nieuws

Prorail legt ingenieurs en aannemers langs meetlat

bouwbreed

utrecht – Prorail beoordeelt vanaf volgend jaar de ingenieurs en aannemers die voor de spoorbeheerder werken op hun prestaties. De uitkomsten worden gebruikt bij de aanbesteding van nieuwe opdrachten. “Wie nu blundert, merkt dat volgend jaar.”

Ger van der Wal grist een rapportje van tafel. “Kijk,” zegt het hoofd aanbestedingszaken en inkoop bij Prorail met enige trots, “hierin kan het ingenieursbureau precies nagaan hoe het gepresteerd heeft.” Pagina�s met tabellen en grafieken flitsen voorbij. De prestatiemeting wordt snel weer opgeborgen, want de resultaten zijn vertrouwelijk en dus geheim.

Sinds begin dit jaar baseert Prorail zich bij de beoordeling van ingenieursbureaus op een enquête met standaard vragen die persoonlijk bij de eigen werknemers wordt afgenomen. De mondelinge benadering is een bewuste keuze. Op die manier verzekert Prorail zich er van dat de antwoorden ook gemeend zijn en dat er niet haastig zomaar wat wordt ingevuld.

De antwoorden, positief en negatief, gaan anoniem maar ongecensureerd de rapporten in die aan de ingenieursbureaus worden gegeven. En die gebruiken de uitslag op hun beurt om de eigen medewerkers scherp te houden. “Het werkt als een tierelier”, vat Van der Wal de ervaringen met het dit voorjaar in gebruik genomen meetsysteem samen.

De resultaten van de onderzoeken worden niet alleen door het management van de ingenieursbureaus gebruikt. Prorail gebruikt de gegevens om ingenieurs bij de aanbesteding van nieuwe opdrachten op hun vorige prestaties af te rekenen. De spoorbeheerder heeft begin volgend jaar voldoende gegevens verzameld om de prestatiemeting in de praktijk toe te passen.

“We hadden altijd wel een beoordelingssysteem, maar dat werkte niet”, vertelt Van der Wal. In de oude situatie bespraken de projectleider en de uitvoerder tijdens de bouw de problemen. Daarnaast gaf aan het einde van de rit het ingenieursbureau de aannemer een cijfer voor zijn werk. Van der Wal: “De ingenieurs beoordeelden vaak strategisch. Zo van: �Die kom ik misschien nog een keer tegen.� Kreeg je allemaal tienen, dan wist je het wel.”

Prorail legt niet alleen bij de ingenieursbureaus de vinger aan de pols. Ook de aannemers worden onder de loep genomen. Bij de beoordeling van de bouwers maakt Prorail geen gebruik van interviews en enquêtes, maar van een database. Met behulp van de computer wordt voortdurend bijgehouden hoe aannemers presteren als het gaat om vertragingen, milieuvervuiling en veiligheid.

De uitslagen van de onderzoeken worden voor zowel ingenieurs als aannemers in een index gebundeld. Op een schaal van nul tot honderd wordt per kwartaal aangegeven hoe goed een onderneming het heeft gedaan.

Heeft Prorail werk te vergeven, dan wordt van te voren een klein groepje kanshebbers uitgenodigd om een offerte te maken. “Dat hebben we altijd zo gedaan. We willen bedrijven niet op kosten jagen. En voor werk op en langs het spoor moet je wel over de juiste ervaring beschikken”, licht Van der Wal de aanbestedingsmethode toe.

Bij de selectie wordt iedere kandidaat getoetst op vier criteria: technische bekwaamheid; omzet van het bedrijf; inschrijvingsgedrag uit het verleden en – nu er metingen worden gehouden – ook de prestaties bij de uitvoering. Afhankelijk van de aard van de opdracht weegt het ene criterium zwaarder mee dan het andere.

Nu de meetmethode uit de steigers kan, is Van der Wal begonnen aan een uitbreiding van het systeem. Nog dit kwartaal wil hij een meetsysteem hebben opgetuigd dat in het bijzonder de prestaties van de onderhoudsaannemers van Prorail onder de loep neemt. “Voor ons is dat een kritiek onderwerp”, licht hij de keuze voor deze groep toe.

Vanaf 2007 zouden de onderhoudsaannemers dan onder een eigen regime vallen en op een aantal specifieke punten worden beoordeeld bij het vergeven van opdracht. “Denk bijvoorbeeld aan de tijd waarin een storing wordt opgelost”, geeft Van der Wal een punt aan waarop hij de ondernemingen wil beoordelen.

Van der Wal verwacht dat het gebruik van de prestatiemetingen niet tot Prorail beperkt blijft, dat in Nederland als eerste zo�n meetinstrument in de praktijk toepast. In navolging van Angelsaksisch landen zullen overheden het nu door Prorial in gebruik genomen systeem overnemen. “Rijkswaterstaat of gemeenten”, geeft hij een paar voorbeelden.

Maar de methode is volgens de aanbestedingsspecialist niet overal toepasbaar. Van der Wal: “De methode werkt alleen bij opdrachtgevers die op grote schaal werken. Kleine gemeenten met af en toe een opdracht kunnen er niets mee.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels