nieuws

Kernbeslissing Ruimte voor de Rivier is ingrijpend

bouwbreed

In de Planologische Kernbeslissing Ruimte voor de Rivier (pkb deel 1) is het voorgenomen beleid van het Rijk geformuleerd om het gebied rondom de Rijntakken en het benedenstroomse deel van de Maas uiterlijk in 2015 tegen extreem hoge waterstanden te beschermen en de ruimtelijke kwaliteit ervan te verbeteren. Ook is er een Milieueffectrapport Ruimte voor de Rivier (mer) opgesteld, dat is bedoeld om het milieubelang te laten meewegen in de besluitvorming. Esther van Gaal vermoedt dat hierover tamelijk veel rumoer zal ontstaan vanwege de ingrijpendheid van bepaalde voorgestelde maatregelen. Zo zullen er diverse woningen en bedrijven – al dan niet vrijwillig – worden aangekocht en gesloopt.

Tot en met 23 augustus 2005 liggen pkb deel 1 en het mer ter inzage en heeft iedereen nog de mogelijkheid tot inspraak. De pkb deel 1 legt de maatregelen vast die noodzakelijk zijn om in 2015 te voldoen aan het wettelijk vastgelegde beschermingsniveau. In de pkb worden de aard en de locatie van de maatregelen op hoofdlijnen aangegeven.

Na de procedure zullen de maatregelen verder worden uitgewerkt en uitgevoerd. Het plangebied van de pkb omvat het rivierengebied rond de Rijntakken vanaf Lobith tot aan het Ketelmeer en tot aan zee bij de Maaslantkering en de Haringvlietsluizen (Boven-Rijn, Pannerdensch Kanaal, IJssel, Nederrijn/Lek, Waal, Merwerdes, Nieuwe Maas, Oude Maas, Hollandsch Diep en Haringvliet) en het bedijkte deel van de Maas benedenstrooms van Hedikhuizen (Bergsche Maas, Amer). Met de pkb wil het kabinet twee doelstellingen bereiken:

1. -Het op het vereiste niveau brengen van de bescherming van het rivierengebied tegen overstromingen.

2. -Een bijdrage leveren aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied.

Om de veiligheidsdoelstelling voor 2015 te realiseren en daaraan gekoppeld de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren, zullen een groot aantal maatregelen worden genomen die in de bijlage van de pkb worden vermeld. Zo zijn voor de korte termijn (onder meer) de volgende maatregelen opgenomen: Dijkverlegging Lent; dijkverlegging Buitenpolder Het Munnikenland; dijkverlegging Lienden en ontpoldering Noordwaard.

Voor mogelijke toekomstige rivierverruimende maatregelen voor de lange termijn zijn (onder meer) de volgende maatregelen opgenomen: Dijkverlegging Loenen; dijkverlegging Heesselt, dijkverlegging Brakelse Benedenwaarden en retentiegebied Rijn Strangen.

De besluitvorming over de in de pkb opgenomen maatregelen omhelst drie fasen. De eerste fase betreft de onderhavige pkb-procedure. De tweede fase betreft de totstandkoming van de projectbesluiten door de daartoe bevoegde instanties.

Met een projectbesluit wordt een integraal besluit genomen ten aanzien van een specifieke maatregel of cluster van maatregelen op een nader aan te geven locatie. Deze bestuurlijke projectbesluiten zullen worden genomen na het van kracht worden van de pkb. De derde fase van de besluitvorming betreft de totstandkoming van de uitvoeringsbesluiten. Daarbij gaat het om de diverse specifieke besluiten die nodig zijn om het project daadwerkelijk te realiseren, bijvoorbeeld de vergunningen die nodig zijn voor de graaf- of bouwwerkzaamheden. De inspraakreactie kan betrekking hebben op alle voornemens die in pkb deel 1 en mer zijn geformuleerd. Zo kan bijvoorbeeld worden ingegaan op de ambities van het kabinet op het gebied van veiligheid en ruimtelijke kwaliteit. Ook kan men bezwaren uiten tegen het type maatregel dat het kabinet op een bepaalde locatie voorstelt. De stukken liggen ter inzage op provincie- en gemeentehuizen, kantoren van waterschappen en bibliotheken. Alle inspraakreacties worden geclusterd en samen met de resultaten van het bestuurlijk overleg met de besturen van provincies, gemeenten en waterschappen, en de adviezen van de (wettelijke) adviseurs gebundeld in pkb deel 2 dat eind 2005 wordt uitgebracht. Pkb deel 2 wordt meegenomen bij het opstellen van het definitieve kabinetsstandpunt, pkb deel 3 (voorjaar 2006).

Wanneer het kabinetsstandpunt is vastgelegd in pkb deel 3, gaat het ter behandeling naar de Tweede Kamer.

Als de Tweede Kamer hiermee heeft ingestemd, is het vervolgens aan de Eerste Kamer om al dan niet met het kabinetsstandpunt in te stemmen. De pkb waarmee beide Kamers hebben ingestemd, is deel 4 van de pkb. Dit document wordt ter inzage gelegd en is direct daarna van kracht (in de loop van 2006). Er zijn dan geen bezwaar- en/of beroepsmogelijkheden meer mogelijk. Provincies en gemeenten dienen vanaf dat moment rekening te houden met hetgeen in pkb deel 4 is verwoord.

Woningen en bedrijven worden aangekocht en gesloopt

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels