nieuws

Maastricht berekent onderhoud project vooraf Mentaliteitsverandering noodzakelijk Kostenoverzicht

bouwbreed

maastricht – Beheerders van de openbare ruimte in Maastricht worden sinds drie jaar direct betrokken bij de ontwikkeling en inrichting van nieuwe projecten in wijken en buurten. Dat is niet zomaar: eenmaal opgeleverd, wil de gemeente de kwaliteit van een project jarenlang garanderen. Daarom wordt vooraf berekend wat het project gaat kosten aan onderhoud en beheer.

Het kan gaan om vragen waar anders niet bij stil werd gestaan. De vraag of een straat in de binnenstad beklinkerd of geasfalteerd moet worden, is mede afhankelijk van de vraag wat het onderhoud gaat kosten. Want dat onderhoud kan de begroting later vervelend beïnvloeden. Ook wordt gekeken naar veiligheidsaspecten: brengt een bepaalde inrichting van een plein of buurt onveilige situaties met zich mee?

Uniek voor Nederland is dat Maastricht werkt met fotoboeken en beeldbestekken. Er worden foto�s gemaakt van straten, pleintjes, wijken en buurten, waarbij zowel de lelijke als de mooie plaatjes in beeld komen. Aan de hand van die foto�s overlegt de gemeente met de 45 wijkteams over verbeteringen. Die wijkteams vormen de schakel tussen de gemeente, wijkagenten, welzijnswerk, corporaties, winkeliers en bewoners. Deze wijkteams dragen ideeën aan die van invloed zijn op de planning van beheer en onderhoud.

Sinds 2002 trekt de gemeente Maastricht jaarlijks structureel 3,6 miljoen euro extra uit in het kader van het beleidsplan IBOR, het Integraal Beheer van de Openbare Ruimte.

Een bewuste keuze, legt wethouder Han Hoogma (CDA, Stadsbeheer) uit. “We garanderen de bewoners een basiskwaliteit die hun leefomgeving mooi, leefbaar en veilig moet maken, en daarvoor zitten we met de burgers om tafel. Het mes snijdt aan twee kanten. We maken ermee duidelijk dat de openbare ruimte niet alleen een zaak van de overheid is, maar dat de burgers daarin ook een verantwoordelijkheid hebben. Daarmee bevorderen we de zorg van de mensen voor hun eigen woonomgeving”.

Al bij de aanbesteding van onderhoudsprojecten brengt de gemeente in beeld hoe de nieuw geplande openbare ruimte eruit moet gaan zien, en vooral ook eruit moet blijven zien. “We leveren een fotoboek of beeldbestek aan de aannemer, die moet ervoor zorgen dat we het gewenste beeld ook te zien krijgen”, zegt projectleider Fons Bonnemayer van IBOR. “Hoe de aannemer dat doet, is zijn zaak”.

Maastricht is ingedeeld in vijf soorten milieus, die aan daarbij behorende kwaliteiten moeten voldoen. Het gaat om de binnenstad, de woonbuurten, de bedrijventerreinen, de groengebieden en de hoofdverkeersassen.

Basiskwaliteit

In 2008 moet overal de door de raad vastgestelde en vervolgens door de burgers getoetste basiskwaliteit bereikt zijn. Die kwaliteit wordt gemeten naar vier waarden op het gebied van techniek (technische staat en veiligheid en onderhoudbaarheid), milieu, gebruik (onder meer flexibiliteit en functionaliteit) en beleving (beeldkwaliteit, betrokkenheid, veiligheid en netheid).

Om die waarden te meten werkt Maastricht sinds kort met een landelijk unieke buurtmonitor, die al is uitgetest in de wijken Limmel en Nazareth. Limmel kreeg op die manier vorig jaar een nieuw dorpsplein, de wijk Nazareth kreeg extra parkeerplaatsen, hier staat een nieuw gemeenschapshuis op de planning.

In oktober gaat de buurtmonitor ook in de overige Maastrichtse buurten van start.

Daarbij worden mensen uit de buurt bij elkaar geroepen, ze krijgen foto�s te zien en een korte uitleg, waarop ze zelf kunnen aangeven wat er bij beheer en onderhoud in hun buurt zou moeten veranderen. Vervolgens wordt bekeken wat ze zelf zouden kunnen doen, en wat onder de verantwoordelijkheid valt van gemeente, woningcorporatie of andere partijen. De gemeente zorgt er dan voor dat alle activiteiten worden gestroomlijnd en de aanpak gecoördineerd plaatsvindt.

“Toen we in 2002 een nulmeting deden bleek dat het niet goed was gesteld met de netheid in buurten”, zegt Bonnemayer. “Via de monitor kijken we hoe het er nu voor staat en wat er nog moet gebeuren. We horen van mensen uit andere plaatsen in Nederland, dat Maastricht een heel schone en nette stad is geworden”.

Volgend jaar gaat de gemeente de burgers laten zien wat er allemaal komt kijken bij onderhoud en beheer. “Mensen klagen dat bijvoorbeeld de tegels scheef liggen”, legt Hoogma uit. “Wij laten hen dan zien hoe dat komt en wat herstel betekent, want het is natuurlijk nooit alleen maar die tegels even rechtleggen.”

Via IBOR wil Maastricht zorgen voor een schone en daardoor veilige omgeving. Dat vereist vaak een mentaliteitsverandering, aldus wethouder Stadsbeheer Han Hoogma. “Zolang de kroegbazen in de binnenstad vinden dat ze overtollig vet in het riool kunnen laten lopen, schieten we niks op”, zegt Hoogma. “Hetzelfde geldt voor mensen in buurten, die hun carterolie de put in werken”.

Belangrijk is dat de gemeente sinds IBOR vraaggericht werkt. “Vroeger maakten we zelf een jaarplanning los van de vraag of bepaalde werkzaamheden echt nodig waren. Nu anticiperen we op vragen uit de buurten. Zo vonden de bewoners van de wijk De Heeg hun buurt “te groen”. De dichte bestruiking veroorzaakte onveilige situaties. Iin overleg met de bewoners zijn de struiken uitgedund en is de verlichting aangepast”.

De burgers zijn erg tevreden over de aanpak, zegt Hoogma. “Als je de mensen goed informeert en ze bij het beheer betrekt, hebben ze ook begrip als het eens tegen zit”.

Beheer en onderhoud openbare ruimte, exclusief riolering en de extra 3,6 miljoen vanuit IBOR kost de gemeente:

l -dagelijks beheer en onderhoud 13 miljoen euro (inclusief speelvoorzieningen en buitensportaccommodaties)

l -groot onderhoud en rehabilitatie 4 miljoen euro (dit is exclusief rioolfonds 2,7 miljoen euro en subsidies en/of bijdrage uit investeringsprojecten)

l -totaal 17 miljoen euro. Daarbovenop komen extra 3,6 miljoen euro voor IBOR.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels