nieuws

Potverteren

bouwbreed

Kampioen potverteren in Nederland is volgens velen nog steeds het kabinet-Den Uyl. Bij alle lof die de overleden oud-president van de Europese Centrale Bank Wim Duisenberg kreeg toegezwaaid, werd daaraan nog eens uitdrukkelijk gerefereerd. Als minister van Financiën in de jaren 1973-1977 had hij meegewerkt aan het verjubelen van de extra inkomsten uit de verkoop […]

Kampioen potverteren in Nederland is volgens velen nog steeds het kabinet-Den Uyl. Bij alle lof die de overleden oud-president van de Europese Centrale Bank Wim Duisenberg kreeg toegezwaaid, werd daaraan nog eens uitdrukkelijk gerefereerd. Als minister van Financiën in de jaren 1973-1977 had hij meegewerkt aan het verjubelen van de extra inkomsten uit de verkoop van aardgas. Nog afgezien van de vraag wat hiervan nu precies waar is, er zijn mensen die ook vandaag nog als oorzaak voor de economische problemen wijzen naar Den Uyl en zijn ministers. Het is pas bijna dertig jaar geleden, dus waarom niet.

Kampioen potverteren ben je als je van je inkomsten niets opzij legt voor de toekomst en vooral als je niet investeert om in de toekomst opbrengsten te krijgen.

De aardgasbaten voor de overheid fluctueren met de prijs van olie. Door de koppeling van de prijs van aardgas aan de prijzen op de oliemarkt stroomt er extra geld in de schatkist door de dure olie. Hoe lang dit zal duren is niet bekend, de prijzen kunnen ook weer dalen. Voorts bezit Nederland geen onbeperkte hoeveelheden gas en komt er een moment, waarop het afgelopen is met de grote inkomsten uit aardgas. Voldoende reden om zeer voorzichtig te zijn met het financieren van structurele uitgaven uit schommelende aardgasopbrengsten.

Achtereenvolgende kabinetten onderkenden uiteraard het voorgaande en vonden een oplossing voor het vraagstuk. Besloten werd extra inkomsten die uit aardgasverkoop verkregen werden op een manier aan te wenden die in de toekomst voordelen oplevert. Twee wegen worden bewandeld. Een gedeelte wordt aangewend voor het aflossen van de staatsschuld en de rest gaat in een pot voor de versterking van de economische structuur. Daarbij kan je denken aan bijdragen aan innovatieprojecten en het in algemene zin ondersteunen van kennisvermeerdering, bijvoorbeeld door uitgaven gericht op onderwijs en onderzoek.

Het voorgaande wordt gevat onder de benaming verbetering kennisinfrastructuur. Het overblijvende deel is bestemd voor het verbeteren van de fysieke infrastructuur. Dus wegen, vaarwegen, kunstwerken en alles wat maar kan bijdragen tot een verbetering van het verkeer en het vervoer. Daarbij is de bouw duidelijk in beeld. De grote infrastructurele projecten van de afgelopen jaren hebben kunnen profiteren van het extra geld.

Op dit moment zweeft er weer flink wat geld boven de markt. Aan de benzinepomp ervaren we dagelijks de gestegen prijs en dat geldt ook voor de energienota�s in de komende periode. Projecten in de meerjarenplanning voor infrastructuur die nog moeten worden uitgevoerd zijn er nog ruim voldoende. De bouwnijverheid en zeker de gww kan wel een oppepper gebruiken. Er is voldoende capaciteit die op aanwending wacht. Wat zien we echter. Er wordt niet gediscussieerd over extra geld voor bouwprojecten, maar het gaat over de reparatie van de koopkracht. Het afschaffen van schoolgeld, het bieden van compensatie voor gestegen zorgkosten, het verlagen van sociale premies vormen de hoofdmoot van de discussie. In principe dus structurele uitgaven die moeilijk kunnen worden omgebogen als de olieprijzen weer omlaag gaan.

Investeren in infrastructuur is per definitie een aanwending van middelen die ophoudt na oplevering van het project. De kosten van gebruik kunnen ruimschoots worden bestreden uit de opbrengst aan extra accijns die door de gebruikers wordt betaald. Er is alle aanleiding de besluitvormers in Den Haag af te houden van het verjubelen van de extra aardgasopbrengsten. Een deel van de extra middelen kan uitstekend en snel worden ingezet voor het oplossen van knelpunten in onze infrastructuur. Besluitvorming in deze sfeer past geheel in een economisch verantwoord beleid en het levert een belangrijk rendement op in de toekomst.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels