverd. De vraag is nu, samengevat, óf en zo ja met hoeveel dagen de bouwtijd is overschreden.

Volgens de opdrachtgever is de bouwtijd met 91 dagen overschreden. Ondernemer betwist dit. Hij beroept zich op bouwtijdverlenging in verband met een algemene werkstaking en een abnormale storm en 46 onwerkbare werkdagen vanwege het weer.

Wat is nu het oordeel van arbiter ten aanzien van de telling van het aantal werkbare of onwerkbare dagen? Arbiter stelt voorop dat nu het aantal werkdagen dat in de periode tussen de start van de bouw (30 augustus 2000) en de oplevering (13 februari 2003) valt, het overeengekomen aantal van 250 werkdagen overstijgt, het in beginsel aan ondernemer is om aan te tonen dat geen sprake is van een overschrijding van de bouwtijd.

Ondernemer heeft zich beroepen op 39 vakantie-, feest- en collectieve roostervrije dagen. Een discussiepunt tussen partijen is of carnaval 2 of 3 (feest)dagen duurt. Ondernemer overlegt een nieuwsbrief van de ondernemingsraad. Hieruit volgt dat als roostervrije dagen voor 2002 zijn vastgesteld de carnavalsdagen 11 tot en met 13 februari. Arbiter acht hiermee voldoende aangetoond dat carnaval 3 dagen telt en dat gedurende de periode van de bouw in totaal 39 dagen als vakantie-, feest- en collectieve roostervrije dagen hebben te gelden.

Ondernemer doet een beroep op termijnsverlenging veroorzaakt door een algemene werkstaking. Hij claimt in totaal 25 stakingsdagen. Opdrachtgever betwist dat er meer dan twee dagen op de bouw van zijn appartementengebouw is gestaakt. Volgens hem is alleen maar sprake geweest van lokale en verspreide prikacties. Ook de twee wel erkende stakingsdagen dienen volgens opdrachtgever voor risico van de ondernemer te blijven.

Arbiter stelt voorop dat in beginsel stagnatie als gevolg van een landelijke staking een beroep op termijnsverlenging rechtvaardigt. Reeds in eerdere geschillen is erkend dat zich begin 2002 een landelijke staking in de bouw heeft voorgedaan. Ondernemer heeft genoegzaam aannemelijk gemaakt dat als gevolg hiervan het grootste deel van de werknemers niet werkzaam was, dan wel vanwege de onrust onvoldoende productie leverde. Arbiter erkent daarmee een termijnsverlenging van 23 werkdagen.

Voorts beroept ondernemer zich op een storm met orkaankracht op zondag 27 oktober 2002 waardoor veel schade aan de gevel van appartementengebouw is ontstaan. Een groot deel van het dak en de gevel moest dientengevolge worden vervangen. Omdat voor nieuwe materialen een levertijd gold en die materialen gedemonteerd en vervangen moesten worden is er een vertraging opgetreden van 13 werkdagen, aldus ondernemer.

Opdrachtgever is van mening dat het niet zo kan zijn dat gedurende 13 werkdagen geen andere werkzaamheden aan het appartementencomplex konden worden verricht. Arbiter stelt voorop dat vast staat dat een zware storm heeft plaatsgevonden. Op dat moment was het gebouw glas- en waterdicht. Voor arbiter staat echter vast dat aan de gevel- en dakconstructie van het gebouw schade is ontstaan met grote consequenties voor de waterdichtheid van de gevel. Door de gehanteerde constructie heeft de beschadiging grotere consequenties gehad dan bij een standaardgevel. Op grond hiervan acht arbiter aannemelijk dat de bouw als gevolg van de storm is vertraagd. Aan ondernemer komt dan ook termijnsverlenging toe.

Arbiter houdt er ook rekening mee dat het appartement onderdeel uitmaakt van een totale bouwstroom en daar dus niet los van kan worden gezien. Omdat ondernemer echter onvoldoende heeft geconcretiseerd welke gevolgschade zich heeft voorgedaan en hij daarmee onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het werk gedurende 13 werkdagen stil heeft gelegen, begroot hij de termijnsverlenging in billijkheid op 9 werkdagen.

De meest voor de hand liggende oorzaak voor een onwerkbare dag is slecht weer. Van onwerkbaar weer is sprake als op een dag gedurende ten minste vijf uur door het grootste deel van de werknemers of machines niet kan worden gewerkt. Discussiepunt in veel geschillen is vaak aan de hand van welke gegevens men mag vaststellen dat sprake was van een onwerkbare werkdag.

Ondernemer onderbouwt zijn stelling dat vertraging is ontstaan door slecht weer met een zelf bijgehouden overzicht van onwerkbare dagen. Arbiter is van oordeel dat dit onvoldoende is. In het overzicht staan hele en halve dagen als onwerkbaar aangemerkt, waarbij is aangegeven om welk soort verlet het gaat. Onbekend is echter welke criteria daarbij zijn gehanteerd. Arbiter baseert zich daarom op de gegevens van het KNMI van weerstation A. Ondernemer heeft zelf de gegevens van B overgelegd ter onderbouwing van zijn overzicht. Arbiter is echter van oordeel dat alhoewel A iets verder weg ligt, niet uit te sluiten is dat de gegevens van dit weerstation voor de bouwplaats in C betrouwbaarder zijn. Tussen deze beide plaatsen liggen niet twee grote rivieren, zoals tussen B en C wel het geval is.

Is de woning �dicht� dan veroorzaakt slecht weer geen onwerkbare werkdag meer. De werkzaamheden binnen kunnen immers nog worden uitgevoerd. Ook in dit geschil strijden partijen over de datum waarop de woning dicht was. Ondernemer stelt dat hij tot in januari 2003, dus tot vlak voor de oplevering last heeft gehad van onwerkbaar weer. Dit komt volgens hem omdat het privé-gedeelte van opdrachtgever pas kon worden opgeleverd op het moment dat de toegang tot het gebouw ook gereed was. Dit was afhankelijk van het aanleggen van drainages, de trottoirs en de afsluitbaarheid van het parkeerdek. Arbiter acht het door ondernemer gestelde niet aannemelijk gemaakt.

Uiteindelijk komt arbiter uit op een overschrijding van de bouwtijd met 38 kalenderdagen. De gefixeerde schadevergoeding bedraagt volgens de overeenkomst 5/10 promille van de aanneemsom, zijnde 116,85 euro per kalenderdag. Hetgeen betekent dat ondernemer ter zake een boete van 38 x 116,85 = 4.440,30 euro verschuldigd is.

Mr. E.M. Bruggeman

Stafmedewerker Instituut voor

Bouwrecht (IBR), Den Haag

EmBruggeman@IBR.NL

Voor meer bouwrechtelijke actualiteiten, jurisprudentie, vakliteratuur en regelgeving zie ook de website van het IBR: www.ibr.nl/actueel.

Reageer op dit artikel