nieuws

Waterbeheer kan niet zonder innovatie

bouwbreed

delft – Subsidiegevers onderkennen wel het belang van waterbeheer, maar zien niet in dat hiervoor fundamenteel nieuwe methoden en technieken moeten worden ontwikkeld. Die stellingname laat mij het glazuur van de tanden springen als een vergelijking wordt gemaakt met Duitsland waar wel grootschalig wordt geïnvesteerd in waterbeheer.

Dat zei dr.ir. N.C. van de Giesen gisteren in Delft bij zijn aantreden als hoogleraar waterbeheer bij de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen van de Technische Universiteit Delft.

Het waterbeheer probeert vanuit de techniek maatschappelijke problemen rond water op te lossen, hield Van de Giesen zijn gehoor voor. Om vooruitgang te boeken bij het oplossen van problemen, zijn innovatieve reken- en observatiemethoden nodig. Van de Giesen signaleert echter, dat er bij de waterbeheerders en beleidsmakers weinig mensen zijn geïnteresseerd in wat de ingenieur heeft te vertellen. Hun tijd gaat op aan het in gang houden van het juridisch-bestuurlijk proces. De technische kant van het waterbeheer wordt aan de bestuurskant te vaak voor vanzelfsprekend aangenomen. Die houding ten opzichte van technische innovaties in het waterbeheer betreurt Van de Giesen, omdat de techniek juist innovatieve methoden kan leveren die het bestuurlijke proces helpen verlichten.

Bodemdaling, zeespiegelstijging en bevolkingsgroei zijn nog steeds drijfveren voor het waterbeheer, alhoewel daar nu ook onzekerheid over het klimaat en veranderingen in het afvoerregime van de Rijn bijkomen. Maar met de Europese Kaderrichtlijn water wordt het waterbeheer niet meer gedreven door technologie. Van de Giesen vindt het positief als dingen gebeuren, omdat we het willen en niet simpelweg omdat we het kunnen of omdat de natuur ertoe dwingt. Het huidige �procesgedreven� waterbeheer is wel uitermate ingewikkeld. Met de technische vernieuwingen op het gebied van optimalisaties, simulaties en scenarioberekeningen kan Van de Giesen het juridisch-bestuurlijke proces ondersteunen. Voor het waterbeheer voorziet hij “een betrekkelijk bescheiden rol die voor ons als waterbeheeronderzoekers echter zeer spannend kan zijn”.

Van de Giesen noemt het Nationaal Bestuursakkoord Water een heel goed document. Het moet echter niet worden gezien als handleiding om de doelen van het waterbeheer te bereiken. Daarvoor is het te summier. Als voorbeeld daarvan noemt Van de Giesen de werknorm uit een bijlage bij het akkoord waarin is aangegeven hoe vaak welk percentage van het landoppervlak door overstroming van sloten en kanalen onder water mag staan. De werknorm bestaat uit een tabelletje van vijf regels. Nergens wordt gerept over afweging van kosten en baten. Het lijkt Van de Giesen echter niet zo moeilijk een rationeler normeringssysteem op te zetten waarin kosten en baten wel zorgvuldig worden afgewogen zonder dat bestuurlijke transparantie wordt opgeofferd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels