nieuws

Toename uitspraken luchtkwaliteit

bouwbreed

In Cobouw en andere media is de afgelopen tijd veel aandacht voor luchtkwaliteit. Steeds vaker komen bouwprojecten stil te liggen doordat blijkt dat niet voldaan kan worden aan de vereisten die in Europese en Nederlandse regelgeving worden gesteld aan de luchtkwaliteit. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit in een nog steeds […]

In Cobouw en andere media is de afgelopen tijd veel aandacht voor luchtkwaliteit. Steeds vaker komen bouwprojecten stil te liggen doordat blijkt dat niet voldaan kan worden aan de vereisten die in Europese en Nederlandse regelgeving worden gesteld aan de luchtkwaliteit.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit in een nog steeds groeiend aantal uitspraken moeten constateren.

Aan de lijst uitspraken kan er een worden toegevoegd; de uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van 20 april 2005. In deze zaak komen veel aspecten aan de orde die ook in de voorgaande uitspraken centraal stonden. Het ging in deze zaak om de goedkeuring van het bestemmingsplan �Oostvlietpolder� door het College van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland (hierna de provincie). Het bestemmingsplan voorziet onder andere in de aanleg van een bedrijventerrein.

Tegen de goedkeuring hebben een aantal bewoners, ondernemingen, verenigingen en een stichting beroep ingesteld. Het was de Vereniging Vrienden Oostvlietpolder die stelde dat de gevolgen voor de luchtkwaliteit door de aanleg van het bedrijventerrein onvoldoende waren onderzocht.

Overheden moeten bij de uitoefening van bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof (PM10) die zijn opgenomen in het Besluit luchtkwaliteit in acht nemen. In de toelichting bij het Besluit luchtkwaliteit wordt de vaststelling en de goedkeuring van een bestemmingsplan als zo�n bevoegdheid aangemerkt.

Het onderzoek moet toezien op de consequenties van de plannen voor de luchtkwaliteit; deze moeten in kaart worden gebracht en vervolgens moet ervoor gezorgd worden dat de grenswaarden die worden gesteld in het Besluit luchtkwaliteit niet worden overschreden. Is dit niet mogelijk dan zal het betreffende onderdeel van het bestemmingsplan, in dit geval de aanleg van het bedrijventerrein, geen doorgang kunnen vinden. Volgens de afdeling schort er het een en ander aan het onderzoek naar de luchtkwaliteit. Door de provincie is onderzocht in hoeverre door de aanleg van het bedrijventerrein de grenswaarden voor stikstofdioxide worden overschreden ter plaatse van gevoelige bestemmingen (denk aan woningen). De afdeling bestuursrechtspraak brengt hier terecht tegen in dat de normen in het Besluit luchtkwaliteit gelden voor de buitenlucht in zijn algemeenheid en zich niet beperken tot gevoelige bestemmingen. In veel uitspraken die voorafgingen aan deze uitspraak interpreteerde de afdeling het Besluit luchtkwaliteit op dezelfde wijze. Vooral dit standpunt van de afdeling bestuursrechtspraak heeft tot veel ophef geleid.

De afdeling werd verweten de regelgeving te strikt te interpreteren. Het Besluit luchtkwaliteit en de toelichting zijn op dit punt echter duidelijk en laat de afdeling bestuursrechtspraak in haar oordeel geen andere keus. Een gevolg is dat veel bouwprojecten op de tocht komen te staan en wellicht geheel van de baan zijn, vooral in de randstad. Door de intensiteit van verkeer en industrie kan er niet aan de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof worden voldaan. In het Besluit luchtkwaliteit zijn grenswaarden opgenomen waaraan voldaan moet zijn vanaf 1 januari 2005 (voor fijn stof) en per 1 januari 2010 (stikstofdioxide). De provincie heeft haar luchtkwaliteitonderzoek ten onrechte beperkt tot een berekening van de gemiddelde concentratie stikstofdioxide in 2015.

De grenswaarden voor 1 januari 2005 en 2010 moeten expliciet in het onderzoek worden betrokken, dit heeft de afdeling bestuursrechtspraak ook in voorgaande uitspraken duidelijk aangegeven.

Ondervangen

Een andere nalatigheid in het luchtkwaliteitonderzoek was dat daarin geen aandacht is geschonken aan de verkeersaantrekkende werking van de aanleg van het bedrijventerrein. Ook dit heeft immers gevolgen voor de concentratie stikstofdioxide en fijn stof in de lucht.

Door de gemeenteraad is nog getracht de nalatigheden in het luchtkwaliteitonderzoek te ondervangen met een notitie waarin het onderzoek nader wordt toegelicht.

De afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat deze nieuwe informatie niet zo laat in de procedure mag worden aangevoerd. Ook in ander zaken, denk aan uitspraak van 9 februari 2005 inzake de Verkeerstunnel Stationseiland Amsterdam, werd later ingediende aanvullende informatie niet toegelaten omdat het meer betrof dan alleen een nadere toelichting op het luchtkwaliteitonderzoek dat een rol heeft gespeeld bij het nemen van het bestreden besluit. Ook in deze zaak komt het tot vernietiging van het bestreden besluit; in dit geval vernietiging van de goedkeuring van het planonderdeel dat voorziet in aanleg van het bedrijventerrein door de provincie. Is dit plan nu geheel van de baan? Dat is in dit specifieke geval misschien nog maar de vraag. Wellicht kan de aanleg van het bedrijventerrein toch doorgang vinden als er een luchtkwaliteitonderzoek wordt gedaan dat de toets der kritiek van de afdeling bestuursrechtspraak kan doorstaan.

Feit is dat op een aantal (vooral stedelijke) gebieden de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide en fijn stof zo hoog zijn dat nieuwe bouwprojecten (denk aan woningbouw, utiliteitsbouw, wegenbouw etcetera.) in het licht van de huidige regelgeving moeilijker uitvoerbaar worden omdat er niet voldaan kan worden aan de gestelde grenswaarden.

Of nieuwe regelgeving uitkomst zal bieden of dat aanpassing van de Europese regelgeving de enige uitkomst zal zijn zal de nabije toekomst leren. De staatssecretaris en de minister van VROM hebben bij brief aangegeven na de zomerreces in 2005 een wetsvoorstel luchtkwaliteit gereed te hebben.

Mr. A.Z.R. Koning

Juridisch medewerker

Instituut voor Bouwrecht (IBR), Den Haag

Voor meer bouwrechtelijke actualiteiten, jurisprudentie, vakliteratuur en regelgeving zie ook de website van het IBR: www.ibr.nl/

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels