nieuws

Passende mate van openbaarheid uitgelegd door Nederlandse rechter

bouwbreed

Er bestaat vaak onduidelijkheid over de vraag of aanbestedende diensten bij voorgenomen opdrachten waarop de aanbestedingsrichtlijnen niet van toepassing zijn, toch voor concurrentie moeten zorgen.

Die onduidelijkheid komt voort uit een aantal arresten van het Europese Hof van Justitie EG van de afgelopen jaren, waarin nader invulling is gegeven aan de beginselen uit het EG-verdrag (meer in het bijzonder het verbod van discriminatie naar nationaliteit).

Over een dienstenconcessie die buiten de werking van de aanbestedingsrichtlijnen valt, heeft het Europese Hof in het Telaustria-arrest (C- 324/98)geoordeeld dat de aanbestedende dienst een verplichting tot transparantie heeft. Dat houdt in dat aan elke potentiële inschrijver een passende mate van openbaarheid moet worden gegarandeerd.

Voorzieningenrechter

In het onlangs door het Europese Hof gewezen Coname-arrest (C-231/03) is dat criterium nader uitgewerkt. Het transparantiebeginsel verplicht niet tot het houden van een aanbestedingsprocedure, maar een aanbestedende dienst moet op grond van het EG-verdrag buitenlandse geïnteresseerden tijdig in staat stellen toegang te krijgen tot alle relevante informatie betreffende de te verlenen (diensten)concessie. Op welke wijze dat moet plaatsvinden, blijkt niet uit het arrest.

Onlangs heeft de voorzieningenrechter in Utrecht vonnis gewezen in een geschil over de uitbesteding door de gemeente Zeist van de exploitatie van parkeervoorzieningen. Inhoudelijk ging het om de vraag of de gemeente onrechtmatig had gehandeld door de wijze waarop zij de aanbesteding van het beheer van bepaalde parkeervoorzieningen had aangekondigd.

De voorzieningenrechter stelde vast dat de door de gemeente gesloten overeenkomst met betrekking tot het uitbesteden van het parkeerbeheer mede moest worden aangemerkt als een concessie voor dienstverlening, die niet valt onder de werkingssfeer van de aanbestedingsrichtlijnen. De gemeente was daarom bij het uitbesteden niet gebonden aan de eisen van de aanbestedingsrichtlijnen.

Uit de hiervoor genoemde uitspraken van het Europese Hof volgt volgens de voorzieningenrechter wel dat de verdragsbeginselen ook van toepassing zijn in een situatie als hier aan de orde.

Bekendmaking

De uitleg van de verdragsbeginselen door het Europese Hof kan evenwel niet leiden tot een aanbestedingsplicht voor de gemeente die geheel of nagenoeg geheel overeenkomt met de eisen van de aanbestedingsrichtlijnen.

De verdragsbeginselen brengen volgens de voorzieningenrechter mee dat de gemeente is gebonden aan zekere bekendmakingseisen en aan zekere eisen die de gelijke behandeling betreft van partijen die na bekendmaking interesse hebben getoond. De invulling van de bekendmakingseisen is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, zoals het economisch belang van de concessie, de aard van de dienst en de omvang van de markt.

Na toetsing van deze omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat de gemeente aan haar publicatieverplichtingen heeft voldaan door de stukken met betrekking tot de concessie ter inzage te leggen in de publiekshal van het stadhuis en door het betreffende raadsbesluit tijdig op haar website bekend te maken.

De voorzieningenrechter neemt in zijn uitspraak dus als uitgangspunt dat bij de uitbesteding van de onderhavige dienstenconcessie �een passende mate van openbaarheid� moet worden gegarandeerd. Wat de rechter onder �passend� verstaat is echter aanzienlijk minder verstrekkend dan velen in een geval als dit zouden hebben verwacht. Met deze uitleg van de transparantieverplichting kunnen mogelijk ook de tegenstanders van die verplichting nog wel leven.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels