nieuws

Bij minder regels hoort meer controle Verplichten op straffe van schorsing

bouwbreed

Het is soms vreemd gesteld in de politiek. De inzet van het overheidsbeleid is deregulering, maar geen enkele burger heeft het gevoel dat dit iets oplevert. Integendeel, deregulering op centraal niveau lijdt steevast tot reparatie-wetgeving op deelterreinen en tot lokale bureaucratie. De burger, en om dichter bij huis te blijven de werkvloer, ziet de complexiteit […]

Het is soms vreemd gesteld in de politiek. De inzet van het overheidsbeleid is deregulering, maar geen enkele burger heeft het gevoel dat dit iets oplevert. Integendeel, deregulering op centraal niveau lijdt steevast tot reparatie-wetgeving op deelterreinen en tot lokale bureaucratie. De burger, en om dichter bij huis te blijven de werkvloer, ziet de complexiteit alleen maar toenemen.

Als reactie neemt de roep om minder regels weer toe. Daarmee is de vicieuze cirkel weer gesloten en het paard is weer achter de wagen gespannen. De goede bedoelingen lijken alleen maar chaos te hebben veroorzaakt. Deze thematiek speelt op vele gebieden waar de overheid verantwoordelijkheid draagt. Zo ook op het gebied van de veiligheid in het verticaal transport van mensen en van lasten, het werkterrein van Aboma+Keboma.

De inzet is deregulering, dat wil zeggen: de overheid treedt terug en laat bijvoorbeeld de invulling en uitvoering van het veiligheidsbeleid voor kranen en liften over aan de markt. De markt mag de certificatieschema�s opstellen en beheren. Marktpartijen hebben deze handschoen voortvarend opgepakt en voor het beheer van de certificatieschema�s (lees keuringsprotocollen) beheerstichtingen opgericht. Op het terrein van het verticaal transport (kranen) is dit de TCVT (Stichting Toezicht Certificatie Verticaal Transport) en bij de liften is dit in analogie de SBCL (Stichting Beheer Certificatie Liften). Alle belanghebbende partijen zijn hierin vertegenwoordigd.

Wat is nu de rol van de overheid, meer precies het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid SZW? Zij waakt over de veiligheid van werknemers en burgers en hanteert daartoe een wettelijk regime van verplichte veiligheidskeuringen van kranen en liften. Uitvoerders zijn door de overheid aangewezen keuringsbureaus die in concurrentie met elkaar de keuringen verrichten. Dit alles gebeurt niet in vrijheid, het wettelijk regime legt de keuringsplicht op aan de leveranciers, eigenaren en beheerders van kranen en liften. Het ministerie heeft in dit dossier twee petten op. Enerzijds als beleidsmaker, als wetgever en als het ministerie dat de keuringsbureaus aanwijst en erkent. De andere pet is die van toezichthouder en onderzoeker, in de figuur van de Arbeidsinspectie (AI) en de Inspectie Werk en Inkomen (IWI). Zeg maar de politie die handhaaft en controleert, die nagaat of het in de grote wereld ook daadwerkelijk zo gaat zoals het beleid zich dat heeft voorgesteld.

Beleid en inspectie zijn weliswaar gescheiden entiteiten, maar dienen natuurlijk op z�n minst zeer goed van elkaars reilen en zeilen op de hoogte zijn. Met het doel elkaar te voeden en beïnvloeden teneinde daarmee de veiligheid te bevorderen. Recentelijk is de discussie opgelaaid over de veiligheid van kranen en liften en de rol die de keuringsbureaus daarbij spelen. Aanleiding was het rapport �Hoog spel� van het IWI, onderdeel van het ministerie SZW. Het betreft een rapportage over een onderzoek naar de effecten van liberalisering van de keuringsmarkt op de kwaliteit van keuringen van liften en van kranen. Geconstateerd werd dat de kwaliteit van de keuringen, en daarmee de veiligheid van kranen en liften, onder druk staat. De keuringsbureaus wordt verweten niet in staat te zijn samen afspraken te maken en geen duidelijke uitvoeringsnormen te hebben vastgesteld. Het systeem werkt niet en de keuringsbureaus lijken daarvan primair de schuld te krijgen. Toen brak mijn spreekwoordelijk klomp! Ik kan niet anders dan deze conclusie verre van mij te werpen en geef daarvoor de volgende uitleg.

De keuringsbureaus beconcurreren elkaar op een verdringingsmarkt. Vroeger bestond voor kranen en liften elk één door het ministerie aangewezen keuringsbureau. Na de liberalisering zijn dit respectievelijk acht en vier keuringsbureaus. Elk keuringsbureau wordt vervolgens drie keer geknipt en geschoren:

aanwijzing door het ministerie SZW (eenmalig); accreditatie door de Raad voor Accreditatie (jaarlijks) en contractueel verplichte binding met TCVT e/o SBCL (doorlopend). Wat dat laatste betreft, technisch-inhoudelijk overleg over de keuringsschema�s vindt plaats binnen de Colleges van Deskundigen respectievelijk werkkamers van TCVT en SBCL. Alle ingrediënten zijn dus aanwezig voor een keurig, dicht getimmerd systeem. Kortom: so far, so good.

En nu terug naar het begin. Er is gedereguleerd en geliberaliseerd en toch werkt �t systeem niet, blijkens het IWI-onderzoek. Het is naïef van de overheid om te verwachten dat de keuringsbureaus, die vechten om hun plekje op de verdringingsmarkt, het onderling wel even zullen regelen. Overleg? De NMA kijkt met u mee, dus het is oppassen geblazen. Meer regels? Natuurlijk niet. Wat er aan de hand is, is te veel vrijheid en blijheid en te weinig controle en sancties. Ik ben in goed gezelschap, als ik Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau citeer (Staatscourant nr. 160 van vrijdag 19 augustus 2005): “Minder regels, maar dan wel meer controle achteraf”.

Raar eigenlijk. Alle spelers zijn al jaren nadrukkelijk aanwezig en doende (ministerie SZW, Raad voor Accreditatie, beheerstichtingen en keuringsbureaus) en toch loopt �t niet. Dat komt m.i. mede omdat de overheid wel heeft gedereguleerd maar onvoldoende heeft gehandhaafd en gecontroleerd. Om dan de marktpartijen en de keuringsbureaus de schuld van de ontstane situatie te geven heeft geen pas. Dus in analogie van Paul Schnabel: overheid, controleer.

Hoe zou het beter kunnen? De Inspectie Werk en Inkomen (IWI) doet momenteel aanvullend onderzoek naar de kwaliteit van de uitgevoerde keuringen.

Aboma+Keboma doet daar met alle beste bedoelingen van harte aan mee. Toch is er, met alle respect, bij Aboma+Keboma twijfel of dit onderzoek het panacee zal blijken te zijn voor verbetering van de kwaliteit van de keuringen en daarmee van de veiligheid. De oplossing lijkt namelijk simpel:

– -Verplicht de keuringsbureaus deel te nemen aan het technisch-inhoudelijk overleg binnen TCVT en SBCL. Stel duidelijke deskundigheids- en ervaringseisen op voor de technisch inspecteurs en keurmeesters en controleer deze. Niks vrijblijvendheid, gewoon verplichten op straffe van schorsing;

– -SZW verzorgt niet alleen de aanwijzing van het keuringsbureau, maar voert ook de handhaving en de controles uit in het veld. Zoals de Arbeidsinspectie dat ook doet in de bouw, industrie, horeca etcetera. En graag onaangekondigd. Er is wel een wens tot meer materie-deskundigheid en minder proceskennis bij de ambtenaren, daar is in het veld grote behoefte aan.

– -Er is behoefte aan meer materie-deskundigheid bij de auditors van de Raad voor Accreditatie. Zeker, indien de Raad op instigatie van het ministerie meer de rol van handhaver c.q. controleur in het veld krijgt opgelegd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels