nieuws

Dependance Centre Pompidou krijgt spannend dak Grappige werkruimte

bouwbreed

parijs – Het is nog niet eerder gedaan, zon groot, vrijelijk golvend dakvlak van houten vlechtwerk met daaroverheen gespannen een glasvezeldoek. Toch krijgt de Japanse architect Shigeru Ban van de Parijse directie van het Centre Pompidou alle ruimte om de toekomstige dependance in Metz op deze wijze onder dak te brengen.

Shigeru Ban (1957) is bekend geworden door zijn tijdelijke bouwsels op basis van onder meer gewone, dus relatief goedkope kartonnen kokers of de stalen containers die in elke zeehaven zijn te vinden.

In het Oost-Franse Metz mag hij nu, met een budget van een kleine 40 miljoen euro, een museum realiseren dat vanaf 2007 als een redelijk zelfstandige dependance van het Parijse museum moet functioneren.

Tijdens de presentatie van het definitieve ontwerp, eind vorige week in Parijs, zei hij over zijn uitverkiezing: “Bij de competitie voor het WTC in New York werd ik gelukkig tweede, want het ontwerp van Liebeskind is naderhand fors aangepast. Hier in Frankrijk krijg ik veel meer de vrije hand en hebben ze veel meer vertrouwen in jonge architecten en ook in mij, ook al heb ik geen ervaring met zo�n omvangrijk project.”

Het ontwerp dat Shigeru Ban voor Metz maakte en dat nu zover is afgerond dat de vergunningsaanvraag de deur uit kan, is gebaseerd op drie rechthoekige betonnen expositiekokers onder een vrijelijk golvend dakvlak, een hexagonale paraplu.

Het dakvlak is over de grootste diagonaal gemeten circa 90 meter lang. Op het hoogste punt reikt het dak tot bijna 40 meter en wordt daar doorbroken door een 77 meter hoge staalconstructie. Omdat het dak rondom geheel open is moet de natuurlijke windstroming zorgen voor voldoende ventilatie.

Het dak bestaat in feite uit een grofmazig vlechtwerk met daaroverheen een dunne, lichtdoorlatende huid. Het idee ontstond nadat Ban op een Parijse markt een typisch Vietnamees hoedje van gevlochten bamboe had gekocht. Zowel vorm als constructiewijze zijn van dat hoedje afgeleid.

Was de dakconstructie oorspronkelijk gedacht in een combinatie van staal en gelamineerd hout, vanuit zijn streven naar eenvoud en door beter doordachte constructieve oplossingen is dat uiteindelijk enkel hout geworden. Wel koos hij voor een drie- in plaats van een tweelaags systeem, niet alleen vanwege een betere krachtverdeling maar ook om, zoals hij zelf aangeeft “de kans te verminderen dat zich honderden duiven nestelen in de open houtconstructie”.

Elke laag van het vlechtwerk bestaat uit 35 centimeter brede en 81 millimeter dikke, vooraf in vorm gebogen gelamineerde stroken hout (Kerto-S LVL). De lagen worden via houten klossen onderling verbonden met stalen pennen, hart-op-hart maximaal 1,67 meter. Op deze wijze wordt een vlechtwerk opgebouwd dat in twee richtingen gebogen is en dat bestaat uit grote zeshoeken en kleine driehoeken.

Op enige afstand daarboven wordt vervolgens, met behulp van spanbanden, het membraan van glasvezeldoek (PTFE) bevestigd. Het is eenzelfde doek als eerder toegepast bij La Grande Arche in de Parijse kantorenwijk La Défense. Het totale dakvlak beslaat ruim 8000 vierkante meter, ruwweg even groot als een voetbalveld dus.

Aanbesteding

Desgevraagd geeft de architect aan dat het constructieve ontwerp nog steeds onderwerp van verfijning en optimalisatie is. Zo wordt voortdurend met de beoogde houtleverancier overlegd om te kijken of met nog minder hout kan worden gewerkt. Niet alleen om de constructie visueel nog slanker te maken, Shigeru Ban geeft zonder omwegen aan dat het ook nodig is om binnen het budget te blijven. Via een windtunneltest wil hij niet zozeer kijken of zijn dakconstructie het houdt – de man blaakt van zelfvertrouwen – maar of op onderdelen nog constructieve winst valt te behalen.

Op geheel ander vlak heeft de architect echter nog een groot probleem. Zo hekelt hij de Europese aanbestedingsprocedure, want die vereist dat minimaal twee aannemers de strijd met elkaar aangaan, terwijl het volgens hem “al moeilijk genoeg is om er één te vinden die dit dak kan bouwen. In Frankrijk heb ik hem nog niet kunnen vinden, dus nu zoek ik in buurlanden zoals Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland.”

Voor de feitelijke expositiekokers, circa 90 meter lang, 15 meter breed en ruim 5 meter hoog, is vooralsnog beton gekozen. Shigeru Ban: “Omdat we met een Britse constructeur werken, Ove Arup & Partners, werd automatisch aan staal gedacht. Alleen blijkt het in Frankrijk veel goedkoper om met beton te bouwen, dat inclusief de kosten voor een zwaardere fundering.”

Laurent le Bon, beoogd directeur van Pompidou Metz en huidig conservator van het Parijse museum, legt uit waarom Metz als vestigingsplaats is gekozen: “Die keuze is drieledig: de stad is cultureel sterk in ontwikkeling en ligt vanaf 2007 op het kruispunt van twee hogesnelheidsspoorlijnen. Bovendien stelt de gemeente zowel het bouwterrein – een verlaten goederenoverslagterrein – beschikbaar als een flink deel van het benodigde bouwbudget.”

Het museum krijgt in totaal bijna 5000 vierkante meter expositieruimte, waarvan de drie betonnen kokers met elk ruim 1000 vierkante meter het houden van een aantal kleinere exposities mogelijk maken.

Die kokers zijn gedraaid op elkaar gestapeld, zodat elk op zich uitkijkt op een historisch of toeristisch interessant gebouw of locatie in Metz. Daglicht valt alleen aan beide uiteinden naar binnen en wordt daar desgewenst getemperd door grote gordijnconstructies.

De Japanse architect kreeg de opdracht door het winnen van een architectuurwedstrijd waarin hij beroemde architectenbureaus versloeg, zoals Herzog & de Meuron uit Zwitserland en de Franse Dominique Perrault. Ook het Rotterdamse NOX architekten maakte geen kans tegen de innovatieve kracht van de Japanner, die daarmee zijn samenwerking voortzet met de Parijse architect Jean de Gastines.

Bij de presentatie van het definitieve ontwerp blikt hij terug: “Na het winnen van de wedstrijd wist ik dat dit een heel moeilijk project zou worden. Dus werd het noodzakelijk om in Parijs kantoor te houden en niet steeds vanuit Tokyo op en neer te hoeven reizen. Ik stelde aan de directie van het Pompidou voor: geef mij een terras of dakvlak en ik bouw er een tijdelijke werkruimte. Men vond dat een interessant idee, zodat nu op de zesde verdieping van het Centre Pompidou een enkele tientallen meters lange hal staat van kartonnen kokers, osb-plaat en glasvezeldoek – hetzelfde doek als ik in Metz ga gebruiken voor de dakhuid. Het atelier is gemakkelijk te demonteren, maar ik heb besloten het na afloop te schenken aan het museum.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels