nieuws

Mer: Beleid windturbineparken in Noordzee te weinig sturend

bouwbreed

den haag – Staatssecretaris Schultz van Haegen (water) moet op korte termijn duidelijkheid geven over het gewenste aantal windturbineparken in de Noordzee, welke locaties de voorkeur hebben en hoeveel energie de parken zouden moeten leveren.

Dit stelt de Commissie voor de Milieu-effectrapportage (mer) in een advies aan de bewindsvrouw. Het ontbreekt naar mening van de commissie momenteel aan een toetsingskader voor de vergunningverlening voor de windenergieparken, terwijl de procedures al wel zijn gestart.

“Het ministerie had de volgorde moeten omkeren: eerst een beleidskader en dan bekijken of de initiatieven daarin passen”, zegt algemeen directeur S. Morel van de Commissie voor de mer, die vindt dat nu te veel aan de markt wordt overgelaten.

Zolang dat toetsingskader er niet is, kunnen de negatieve gevolgen voor natuur en milieu ook niet goed worden ingeschat, aldus de commissie. Ze adviseert Schultz van Haegen dan ook spoedig een studie uit te laten voeren om inzicht te krijgen “op welke wijze maximaal vermogen uit windenergie op de Noordzee gerealiseerd kan worden met zo min mogelijke gevolgen voor het natuurlijk milieu.”

Volgens Morel is de Noordzee “een gevoelig gebied, waarmee heel zorgvuldig moet worden omgegaan.” Hij noemt als voorbeeld de Europese Vogel- en habitatrichtlijn, die er ook toe bijdroeg dat de aanleg van de Tweede Maasvlakte nu vertraging heeft opgelopen.

Inmiddels zijn er al voor ruim vijftig locaties initiatieven ingediend door WEOM (Nuon/Shell), E-connection, Evelop/Ecofys, het Ierse Airtricity en Raedthuys Holding. Deze locaties liggen buiten de twaalfmijlszone voor de kust van Hoek van Holland, Scheveningen, IJmuiden, Katwijk, Den Helder en ten noorden van Ameland en Schiermonnikoog. Veel van de initiatieven overlappen elkaar. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft momenteel �slechts� 25 locaties voor vergunningverlening in beeld.

Voor de windturbineparken hanteert het kabinet, nadat begin dit jaar het verbod werd opgeheven, het motto �wie het eerst komt, het eerst maalt�. Initiatiefnemers moeten dan wel voor een locatie een complete vergunningsaanvraag, inclusief mer, indienen.

De vergunningen voor de eerste twee windparken Q7-WP van E-connection en het demonstratieproject Near Shore Windpark (NSW) van Nuon en Shell zijn al enkele jaren geleden verleend. Volgens planning kan Q7 eind volgend jaar operationeel zijn.

De commissie maakt zich vooral zorgen over de cumulatieve effecten van de windparken op natuur en milieu. De mer�s die voor alle locaties in de maak zijn, gaan daar wel op in, maar de commissie benadrukt dat dit geen toetsingskader oplevert. “Op zijn best levert het daarvoor bouwstenen”, aldus de commissie.

Ze houdt er overigens rekening mee dat lang niet alle plannen voor parken ook daadwerkelijk leiden tot het bouwen en exploiteren ervan, ook al is er een vergunning.

Realisatie hangt onder meer af van of de initiatiefnemers voldoende subsidies kunnen krijgen en of de parken kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnet.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels