nieuws

Laatste Oordeel in kerk Alkmaar als nieuw

bouwbreed

alkmaar – Duivels die zielen in de hellemond werpen, een brandende stad en een galg met twee gehangenen maken deel uit van de hel, het onlangs gerestaureerde deel van Het Laatste Oordeel. De schildering staat afgebeeld op de sluitingsvakken van het koorgewelf van de Laurenskerk in Alkmaar dat de komende jaren met de grootste zorgvuldigheid wordt hersteld.

Van de Laurenskerk in Alkmaar zijn het koor, de transepten en de lichtbeuk van het schip overdekt met een houten tongewelf. Aan het einde van de bouw tussen 1515 en 1519 voorzag Jakob Cornelisz. van Oostsanen de negen sluitingsvakken van het koorgewelf met een voorstelling van Het Laatste Oordeel. De overige delen van het tongewelf, het complete schip, het noorder- en zuidertransept kregen een beschildering met gotische kamversiering op een asgrijze ondergrond. Deze situatie bleef gehandhaafd tot 1885. Als gevolg van lekkage, verzakking, schimmel en houtworm werd in dat jaar besloten al het gewelfschot uit de kap te halen om plaats te maken voor een nieuw beschot.

Volgens W. Haakma Wagenaar, een van de restaurateurs, heeft in 1885 een stadsarchivaris de oude situatie heel goed gedocumenteerd en beschrijvingen gemaakt van de afbeeldingen of de gewelven. Hierdoor is goed beeld te vormen hoe de kerk er voor de reformatie uit zag. Haakma Wagenaar: “Tussen de kamversieringen waren afbeeldingen opgenomen van de daaronder gelegen altaren. Zo is aan een afbeelding van de Zeven smarten van Maria af te leiden dat daar ooit een Maria-altaar stond.”

Rijksmuseum

De delen uit het koorgewelf met Het Laatste Oordeel kregen op grond van hun cultuurhistorische waarde in 1901 een plaats in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Een jaar daarna onderging de schildering een restauratie waarna zij na een directiewijziging in 1925 weer uit de gratie viel en terug ging naar Alkmaar. Het beschot met de kamversiering zou verloren zijn gegaan, tot Haakma Wagenaar en mederestaurateur E. van den Brink tweederde van het verloren gewaande gewelf uit het noordertransept in de verwarmingskelder van het Rijksmuseum aantroffen. Omdat dit deel van het gewelf nooit was tentoongesteld, was het sinds het aanbrengen van de schildering in 1519 onaangeroerd gebleven.

Voor de restauratie van Het Laatste Oordeel delen de restaurateurs met wit krijt de schilderingen op in een raster van kleine vakken. Door de afbeeldingen minutieus op te meten is het mogelijk de schilderingen precies over te nemen op overzichtstekeningen. Haakma Wagenaar: “Daarbij is het van groot belang dat we alle onvolkomenheden aan het beschot inclusief alle spijkergaten opnemen.”

Op deze tekeningen kunnen de restaurateurs zien of het beschot wellicht verschoven is en een correctie moet plaatsvinden. “We richten ons daarbij op de oude planken want die hebben altijd gelijk.”

De originele schildering is opgebouwd uit afbeeldingen die in lijmverf zijn opgezet en zijn afgewerkt met olieverf.

Restauratie

Het restaureren bestaat uit het aanvullen van ontbrekende onderdelen van het eiken wagenschot (zuiver kwartiers gezaagd hout met een dikte verlopend van 5 tot 11 millimeter, bij een breedte van 200 tot 300 millimeter), het weghalen van een vernislaag, herstellen van schilderingen of opnieuw maken van schilderingen waar die als gevolg van ontbreken van beschot verdwenen zijn. Zo worden ook het hoofd en de schouders van de eerder gerestaureerde Christusfiguur opnieuw opgezet. “Dat is noodzakelijk omdat de stijl van de Christusfiguur typisch is voor de jaren twintig van de vorige eeuw, weinig dynamisch is en bovendien beschadigd doordat de loodwitmenie door de schildering komt.”

Anders dan bij vorige restauraties passen de restaurateurs alleen stukken eiken in die door de vorm van het te herstellen wagenschot zijn bepaald. “Bij vorige restauraties is te zien dat grote stukken zijn weggehaald en voor het gemak met rechte lijnen zijn ingepast.” Om niets van het originele wagenschot te beschadigen, werken de restaurateurs nu met elektrische figuurzagen. De in te passen kleine delen hout worden met satéprikkers als deuvels vastgezet.

Montagepropjes

Voordat met herplaatsing van het beschot wordt begonnen, wordt asfaltpapier verwijderd en zo nodig de kapconstructie hersteld. Om te voorkomen dat stof en vocht andermaal schade aanrichten, brengen de restaurateurs een tussenschot aan dat ze maken van het eiken beschot uit 1941. Voor het definitief monteren van het beschot in de kap, maakt Wagenaar gebruik van taps toelopende kunststof montagepropjes die in het hout worden gelijmd. “Dit doen we om te voorkomen dat het oude hout door de schroeven gaat barsten.”

Halverwege augustus leverden de restaurateurs de eerste fase op met twee van de negen vakken van Het Laatste Oordeel en drie van de veertien vakken in het Noorderstransept. De totale restauratie neemt 8 jaar in beslag. Onlangs stelde de gemeente 1,8 miljoen euro beschikbaar voor de voltooiing.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels