nieuws

Computergebruik op werk nog gering

bouwbreed

Nog niet één op de dertien werknemers behorend tot het bouwplaatspersoneel maakt voor zijn werk gebruik van de computer, onder wie minder dan de helft dagelijks. Voor het uitvoerend technisch en administratief (uta) personeel behoort de computer tot het gebruikelijke gereedschap. Ruim vier op de vijf uta-werknemers maakt op het werk gebruik van de computer, […]

Nog niet één op de dertien werknemers behorend tot het bouwplaatspersoneel maakt voor zijn werk gebruik van de computer, onder wie minder dan de helft dagelijks. Voor het uitvoerend technisch en administratief (uta) personeel behoort de computer tot het gebruikelijke gereedschap. Ruim vier op de vijf uta-werknemers maakt op het werk gebruik van de computer, waarvan het merendeel dagelijks.

In het eind 2004 gehouden najaarsonderzoek van het Economisch Instituut Bouwnijverheid (EIB) onder werknemers is gevraagd naar het computergebruik door werknemers in dienst van bouwbedrijven. De antwoorden op deze vragen zijn inmiddels verwerkt. In het onderzoek waren voor het eerst uta-werknemers betrokken.

Bij de werknemers op de bouwplaats varieert het doel van het computergebruik sterk: Geen enkele toepassing wordt door meer dan de helft van de computergebruikers onder het bouwplaatspersoneel genoemd. Met ruim 40 procent scoort het uitvoeren van administratieve werkzaamheden het hoogst, gevolgd door het gebruik van e-mail met ruim 35 procent en het maken van berekeningen en het werken met planningsschema�s met ruim 30 procent. E-mail wordt door bijna 80 procent van de uta-werknemers die op het werk gebruikmaken van de computer genoemd, gevolgd door administratie met bijna 73 procent, zoeken op internet met bijna 68 procent en communicatie met derden met ruim 60 procent. Bij het uta-personeel is de variatie in het doel van het computergebruik op het werk dus minder groot.

Voor het werken met de computer heeft ongeveer de helft van het betrokken personeel een cursus gevolgd. Voor de computergebruikers onder het bouwplaatspersoneel geldt dit voor minder dan een derde. Bij het uta-ersoneel heeft ruim de helft van het personeel dat op het werk met de computer werkt een cursus gevolgd.

Bevestiging

Gezien het voorgaande is het niet opmerkelijk, dat bijna alle uta-werknemers over een computer thuis beschikken. Dat ook ruim driekwart van de bouwplaats werknemers thuis over een computer beschikt lijkt eerder een bevestiging van het succes van de thuiscomputer in de samenleving dan een gevolg van de ervaring op het werk.

Onder de bezitters van een thuiscomputer maken de werknemers behorend tot het uta-personeel vaker gebruik van deze computer: bijna 80 procent zit minimaal één maal per week aan de thuiscomputer tegen iets meer dan 50 procent bij het bouwplaatspersoneel. Ook maakt het uta-personeel bijna allemaal gebruik van een internetaansluiting en E-mail thuis.

Van de bezitters van een computer onder het bouwplaatspersoneel beschikt 16 procent niet over een internetaansluiting en maakt nog eens 18 procent geen gebruik van de wel aanwezige internetaansluiting. Het is aannemelijk dat de computer in dat geval wordt gedeeld met familieleden die wel van de internetaansluiting gebruik maken. Voor het gebruik van E-mail gelden vergelijkbare opmerkingen als voor het internetgebruik: vaker en intensiever door het uta-personeel dan door het bouwplaatspersoneel. Ruim 60 procent van het bouwplaatspersoneel dat gebruik maakt van een internetaansluiting thuis of op het werk geeft aan nog nooit bouwgerelateerde websites te hebben bezocht. Bij het uta-personeel heeft ruim 30 procent dit nog nooit gedaan.

De bouwgerelateerde organisaties waarvan de websites wel zijn bezocht zijn bij het bouwplaatspersoneel de vakbonden (genoemd door 20 procent van de bouwwerknemers met toegang tot het internet) gevolgd door Arbouw (ruim 14 procent) en Bouwradius (11 procent). Bij het uta-personeel zijn dat de websites van bouwmaterialenleveranciers die genoemd worden door 34 procent van de uta-werknemers met toegang tot internet. Hierna volgen de websites van Cobouw (30 procent), Bouwend Nederland (bijna 30 procent), Arbouw (ruim 25 procent) en SFB (bijna 20 procent).

De door het uta-personeel bezochte bouwgerelateerde websites hebben vaker een relatie met de uitvoering van werkzaamheden. De door het bouwplaatspersoneel bezochte websites leggen eerder in de sfeer van belangenbehartiging of voorlichting.

Drs. A. Grootenboer,

Afdeling Informatica, Economisch

Instituut Bouwnijverheid (EIB),

agrootenboer@eib.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels