nieuws

Samenwerking overeenkomen in voorfase

bouwbreed

rotterdam – Opdrachtgevers en aannemers denken te vaak pas na over de manier waarop zal worden samengewerkt als het contract is afgesloten. Dat leidt niet zelden tot gebrekkige samenwerking en vervelende claims. Beiden doen er dan ook goed aan in het voortraject al vast te stellen hoe ze willen samenwerken en pas daarna het contract af te sluiten, stelt hoofd projectmanagement ir. Marc Unger van Royal Haskoning.

Samenwerken begint met respect en strandt op gebrek aan vertrouwen, is de ervaring van Unger. Ontbreken van vertrouwen tussen de partners in een samenwerking zorgt voor onzekerheid.

“Projecten onzeker op de markt zetten leidt tot claims en maakt de claimafhandeling bovendien ingewikkeld. Je wilt dat alles wordt gedaan om de aannemers een serieuze bieding te laten doen. Let wel, abstracte formuleringen zoals in een programma van eisen met functionele specificaties is zeker niet onzeker”, zegt Unger.

Onderzoek van Royal Haskoning heeft aangegeven dat �opdrachtgever geeft te weinig info� op nummer 1 staat bij het ontstaan van faalkosten. An- der onderzoek naar d+c-contracten, geleid door de stichting P3BI, geeft aan dat claims ontstaan door �zachte dingen�. Harde eisen en feiten kunnen goed in het contract staan, maar er kan door andere oorzaken toch een misverstand ontstaan, vaak gevolgd door een claim.

De geschetste situatie ontstaat door de angst bij overheden om dingen fout te doen. Er is bovendien politieke druk om transparant te zijn. Unger vindt het jammer dat publieke diensten te weinig gebruik maken, of kunnen maken, van de mogelijkheden die er zijn om meer te doen met hun geld. Overheden mogen �geen geheugen� hebben. Dat wil zeggen dat goede ervaringen met aannemers niet mee mogen tellen in het gunnen van opdrachten.

“Voor onderhoud zou het handig zijn als er wel een geheugen zou zijn”, zegt Unger. Dat geldt vooral voor de technische zaken. De oplossing kan zijn het werk aan te besteden met een procedure met selectie volgens een d+c+m-contract. Daarmee gaat ervaring niet verloren. Dat is een goede oplossing mits de omvang van het onderhoudscontract goed wordt gekozen, waarschuwt Unger.

Een groter contract kan door efficiencyvoordelen tot een lage prijs leiden. Een groot contract voor onderhoud van bijvoorbeeld een weg met maaien van bermen, onderhoud van kunstwerken en onderhoud van het asfalt en de verkeerssignaleringen, vraagt om een grote aannemer die al deze disciplines in huis heeft. Daar zijn er misschien te weinig van die interesse in het werk hebben waardoor er geen concurrentie is en het risico ontstaat dat het contract te duur wordt. Groot kan wel, als het werk maar betrokken is op een beperkt aantal disciplines, die wel met elkaar te maken moeten hebben.

Aansprakelijkheid

Samenwerken in pps-verband kan stroef verlopen, of zelfs mislukken, vanwege eisen die de publieke sector stelt. Dergelijke eisen moeten in het voortraject goed worden overdacht. In de adviespraktijk bijvoorbeeld stellen overheden soms de eis dat voor een ontwerp �onbeperkte aansprakelijkheid� zal gelden. Dat heeft Unger ook aan de hand gehad. Het bureau heeft dat werk laten lopen omdat het risico onaanvaardbaar werd geacht. Een werk met �onbeperkte aansprakelijkheid� is bijvoorbeeld niet te verzekeren.

Door in het voortraject goed na te denken over de implicaties van dergelijke eisen kan de feitelijke samenwerking worden gestroomlijnd. “Nadenken over de invulling van de wil tot samenwerken is winst”, stelt Unger: “Dan hoef je dat niet meer vorm te geven als het zover is.”

Samenwerken in alliantiecontracten is een aantrekkelijke oplossing. Een onderdeel van de Betuweroute is volgens een alliantiecontract uitgevoerd. Daar is dat erg goed gegaan. Het is een contractvorm waarbij onder meer gezamenlijk aan risicomanagement wordt gedaan. Dat wil zeggen het toedelen van risico�s aan de alliantiepartijen. Oplossen van de gebeurtenis die verbonden is aan het risico wordt gedaan door degene die dat het beste kan. Maar bij samenwerken in een alliantie blijft het zo dat de alliantie het risico draagt en niet de afzonderlijke partijen.

Samenwerken is een thema waarop al jaren wordt getamboereerd. Sinds de afslanking van Rijkswaterstaat eind jaren �80 zijn de veranderende rollen van de opdrachtgever en de aannemer aan de orde. Unger heeft wel een antwoord waarom dat nu nog steeds het geval is. Volgens hem wordt het allemaal veel te ingewikkeld gemaakt.

“Het is de angst die heerst, een vrees om fouten te maken die het samenwerken van publieke opdrachtgevers en de private sector tegenwerkt. Beide partijen zouden – los van projecten – moeten werken aan het vormgeven van een goed kader voor samenwerking. Je moet, los van de formele �harde kant� in een contract, in het voortraject vaststellen hoe je met de andere bouwpartners wil omgaan. Hoe te investeren in de �zachte kant� dus. Een contract moet je daarom pas sluiten als je weet hoe je wilt gaan samenwerken. En het blijft altijd nog zo, dat samenwerking begint bij personen”, besluit hoofd projectmanagement Unger van Royal Haskoning.

�Alliantiecontracten vormen aantrekkelijke oplossing�

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels