nieuws

Provincies omarmen het Groene Hart

bouwbreed

den haag – Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht willen geld zien om het Groene Hart te kunnen redden. “Het is één minuut voor twaalf”, zei gedeputeerde L. Dwarshuis gisteren bij de aankondiging van de ontwikkelingsvisie waaraan de drie provincies samen werken.

Het ontwikkelingsprogramma dat hieruit moet ontstaan, vormt het provinciale jawoord op de in de Nota ruimte geformuleerde wens om ruimtelijk beleid zoveel mogelijk aan lagere overheden over te laten, stelde de verantwoordelijke Stuurgroep Groene Hart, waarvan Dwarshuis voorzitter is en die verder bestaat uit de gedeputeerden J.P. Lokker (Utrecht, L. van der Sar (Zuid-Holland en P. Poelmann (Noord-Holland).

“Het gaat bij de uitvoering om veel geld”, schetste Lokker gisteren de ambities. “Het is ons antwoord op de stelling van het Ruimtelijk Planbureau dat het tot nu toe niet is gelukt met het Groene Hart en dat dit ook in de toekomst niet valt te verwachten.”

Toerisme en recreatie, cultuurhistorie, natuur en waterberging worden belangrijk in de plannen. Dat betekent dat de landbouw een veer moet laten en economische activiteiten en woningbouw moeten worden ingepast in het gewenste landschapsbeeld.

“We gaan”, zei Dwarshuis, “het Groene Hart nadrukkelijker bekijken vanuit het perspectief van de stedeling; er wonen zes miljoen mensen in het gebied. Daarvoor willen we het beter toegankelijk maken. Dit betekent volgens haar ook dat de stedelijke bestuurders hierin een rol hebben. “Het is een gemiste kans geweest dat bij de ontwikkeling van de Vinex-locaties de opbrengsten wel zijn gestoken in stedelijke voorzieningen maar niet in het Groene Hart. Terwijl die wijken aan de nabijheid daarvan wel een deel van hun kwaliteit ontlenen.”

Nieuw wordt ook dat het waterpeil bepalend zal zijn voor de functie die een gebied kan krijgen, in plaats van andersom zoals eeuwenlang het geval is geweest. De gangbare intensieve landbouw blijft dan beperkt tot de hogere gronden. Op lager gelegen, nattere gronden is alleen plaats voor extensieve landbouw, in combinatie met andere functies als recreatie en natuurbeheer. Veel erg natte en inklinkingsgevoelige veenweidegebieden zullen alleen nog geschikt zijn voor natuur en waterberging.

Behalve de gemeenten, zal ook het Rijk over de brug moeten komen, gaf ze aan. De bedoeling is op op 7 november in een gesprek met minister Veerman (lanbdbouw), een aantal �icoonprojecten� voor te leggen, die als eerste moeten worden uitgevoerd om iedereen direct te laten zien dat er echt iets gebeurt. Bijvoorbeeld de aanleg van een fietspadennetwerk dat vanuit de steden het hele Groene Hart op een aantrekkelijke manier ontsluit.

“Dit programma is geen blauwdruk”, onderstreepten de gedeputeerden, “maar een ontwikkelingsrichting. Zeg maar een kwaliteitsbeeld, waarover we in discussie willen gaan.” Dat wordt de komende tijd gedaan met gemeenten en tal van maatschappelijke organisaties, maar ook individuele geïnteresseerde burgers mogen hun zegje doen. Daarna zal het worden vastgelegd in ruimtelijke plannen.

“Als het nu niet lukt, betekent dit dat we beter kunnen ophouden met het najagen van een illusie”, waarschuwde Dwarshuis.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels