nieuws

Sociale innovatie voer je niet zomaar eventjes in

bouwbreed

Sociale innovatie staat in de schijnwerpers. En dit geldt ook voor de bouw. Meer dan terecht omdat het een welhaast vergeten dimensie van management is. Met alle aandacht in de media kun je niet anders dan blij zijn, omdat sociale innovatie een kritische succesfactor voor bedrijven is. Echter, omdat het zon breed begrip is, zie je verschillende interpretaties. Jan de Koning heeft daar geen bezwaar tegen, mits men er geen technocratische aanpak van maakt. Het zijn immers mensen van vlees en bloed die elke nieuwe innovatie, technisch én sociaal, moeten uitvoeren.

Minister Brinkhorst van Economische Zaken wil dat het bedrijfsleven meer werk maakt van sociale innovatie. Het wordt omschreven als het zodanig inrichten van een organisatie, dat werknemers worden gestimuleerd tot betere prestaties. Een cultuur waarin uitblinken de norm is.

Brinkhorst had het onderwerp begin 2005 al aangeroerd bij de tweede Industriepoort en recent bij de presentatie van een rapport dat is aangeboden aan de Stichting van de Arbeid, de SER en de Tweede Kamer. Tot zover niets dan lof. Het beste uit mensen halen is en blijft bepalend voor het succes van bedrijven. Met sociale innovatie lukt dat. Sterker, zonder de aandacht voor sociale en organisatorische factoren, komt er weinig terecht van technische of economische innovaties. Dit stelde organisatiesocioloog prof.dr. J.C. Looise van de Universiteit Twente tien jaar geleden in zijn oratie �Sociale Innovatie moet, maar hoe?�. Hij omschreef sociale innovatie als de doelbewuste ontwikkeling van personeel en organisatie. Veel innovaties mislukken door de geringe betrokkenheid of te weinig aandacht voor training en opleiding van medewerkers. Talent, kennis en ervaring worden marginaal benut.

Het is onbegrijpelijk dat in veel managementfilosofieën de sociale kant wordt verwaarloosd, zo stelde Looise. Beheersing van medewerkers staat meestal voorop, waar het autonomie en zelfontplooiing zouden moeten zijn. Sociale innovatie moet dan ook van binnenuit een bedrijf komen, vanuit een vertrouwensbasis tussen management en personeel. Het vraagt om visionair management en verantwoordelijke medewerkers. Een management dat bereid is de eigen machtspositie ter discussie te stellen. Hierin ligt ook mijns inziens de kern van sociale innovatie.

Sociale innovatie die voortkomt uit goed sociaal beleid dat niet langer incidenteel aanpassingsbeleid maar structureel veranderingsbeleid is. Helaas zag ik al bij de eerste reacties op sociale innovatie dat men niet tot deze kern doordringt. Partijen interpreteren het passend in hun eigen straatje. De minister noemde weliswaar de vernieuwing van de arbeidsorganisatie, creativiteit en kenniscirculatie, maar al gauw werd vooral gesproken over zaken als arbeidstijdenmanagement en leeftijdbewust personeelsbeleid. Het bedrijfsleven voegde daar meteen termen als flexibiliteit en concurrentiekracht aan toe.

Eind 2004 heeft de AWVN, de werkgeversorganisatie met in totaal één miljoen werknemers, een Manifest Sociale Innovatie opgesteld, met daarin negen bouwstenen voor een hogere arbeidsproductiviteit en meer arbeidsparticipatie. Ook hierbij kwamen praktische zaken als flexibel rooster, resultaatgerichte beloning en moderne arbeidsverhouding snel boven drijven. Allemaal prima, maar ik wil waarschuwen dat men de kern van sociale innovatie niet moet vergeten in al die praktische zaken. De creativiteit, kenniscirculatie en ontwikkeling van personeel en organisatie zijn feitelijk nóg belangrijker. Alleen via modern personeelsbeleid komt dit binnen handbereik. Zo vindt ontsluiting van kennis plaats. Het is goed te constateren dat veel bouwondernemingen de minister voor zijn. Zeker in de bouw is er bijvoorbeeld een sterke betrokkenheid tussen bedrijfsleven en onderwijs, inclusief vele opleidingsinstellingen die bouwgerelateerd zijn.

Toch mag de prangende vraag worden gesteld of bedrijven in hun te voeren personeelsbeleid wel voldoende investeren in sociale innovatie, alsmede of opleidingsinstituten hun inhoudelijke programma�s voldoende hebben afgestemd op sociale innovatie? Wanneer het sociaal beleid van de onderneming moderniseert, biedt dit medewerkers de ruimte om zichzelf te ontplooien. Leuk als dit gebeurt op initiatief van de werkgever, maar nog beter is het wanneer gelijktijdig de werknemer gaat inzien dat persoonlijke groei en talentbenutting resulteren in meer arbeidsvreugde.

Sociale innovatie stimuleert medewerkers om te investeren in de �eigen� ontwikkeling. Wanneer dit duidelijk is, zal blijken dat steeds meer medewerkers kiezen voor continue leren. Dat is niet alleen in het belang van de onderneming maar ook van henzelf.

Gebleken is dat ondernemingen die structureel jaarlijks veel investeren in het ontwikkelen van hun medewerkers dit op termijn terugzien in de resultaten. Net zoals aangetoond is dat medewerkers die in zichzelf investeren via opleidingen en trainingen betere carrièreperspectieven hebben; ook in de bouw. Veel bedrijven kunnen via Human Resource Accounting de relatie aantonen van investeren in medewerkers en het rendement voor de onderneming en de individuele medewerker. In dit �vernieuwde� sociale beleid zou ook ruimte moeten komen voor het promoten van intern ondernemerschap.

Iedere medewerker in loondienst zou binnen het eigen functioneren het �interne ondernemerschap� mogen/moeten uitdragen. Hierbij staat het nemen van eigen initiatieven, risico nemen en verantwoordelijkheid dragen hoog in het vaandel. De genoemde elementen beperken zich niet tot leidinggevenden. Nee, iedere medewerker moet op zijn/haar plaats de ruimte krijgen om een beetje eigen ondernemer te zijn. Sociale innovatie in optima forma.

Sociale innovatie en intern ondernemerschap zijn echter niet van de ene op de andere dag ingevoerd. Met het nemen van praktische stappen als het flexibel inrichten van werkprocessen, winstdeling voor medewerkers en invloed op de bedrijfsvoering wordt het er voor de medewerkers in de bouw in elk geval steeds leuker op. Dit komt de arbeidsproductiviteit alleen maar ten goede. En later ook het uitblinken van mens en organisatie als sociale innovatie doordringt tot de kern van het bedrijf: het sociale beleid.

Jan de Koning MCM

Algemeen directeur BOB B.V.,

Waddinxveen

dekoning@bob.nl

Het beste uit mensen halen blijft

bepalend voor het succes van bedrijven

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels