nieuws

Aantal vrouwen in bouwberoepen daalt licht

bouwbreed

zoetermeer – Het aantal vrouwen dat in de bouw werkt is in 2004 licht gedaald in vergelijking met het jaar ervoor. Dat blijkt uit cijfers die Vrouwen in de Bouw openbaar heeft gemaakt.

Gerekend over alle bouwberoepen liep het aantal vrouwen vorig jaar met ruim zevenhonderd terug. De grootste terugloop zette in bij de administratieve en verzorgende beroepen. Werkten in die sfeer in 2003 nog 17.304 vrouwen, een jaar later waren het er 16.651. Ook het technisch kader moest het doen met minder vrouwen. In 2003 ging het om 1147 medewerksters terwijl het er in 2004 nog 1126 waren. Binnen het technisch uitvoerend personeel daalde het aantal vrouwen eveneens, te weten 394 in 2003 en 359 in 2004.

In 1995 werkten 14.920 vrouwen in de bouw. Daarna groeide het aantal werkneemsters jaarlijks totdat de sector in 2002 19.213 vrouwen telde. Daarna zette een daling in. In 2003 werkten 18.845 vrouwen in bouwberoepen en in 2004 waren het er 18.136.

Uit de gegevens van Vrouwen in de Bouw blijkt dat werkvoorbereider het populairste bouwberoep is onder vrouwen. Bijna een kwart van hen (456) is in dit vak werkzaam. Daarna komen calculator (174) en timmerkracht (107). Vrouwen in de bouw becijfert het aantal vrouwelijke projectleiders op 89, uitvoerders op 67 en tekenaars op 52. De minst populaire beroepen voor vrouwen zijn kwaliteitscontroleur (47), bedrijfsleider (39), technisch medewerker bedrijfsbureau (39) en organisatiedeskundige (39).

Vrouwen in de Bouw houdt onder meer gegevens bij over de in- en uitstroom van vrouwelijk bouwpersoneel. Eerder maakte de organisatie bekend dat ook het aantal vrouwen in het middelbaar en hoger bouwkunde-onderwijs in 2003-2004 is teruggelopen. Het wetenschappelijk onderwijs en het hoger beroepsonderwijs kregen 1,6 procent minder vrouwelijke studenten terwijl het mbo 1,1 procent minder vrouwen had. Het vmbo daarentegen boekte in 2004 0,4 procent winst vergeleken met een jaar eerder.

Nemen we Europese cijfers over de deelname van vrouwen in het bouwproces onder de loep, dan staat Nederland op de zevende plaats. Duitsland telt de meeste vrouwelijke bouwvakkers (13,2 procent) op de voet gevolgd door Zwitserland (12,2 procent). Oostenrijk, Frankrijk en Engeland scoren respectievelijk 9,8, 9,6 en 9,4 procent. Finland, Nederland en Denemarken ontlopen elkaar niet veel met respectievelijk 8,6, 8,5 en 8,4 procent vrouwelijk bouwpersoneel. “Opmerkelijk in Denemarken is dat van de schilders 50 procent vrouw is” aldus een toelichting van Vrouwen in de Bouw. “De eerste vrouwelijke schilder startte in 1899!” Griekenland telt het geringste aantal vrouwen in bouwberoepen. Het gaat om 1,7 procent van het totale aantal bouwvakkers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels