nieuws

Rechter vraagt OM om meer duidelijkheid

bouwbreed

ROTTERDAM – De Rotterdamse rechtbank heeft het Openbaar Ministerie via een brief verzocht op twaalf specifieke punten in de aanklacht tegen de vier van fraude verdachte bouwbedrijven meer duidelijkheid te verschaffen. Volgens de verdediging is zon schriftelijk verzoek uiterst zeldzaam.

In de brief stelt de rechter dat het Openbaar Ministerie zelf moet weten op welke onderdelen van het verweer van de twintig advocaten ze deze week wil reageren, maar dat de rechtbank uitdrukkelijk om meer duidelijkheid vraagt op een aantal vragen die vorige week door de verdediging te berde zijn gebracht.

Zo wil de rechtbank meer weten over het feit dat de gedaagde bouwbedrijven allemaal al zijn beboet door de NMa en of dat niet van invloed zou moeten zijn op de strafmaat. Verder vraagt de rechter hoe de selectie van de verdachten precies tot stand is gekomen, hoe het OM is omgegaan met informatie die tijdens de parlementaire enquête aan het licht is gekomen en hoe de informatie-uitwisseling tussen OM en NMa verliep.

Oplettende lezers valt meteen op dat de rechtbank in zijn vragenlijst vrijwel letterlijk de verweren van de verdediging heeft overgenomen. De advocaten van de verdachten putten dan ook hoop uit de zeldzame gang van zaken. “Ik zie dit als een laatste handreiking van de rechtbank aan het OM om de zaken in deze van alle kanten rammelende zaak op orde te krijgen”, stelde één van hen gistermiddag. De laatste vraag van de rechter had betrekking op het vorige week door KWS-advocaat B. Van Eijck geschetste doemscenario dat een veroordeling voor zijn cliënt onherroepelijk tot een faillissement leidt. De rechtbank wilde weten of het OM wel rekening had gehouden met die consequentie. Officier van justitie M. Koelewijn antwoorde dat een veroordeling in haar ogen niet per se hoeft te leiden tot uitsluiting bij aanbestedingen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels