nieuws

Andere machtsverhoudingen Een andere marktwerking; een verkenning van de mogelijkheden bij het Nederlandse ruimtelijke beleid,

bouwbreed

In ons land bemoeit de overheid zich intensief met het ruimtelijk beleid. Dat is zo gegroeid, onder druk van het collectieve belang van een goede zeewering, adequaat water- en dijkbeheer en een onderling afgestemde infrastructuur. De vele bestuurslagen van de overheid hebben hierin hun verantwoordelijkheid genomen. Dat daarbij de rol en invloed van de overheid […]

In ons land bemoeit de overheid zich intensief met het ruimtelijk beleid. Dat is zo gegroeid, onder druk van het collectieve belang van een goede zeewering, adequaat water- en dijkbeheer en een onderling afgestemde infrastructuur. De vele bestuurslagen van de overheid hebben hierin hun verantwoordelijkheid genomen. Dat daarbij de rol en invloed van de overheid dominant is ervaart men als positief; er is daardoor sprake van een consistent beleid, dat door allerlei democratische principes en procedures rekening houdt met onze wensen.

Tot zover de positieve kanten van een vorm van marktregulering waarbij de overheid stuurt door middel van voorwaardelijke geboden en van marktstimulering, waarbij de overheid optreedt als vrager of aanbieder. Negatief is dat hierdoor het initiatief voor het veranderen en het beheer van de ruimtelijke inrichting geheel uit de handen van de burger is genomen. De publiekrechtelijk geregelde macht ligt bij enkele partijen, waardoor burgers geen verantwoordelijkheid voelen voor hun eigen leefomgeving. “Onze verantwoordelijkheid houdt immers op waar wij de voordeur of het hek sluiten. Daarbuiten is de leefomgeving de verantwoordelijkheid van de overheid.

Het is een complement voor ons openbaar bestuur dat Nederland hun overheidsbestuurders en -ambtenaren kunnen vertrouwen; ook dat onderscheidt ons land internationaal. Op zich is er overigens niets verkeerds met deze Nederlandse gemakzucht. Laat het aan de overheid over, dan hoeven wij hetzelf niet te regelen. Deze is echter wel gevaarlijk als hij zou leiden tot een concentratie van macht”, aldus Barrie Needham, hoogleraar planologie in Nijmegen, die op verzoek van het Ruimtelijk Planbureau onderzocht heeft of privaatrechtelijke oplossingen ook in ons ruimtelijk ordeningssysteem kans van slagen heeft. Needham ziet wel wat in deze vorm van zelfbestuur, zowel vanuit praktisch als vanuit principieel oogpunt. Zijn essay “Een andere marktwerking” schetst enkele mogelijkheden die vooral voor de verantwoordelijkheid en betrokkenheid van burgers bij het ruimtelijk beleid positief uitpakken. En dat laatste is volgens hem ook nodig, omdat er nogal wat maatschappelijke ontevredenheid bestaat over de manier waarop het ruimtelijk beleid wordt vormgegeven. Dat heeft ook te maken met de rol van rijkssubsidies. “De dans om het gouden kalf van rijkssubsidies kenmerkt het ruimtelijk beleid. Dit is ongezond en bovendien onwenselijk. Immers, ook hier geldt: wie betaalt, die bepaalt.”

Zijn conclusie van zijn verder vrij neutrale verkenning luidt dat een andere marktwerking – gebaseerd op privaatrechtelijke regels, waarbij meer gebruik wordt gemaakt van aan grond en gebouwen verbonden rechten – een goed alternatief is voor de traditionele publiekrechtelijk georganiseerde ruimtelijke inrichting. En misschien kan het ook wel een aanvulling vormen op de huidige procedures en systematiek, zoals enkele door hem bestuurdeerde voorbeelden aangeven.

Het beheer en onderhoud van bedrijfsterreinen zouden wel eens effectiever georganiseerd kunnen worden door een vereniging van eigenaren. Zo�n aanpak en benadering zouden ook voor de oplossing van maatschappelijke issues als fileproblematiek of natuur- en landschapsbeheer wel eens tot opmerkelijke resultaten kunnen leiden. Door te werken met rechten in plaats van plichten ontstaan nieuwe mogelijkheden die wensen voor de ruimtelijke ontwikkeling effectiever en misschien ook wel socialer kunnen realiseren.

Een directe invloed van burgers op de ruimtelijke inrichting is na de ervaringen met het referendum voor de Europese Grondwet actueel. Het zou wel eens de lakmoesproef kunnen worden voor de positie en kwaliteit van het ruimtelijk beleid. Meer privaatrechtelijke inbreng, marktwerking – zoals de Nota ruimte dat ook voorstaat – meer publiek-private partnerships en minder overheidsbemoeienis. Het zal even wennen worden aan de andere machtsverhoudingen en het zal ongetwijfeld een proces van lange adem zijn, maar die kant zal het – ook internationaal gezien – echt uit moeten.

Drs. Robbert Coops

Sociaal geograaf en directeur van HVR, Den Haag robbert.coops@hvrgroep.nl

Barrrie Needham (2005)

Nai Uitgevers/Ruimtelijk Planbureau, Rotterdam/Den Haag, ISBN 90 5662 437 7, prijs 22,50 euro, 68 blz.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels