nieuws

Hulpmiddelen bij tillen genegeerd

bouwbreed

amsterdam – Metselaars en opperlieden gebruiken nog steeds te weinig hulpmiddelen die voorkomen dat hun rug en schouders overbelast raken. Dat blijkt uit het proefschrift, Evidence-based implementation of ergonomic measures in construction work, waarop H. van der Molen promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam.

Daarnaast is het moeilijk om bedrijven zover te krijgen dat ze daadwerkelijk effectieve hulpmiddelen op de werkplek invoeren. “Vergelijkbare problemen komen ook voor in andere bouwberoepen. Vanwege de wetenschappelijke diepgang heb ik mij in mijn onderzoek beperkt tot metselaars en opperlieden”, aldus de promovendus, beleidsadviseur ergonomie bij Arbouw en als onderzoeker verbonden aan het Coronelinstituut van de AMC-universiteit van Amsterdam. “Van hen krijgt 45 procent jaarlijks te maken met ernstige lage rugklachten en 26 procent krijgt last van de schouders”, legt hij uit. “Dat zou kunnen verminderen als er vaker hulpmiddelen worden ingezet.”

Uit zijn onderzoek blijkt dat er voldoende mogelijkheden zijn om de rug te ontzien. “Zet stenen en kuipen met specie op een simpele verhoging en de mensen belasten hun rug al minder. Een eenvoudig hulpmiddel, maar wel een heel erg effectieve. Als een metselaar de hele dag werkt met zo�n materiaalophoging, levert dat een enorme vermindering van de lichamelijke belasting op. Hij maakt dan gemiddeld 920 keer minder diepe rugbuigingen per werkdag.”

Mechaniseren

Er zijn ook andere manieren om rug- en schouderklachten te voorkomen. Van der Molen adviseert om het transport van materialen te mechaniseren. En ook raadt hij aan de werkgevers en werknemers samen te laten kijken naar mogelijkheden om veel en langdurig tillen en bukken te verminderen.

Een probleem dat zich daarbij voordoet is dat het niet duidelijk is hoe mensen over de streep moeten worden getrokken om ook daadwerkelijk van de beschikbare mogelijkheden gebruik te maken.

Dat hulpmiddelen niet genoeg worden gebruikt, wijt Van der Molen aan werkgevers en werknemers. Maar ook aan partijen buiten het bouwbedrijf, zoals hoofdaannemers en steigerbouwers. Zij zijn zich onvoldoende bewust van de risico�s die een verkeerde manier van werken met zich meebrengt. En bedrijven die zich wel bewust zijn van het gevaar, ondernemen nog steeds te weinig om de risico�s tegen te gaan. Een factor die daarbij een hoofdrol lijkt te spelen, is dat er in het algemeen niet voldoende animo is om te investeren in hulpmiddelen en dat er bovendien te weinig stimulansen zijn die het gebruik van deze mogelijkheden bevorderen.

Omdat de oorzaken van het te beperkte gebruik van hulpmogelijkheden van bedrijf tot bedrijf verschillen, is het vooralsnog niet mogelijk om de promotie van gezond werken als een standaardpakket aan te bieden. Hiernaar moet nader onderzoek worden gedaan. “Wel is het duidelijk dat als er binnen een onderneming afspraken worden gemaakt over het blijvend gebruik van hulpmiddelen, er minder kansen bestaan dat de inzet van hulpmiddelen wordt belemmerd”, aldus Van der Molen. “Verder blijkt uit literatuuronderzoek dat hulpmiddelen vaker worden ingezet naarmate werkgever en werknemer er meer ervaring mee hebben opgedaan.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels