nieuws

Zorgen over vervanging van riolering

bouwbreed

rotterdam – De vervanging van de riolering uit de jaren vijftig tot zeventig vraagt een enorme investering. Veel gemeenten zijn daar onvoldoende op voorbereid. Het grootste probleem is de lastenverhoging voor de burger. Daarnaast speelt de vraag in hoeverre de vernieuwing en het beheer aan marktpartijen moet worden uitbesteed.

“Ik maak me zorgen over de vervanging van de riolering in de naoorlogse wijken”, aldus ir. K.J. van Esch, senior adviseur bij Grontmij. Hij gaf een lezing op het zevende jaarcongres Riolering in Rotterdam. “Communicatie met de politiek, het bestuur en de burgers is van levensbelang. Zij moeten worden overtuigd van de noodzaak om te reserveren en investeren in de riolering. De burger zal meer moeten betalen, linksom of rechtsom”, aldus Van Esch. Hij noemde als voorbeeld de gemeenten Alkmaar en Dordrecht, maar het probleem doet zich uiteraard overal in het land voor.

De eerste vervangingsprojecten zijn begonnen, maar de meeste gemeenten richten zich nog uitsluitend op de uitvoering van milieubeleid: de afkoppeling van hemelwater, het aansluiten van buitengebieden en de bouw van bergbezinkbassins. “In de buitengebieden worden zo�n 100.000 aansluitingen uitgevoerd, meest drukrioleringen en vaak door lokale aannemers”, aldus Van Esch. Ook de uitvoering van IBA�s, individuele zuiveringen waar aansluiting op de riolering niet haalbaar is, is in volle gang.

Volgens Van Esch moet echter tegelijkertijd aandacht worden besteed aan de voorbereiding van de vervanging. “De oudste rioleringen, vanaf 1870, liggen vaak goed. Dat is vakwerk, dikwijls nog gemetseld. De kwaliteit van het beton was bovendien beter dan in de jaren vijftig tot zeventig. Toen is veel meterse buis gelegd, met aansluitingen van kit en touw. Vanaf de jaren zeventig zijn de verbindingen verbeterd, met rubber ringen. Bovendien gebruiken we tegenwoordig tweemeterse buizen”, legt Van Esch uit. “De riolering moet na 60 jaar worden vervangen, dus vanaf 2010 met een piek rond 2020. Hoewel de prijzen sterk onder druk staan, gaat dat voor de aannemerij veel werk opleveren.”

Een bezoeker van het congres voegt toe, dat de vooroorlogse riolering meestal goed onderheid is. In gebieden met veel zakking lijken de naoorlogse rioolstelsels vaak op �kamelenbulten�. Het is verstandig bij vervanging meteen een drainage aan te leggen, omdat anders problemen met het grondwater kunnen ontstaan, dat niet meer in de riolering kan binnendringen. Van Esch: “De gemeenten inspecteren wel beter dan voorheen. Ze zijn goed op de hoogte van de kwaliteit van de riolering.”

Marktpartijen

Op het congres kwam de vraag aan de orde of het verstandig is om het beheer en/of de uitvoering van de riolering aan marktpartijen uit te besteden. Van Esch: “In Groot-Brittannië is de riolering geheel geprivatiseerd. Particuliere bedrijven zijn echter gericht op winst en niet op de nutsvoorziening. Je ziet daarom nu weer een beweging terug.”

Van Esch verwacht geen heil van privatisering, maar dringt wel aan op meer samenwerking. Veel gemeenten zijn te klein en kunnen bijvoorbeeld gebruik maken van de expertise van waterschappen.

Ing. R.W. Melis gaf als voorbeeld het Afvalwaterketenbedrijf (AWKB) in Noord-Holland, waarvan hij directeur is. Het is een �intern verzelfstandigd� onderdeel van het Hoogheemraadschap, werkzaam ten noorden van het Noordzeekanaal. Volgens Melis kan samenwerking vele miljoenen euro�s opleveren. J. Meinsma, wethouder van de gemeent Gaasterland-Sloten, heeft het beheer uitbesteed aan het semi-overheidsbedrijf Aquario. Ook dat levert besparingen op. De neemt de zorgen van Van Esch echter niet weg. Gemeenten moeten zich goed voorbereiden op de vervanging.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels