nieuws

Zadkine-college werkt samen met bouw

bouwbreed

rotterdam – De afdeling bouwkunde van het Zadkine-college werkt bij het opleiden van leerlingen samen met architecten en aannemers. De aankomende bouwkundigen moeten ter afsluiting van hun opleiding een door het bedrijfsleven uitgedachte opdracht uitvoeren die aansluit bij de beroepspraktijk.

Het resultaat wordt beoordeeld door zowel docenten van de mbo-opleiding als door medewerkers van de betrokken bedrijven.

Deze week werd de tweede pilot afgerond. Aan het proefproject deden naast bouwkunde-leerlingen ook beginnende installateurs mee. Gezien de positieve resultaten , neemt het Rotterdamse Zadkine-college de studiemethode definitief mee in het reguliere lesprogramma. Bij toekomstige leerprojecten worden ook aankomende elektrotechnici betrokken. Inmiddels hebben zes architecten en vier aannemers uit de Rotterdamse regio zich aangemeld om deel te nemen aan de methodiek.

De lesmethode moet er voor zorgen dat het bouwkunde-onderwijs beter aansluit op de beroepspraktijk. “We hebben veel zelfstandig moeten doen en daar hebben we heel wat van opgestoken. We hadden geen boekje ter beschikking waaruit we kant en klare opdrachten moesten doen”, zegt B. Anneveldt, deelnemer aan de pilot. “Verder hebben we ook wel eens tegenslagen gehad die ook in het echt hadden kunnen gebeuren. Het was de levende praktijk waarin we zaten en in die zin was het heel leerzaam.”

Anneveldt kreeg van Kraaijvanger Urbis, een Rotterdams bureau voor architectuur en stadsontwerp, opdracht om samen met vijf andere leerlingen een woning te ontwerpen op basis van de principes van duurzaam bouwen (dubo). “We hebben een plan van aanpak en een programma van eisen gemaakt. Daarmee hebben we een eerste ontwerp gemaakt. Vanuit Kraaijvanger Urbis zijn ons aanwijzingen gegeven over onder meer de praktijk. Zo zijn we tot een ontwerp gekomen.”

J. de Jong, die vanuit het Bouwkundeteam van het Zadkine-college het initiatief nam tot het project, tekent daar bij aan dat ook het bedrijf waarmee wordt samengewerkt baat moet hebben bij het leerproject. “Ik kan me uit mijn eigen studietijd herinneren dat we een metselwerkstuk moesten maken, dat vervolgens weer werd afgebroken. Bij deze methode doen de leerlingen iets waarmee het bedrijf dat de opdracht verstrekt straks mee verder kan. Dat geeft voor alle deelnemers een andere waarde aan het project. De leerlingen hebben het gevoel iets nuttigs te doen, tegelijkertijd heeft de architect of de aannemer waarmee ze samenwerken er profijt van.”

M. van Kessel, die als senior projectcoördinator van Kraaijvanger Urbis nauw bij het leerprogramma was betrokken, plaatst niettemin kritische kanttekeningen. “Het was een leuke vingeroefening, maar toch vind ik dat dit project ver van de realiteit stond omdat het ontwerp financieel niet uitvoerbaar was. Laat die jongens bijvoorbeeld eens een huis bedenken voor een Vinexlocatie. Dan sta je veel dichter bij de werkelijkheid.” Daarnaast constateert hij dat afgestudeerde mbo-ers vaak te weinig elementaire bouwkundige kennis hebben. “Het onderwijs is teveel gericht op jongens die door willen naar het hbo. Ik zou het toejuichen als binnen het onderwijs een selectie plaatsvindt van leerlingen die doorstuderen en leerlingen die na het afronden van hun mbo-studie willen gaan werken. De laatsten zouden meer dan nu het geval is, opgeleid moeten zijn voor de beroepspraktijk.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels