nieuws

Alle waar is naar zijn geld

bouwbreed

De salarissen van corporatiedirecteuren staan momenteel sterk in de belangstelling. Zo haalde dit onderwerp de afgelopen week de voorpaginas van de landelijke pers. De kritiek van een deel van de pers was daarbij dat de salarissen niet openbaar zijn. Verder werd de suggestie gewekt dat corporatiedirecteuren er een direct persoonlijk belang bij hebben om zo veel mogelijk woningen te slopen. De in de artikelen genoemde feiten en het beeld dat zij oproepen, vragen om een correctie. Willem van Leeuwen geeft aan wat er wérkelijk aan de hand is.

In 1995 werden de financiële banden tussen corporaties en de overheid definitief doorgesneden. Corporaties hebben zich sindsdien ontwikkeld van subsidiegeoriënteerde uitvoerders van overheidsbeleid tot maatschappelijk gedreven ondernemingen. Private ondernemingen, wel te verstaan. Die ontwikkeling is gepaard gegaan met een geweldige professionalisering. De nadruk daarbij lag – logisch – de eerste jaren op het waarborgen van de financiële continuïteit. Daarin is de sector geslaagd. Inmiddels is al weer enige tijd sprake van een nieuwe fase in de ontwikkeling. Het accent ligt daarbij – óók logisch – in toenemende mate op de maatschappelijke dimensie.

In een aantal recente adviezen en rapporten over maatschappelijk ondernemerschap hebben onder andere de Sociaal-economische Raad (SER) en de Wetenschappelijke raad voor het Regeringsbeleid (WRR) gepleit voor meer transparantie van corporaties en andere maatschappelijke ondernemingen.

Transparantie

Op het punt van de honorering van bestuurders had Aedes op deze verantwoording al veel eerder een voorschot genomen. Een commissie onder leiding van Gilles Izeboud (voormalig lid van de commissie-Tabaksblat) heeft in de zomer van 2004 advies uitgebracht over de beloningsstructuur voor corporatiebestuurders. De commissie heeft uitdrukkelijk geadviseerd om voor wat betreft de beloning maximale transparantie te betrachten, door middel van een vermelding in het jaarverslag. Corporaties hebben dat snel opgepakt. Het merendeel maakt nu de beloning van de directeur-bestuurder openbaar. de Volkskrant stelde zelf al vast dat van de vijftig grootste corporaties er slechts vier geen mededelingen willen doen over de salarissen van bestuurders. Dat neemt niet weg dat ook ik het teleurstellend vind dat een aantal corporaties er voor heeft gekozen de salarissen van het bestuur niet te publiceren. We zitten echter midden in een ontwikkeling. De transparantie die de commissie-Izeboud heeft voorgesteld, zal de komende tijd binnen Aedes zeker onderwerp van gesprek blijven. Ik verwacht dat steeds meer corporaties ertoe zullen overgaan dit soort gegevens te publiceren. En dan is er de beloningssystematiek. De commissie-Izeboud heeft geadviseerd de hoogte van het salaris te bepalen aan de hand van een aantal factoren. Eén daarvan is de grootte van de corporatie. Daarnaast speelt bij de beloning een rol dat corporaties, met name in (groot)stedelijk gebied, voor reusachtige opgaven staan op het gebied van nieuwbouw en herstructurering. Om die resultaten voor elkaar te boksen wordt het nodige gevergd van het ondernemerschap van de betrokken corporatiebestuurder.

De dynamiek van de vastgoedportefeuille – dat wil zeggen de mate waarin de woningvoorraad van de corporatie onderhevig is aan herstructurering, ingrijpende verbetering, sloop en aan- en verkoop – wordt dan ook meegewogen bij het vaststellen van de zwaarte van de functie. De suggestie (de Volkskrant, 19 augustus 2005) als zouden corporatiebestuurders woningen willen slopen om daar zelf beter van te worden is te onzinnig voor woorden. Het is een op niets gebaseerde beschuldiging, die volkomen voorbij gaat aan de kwaliteit en de integriteit van deze mensen. Los daarvan: de besluitvorming over de transformatie van de woningvoorraad is uiteraard geen zaak van de bestuurder alleen. Ook externe stakeholders, waaronder gemeenten en huurderorganisaties, bepalen in belangrijke mate het speelveld.

Complexiteit

Herstructurering, nieuwbouw en sloop zijn de uitkomst van een zeer complex proces van beleidsvorming en onderhandelingen met gemeenten en anderen. De volkshuisvestelijke opgave en maatschappelijke vraag staan daarbij centraal. Het is juist vanwege de complexiteit van dit proces dat het logisch is dat een en ander substantieel meetelt in het wegen van de functie.

Tot slot een enkele opmerking over de hoogte van de salarissen. Het spreekt voor zich dat de regeling Izeboud de norm is. En wat de bedragen betreft zou ik mij willen aansluiten bij NRC Handelsblad van 20 augustus 2005: de genoemde bedragen zijn niet iets om je over te schamen “ze komen overeen met die voor een directeur van een streekziekenhuis of een topambtenaar met een toeslag.”

Laten we hopen dat de discussie gauw weer gaat over het aanpakken van de grote maatschappelijke en volkshuisvestelijke opgave waar corporaties voor staan en waar zij zo hard aan werken.

Het spreekt voor zich dat de regeling-Izeboud

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels