nieuws

Rijkswaterstaat en de markt gaan leren van de Britten Vier pilots

bouwbreed Premium

Hoe leer je op districtsniveau een innovatief onderhoudscontract afsluiten? Hoe regel je dateen onderhoudsbeurt voor het asfalt ook daadwerkelijk de weginstallaties meeneemt? Door te kijken hoe anderen het doen. Overheid en markt moeten veel meer samen best practices ontwikkelen. Rijkswaterstaat gaat bij onderhoud en verkeersmanagement intensiever leren van enmet andere Europese landen. Maandag 30 januari aanstaande tekent Bert Keijts daarom een samenwerkingsovereenkomst met Archie Robertson, de CEO van de Britse Highways Agency.Op 1 februari volgt een partnering-overeenkomst met de marktpartijen Atkins en Grontmij. En vier pilots starten diezelfde dag in Nederland.

Rijkswaterstaat wordt zakelijker en dus professioneler. We staan nu halverwege de uitvoering van ons Ondernemingsplan, waarbij het principe “Markt�tenzij” geldt. Het nieuwe Partnerprogramma Infrastructuur Management (PIM) helpt ons bij de invoering van een andere werkwijze en betere aansturing in de districten.

We willen in 2008 een weerbare organisatie zijn. Een echt bedrijf dat zich kan meten met de markt. Het partnerprogramma verbetert de primaire processen van Rijkswaterstaat voor beheer, onderhoud en verkeersmanagement. Inclusief de relaties met anderen: binnen het ministerie, de gebruikers en de marktpartijen. De andere focus geldt ook voor het centrale apparaat en de regionale diensten. De districten geven aan wat moet veranderen en wat goed gaat.

Het project PIM is een �training on the job�. Op de werkvloer van de districten de doelen realiseren van het Ondernemingsplan. Zodat het ons toevertrouwde geld van de burger slimmer en effectiever wordt besteed.

De omslag betekent bijvoorbeeld dat we veel meer uniform inkopen, niet apart per district. Dat bespaart geld, zorgt voor gewenste uniformering en vergroot de herkenbaarheid. We willen nadrukkelijk private partijen betrekken in de werkprocessen. Publieke partijen doen immers maar een deel van de werkzaamheden. Alléén kunnen we er niet voor zorgen dat de hele bedrijfskolom zich veel sterker richt op de wensen van de eindgebruiker. Overheid en markt moeten samen optrekken, best practices vaststellen. En investeren in effectieve en efficiënte manieren van werken. Zodat ze allebei de beste kwaliteit leveren. Vandaar dit programma: we willen kennis in de hele keten mobiliseren, ons voordeel doen met internationale benchmarking. In vier pilots (zie kader) worden best practices ontwikkeld. Hun aanpak en ervaringen, positief en negatief, beoordelen we zorgvuldig. Waar lessen kansrijk zijn voor landelijke invoering, gaan we na onder welke voorwaarden dat kan. Het moet doortikken in de hele productieketen.

Hoe kan ik mijn klantgerichtheid verbeteren? Ik merk dat medewerkers van Rijkswaterstaat hier enthousiast van raken, maar we hebben nieuwe routine nodig die de gebruiker centraal stelt. In Engeland steekt de werkvloer veel energie in het bedienen van de gebruiker. Met tijd en aandacht, doorvragen wat de klant bedoelt. Dat geschiedt sinds tien jaar geleden, de Highways Agency werd gevormd: een efficiënte overheidsorganisatie, die beheer, onderhoud en management uitbesteedt aan marktpartijen als Atkins. Buitenlandse ervaringen maken het ons gemakkelijker. Van ons kunnen anderen ook leren. Nederland is één van de eerste landen die verkeersmanagement op nationale schaal hoog op de agenda zet.

We hebben het meest druk bereden wegennet ter wereld. Alle hulpmiddelen op het gebied van ICT en communicatie gaan we daarvoor inzetten. En we vergroten de zichtbaarheid van medewerkers die de gebruiker kunnen helpen. Niet alleen wij, ook de marktpartijen moeten veranderen. We verlangen van hen dat ze meebewegen. Nederlandse marktpartijen moeten nog veel leren: zich echt inleven in de consument, de klant. Ik voorzie dat best practices alleen op Europees niveau zijn te realiseren.

Ik ben daarom blij dat Bouwend Nederland en de ONRI nauw betrokken zijn bij het project. Maar ook, heel belangrijk, steunt de Groepsondernemingsraad van Rijkswaterstaat het programma. Het gaat om het leren en niet om buitenlandse methoden zomaar over te nemen.

Het programma wordt uitgevoerd binnen het afgesproken Ondernemingsplan. We willen samen met de marktpartijen afspraken maken, vernieuwingen doorvoeren. Impasses doorbreken, daar waar beide kanten teveel op elkaar zitten te wachten.

Cultuurverandering

Het programma beperkt zich voorlopig tot een Brits-Nederlandse samenwerking. Mogelijk wordt de coalitie nog vergroot met een Vlaamse inbreng. De ervaringen, daar opgedaan met de aanpak van de reconstructie van de Ring van Antwerpen, zouden prachtig aansluiten bij onze ambities. Alle partners en de buitenwacht, inclusief de marktpartijen, kunnen optimaal profiteren van PIM. We hanteren de methode van een glazen huis. Ook de partners doen daaraan mee. Iedereen kan meekijken. Natuurlijk komt daarbij geen informatie op straat die betrekking heeft op personen of die bedrijfseconomisch gevoelig ligt. Maar overheid en markt moeten zich in het partnerprogramma kwetsbaar durven opstellen. Fouten maken mag, maar we moeten er wél van leren. De maatschappij verlangt robuuste kwaliteit en transparantie. Dat vereist cultuurverandering, zowel bij overheidsorganisaties als marktpartijen. Mede daarom is de basishouding bij PIM: maximale openheid. Via de website www.projectpim.nl, en met onder meer workshops en symposia. Op 1 februari 2006 gaat de website de lucht in en starten de Nederlandse pilots. De eerste week van februari kijken veertig collega�s uit de pilots in Engeland hoe hun collega�s functioneren. De eerste Britten lopen al bij ons rond.

Bert Keijts

Directeur-generaal Rijkswaterstaat,

Het Partnerprogramma Infrastructuur Management (PIM), zie www.projectpim.nl, wil primaire processen van Rijkswaterstaat verder optimaliseren en het beoogde publieksgericht netwerkmanagement nader invullen. Door de komende jaren te leren van andere (weg)beheerders en de markt, nationaal en internationaal. Het gaat om interne- en externe relaties van de partners waarbij zij elkaar een blik in de keuken gunnen.

Er zijn vier pilots:

– -In het district Zwolle staat onder meer een klantgerichter rol voor de verkeersinspecteur centraal; het vinden van de balans tussen service verlenen en efficiency;

– -In district Haaglanden het asset-management en planmatig meerjarig onderhoud; de balans tussen kosteneffectief opereren en wegen maximaal voor de gebruiker openstellen;

– -De verkeersmanagementcentrale De Wijde Blik wil betere doorstroming, meer reizigersinformatie, nog adequater routes aanbieden;

– -In het district Zeeuwse Delta een contractvorm vinden voor variabel en vast onderhoud met verschillende disciplines bij het netwerkgeoriënteerd inkopen op vaarwegcorridor Krammersluizen-Hansweert.

Een kernteam, onder leiding van Ben Spiering, coördineert het programma en begeleidt de pilots. Er is een begeleidingscommissie met de Hoofdingenieur Directeur voor Zuid-Holland, Fred Heuer, als voorzitter. Hierin zijn de belangrijkste geledingen van Rijkswaterstaat vertegenwoordigd. De groep volgt de pilots en beoordeelt de resultaten. Bepaalt of de leerervaringen, positief of negatief, de moeite waard zijn en kansrijk om landelijk in te voeren. Een CEO-overleg bestaat uit Bert Keijts en bestuursvoorzitters of -leden van Highways Agency, Atkins en Grontmij. Een wetenschappelijk consortium evalueert het project en zorgt voor monitoring. Deelnemers: TU Twente, TU Delft, het Imperial College (Londen), de Manchester Business School en de Universiteit van Leuven.

Reageer op dit artikel