nieuws

DNR 2005: de verzekerbaarheid van het advieswerk

bouwbreed

Hoewel er op het eerste gezicht weinig of geen verschil zittussen de SR, RVOI en de De Nieuwe Regeling (DNR 2005),zijn die verschillen er wel degelijk. In deze tweede afleveringover de DNR stelt Tom Regenboog dat het daarom raadzaamis voor de aannemer zich in deze regeling te verdiepen, omvast te kunnen stellen of hij een aanvullende verzekeringnodig heeft.

Langzamerhand komt de DNR 2005 steeds vaker voor als contractstuk dat door de ontwerpende disciplines (architecten, ingenieurs en overige bij de bouw betrokken adviseurs) wordt gehanteerd als leveringsvoorwaarden. De DNR 2005 komt dan in de plaats van de SR en de RVOI. De DNR 2005 heeft evenals de vorige voorwaarden als belangrijkste doel voor de adviseurs een evenwichtige verdeling te creëren tussen aansprakelijkheid en inkomsten. Dit zoals de UAV en aanverwante regelingen voor de aannemerij.

Een aannemer kan hiermee op verschillende manieren mee in aanraking komen:

a. -Als opdrachtgever van een of meerdere adviseurs.

b.-Als mede bij het bouwproject betrokken partner, waarbij de opdrachtgever zelf met alle partijen een contract afsluit.

Het is goed zich te realiseren wat dit voor consequenties kan hebben voor de aansprakelijkheids- verdeling tussen de bouwpartners en op welke wijze een en ander verzekerbaar is en hoe dit zich verhoudt met andere in de bouw gebruikelijke verzekeringen.

De DNR 2005 heeft als groot voordeel dat de verschillende adviseurs nu dezelfde leveringsvoorwaarden kunnen hanteren. Dit maakt het inzichtelijker waar de adviseur voor staat en waarvoor en wanneer hij aansprakelijk is in een voorkomend geval. Ook bij samenwerkingsverbanden tussen adviseurs (total engineering-opdrachten) en gelegenheidscombinaties tussen adviseurs en aannemer (bijvoorbeeld een speciaal voor een project opgerichte v.o.f.) is door de DNR 2005 de aansprakelijkheid van de adviseur(s) eenduidig geregeld. Beroepsaansprakelijkheidsverzekeraars van architecten en ingenieurs ervaren dit als een voordeel. Het vereenvoudigt het maken van maatwerkdekkingen voor meerdere samenwerkende partijen op één verzekeringspolis.

De opdrachtgevende aannemer dient er rekening mee te houden dat de DNR ervan uitgaat dat er door of namens de opdrachtgever een CAR-verzekering wordt afgesloten die ook de materiële schade dekt die tijdens de bouw en de onderhoudstermijn door de adviseur wordt veroorzaakt, en dat vervolgens door de CAR-verzekeraar geen regres wordt uitgeoefend richting de betrokken adviseur.

In de schadepraktijk blijkt er een groot verschil te zitten in de dekkingen voor adviseurs in een CAR-verzekering van de aannemer. Een punt van aandacht als de aannemer nu zelf de opdrachtgever is. Bij geen of onjuiste afspraken kan het zijn dat hij zelf voor de schade moet opdraaien. Indien men anders wil, zal dit vooraf duidelijk aan de adviseur moeten worden meegedeeld zodat deze zijn maatregelen kan nemen. Eenvoudiger is natuurlijk dat voor zover nodig, de aannemer zijn CAR-verzekering hierop aanpast. Dit is verreweg de goedkoopste oplossing.

De aannemer moet zich realiseren dat in beginsel de adviseur alleen aansprakelijk is voor door hem veroorzaakte schade door een door hem gemaakte beroepsfout. Denk bijvoorbeeld aan gemaakte reken-, teken- en toezichtsfouten. Dan moet de fout-veroorzakende activiteit wel zijn opgedragen. Het komt voor dat de adviseur een toezichtsfout verweten wordt omdat hij af en toe bij een bouwvergadering op de bouw aanwezig is, maar hij geen toezicht of directievoering opgedragen heeft gekregen.

Verder moet de aannemer zelf nagaan of de leveringsvoorwaarden van de door hem ingeschakelde adviseurs goed aansluiten op de door hem met de opdrachtgever aangegane verplichtingen. Hierover moet hij de adviseurs vooraf duidelijk informeren. Bijvoorbeeld het hanteren van de UAV-GC zonder dit met de adviseurs af te stemmen, leidt tot dekkingsverschillen en aansprakelijkheidsdiscussies. Dit kan voor de aannemer tot een niet bij de adviseur te verhalen schade leiden.

Als de opdrachtgever zelf de bij de bouw betrokken partijen contracteert, is de aannemer afhankelijk van hetgeen met de adviseurs is overeengekomen. Indien de aannemer hier aanpassingen op wil, zal hij dit in een zo vroeg mogelijk stadium bij de opdrachtgever moeten aankaarten, die dat op zijn beurt dan weer moet doorspelen aan de adviseurs.

Ook bij het deelnemen aan een bouwteam moet de aannemer zich in de consequenties verdiepen die voor hem uit het contract voortvloeien.  

Evenals bij de eerdere SR en RVOI hebben de belangrijkste op dit gebied in Nederland werkzame verzekeraars een basisdekking gemaakt voor de uit de DNR 2005 voortvloeiende beroepsaansprakelijkheidsrisico�s. Dit in overleg met de BNA en de ONRI. Het is daarnaast bij de meeste verzekeraars mogelijk bepaalde aansprakelijkheidsuitbreidingen mee te verzekeren. Zoals eerder gezegd moet hier wel vooraf, dus voordat de bouw start, met de betreffende verzekeraar(s) afspraken over worden gemaakt. Dit laatste geldt ook voor de CAR-verzekering.

Ing. T.P.R. Regenboog

Voormalig specialist beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen bij Centraal Beheer Achmea

De DNR 2005 kan o.a. worden gedownload van de web-site van de ONRI (www.onri.nl). Naast de regeling zelf is er ook een uitvoerige toelichting beschikbaar.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels