nieuws

Emissie hulpstoffen beton onschadelijk

bouwbreed

amsterdam – Emissie van superplastificeerders leidt bij hergebruik van beton niet tot milieutechnische problemen. Dit blijkt uit een onderzoek waarvan A. Häner, projectleider bij BMG Engineering de resultaten presenteerde tijdens het BIBM-congres in Amsterdam.

Grote hoeveelheden beton worden met hulpstoffen vervaardigd. Met een levensduur van gebouwen van 50 tot 100 jaar heeft dit tot gevolg dat, afhankelijk van het hergebruik van beton, door emissie na de sloopwerkzaamheden resten van hulpstoffen in het milieu terechtkomen. De algemene trend om duurzaam te bouwen leidt tot de vraag naar milieuvriendelijke bouwstoffen. Dat het daarbij om grote hoeveelheden gaat, toonde Häner aan door te stellen dat alleen al in Zwitserland jaarlijks circa 11 miljoen ton beton wordt gerealiseerd waarvan 2,1 miljoen ton met een superplastificeerder. Echter, hoe een nieuw ontwikkelde chemische stof zich milieutechnisch gedraagt, is normaal gesproken niet bekend. Dit kan op termijn juridische gevolgen hebben voor de producent, de verkoper en/of de koper van het product. Daarom is het van belang een product te volgen van vervaardiging totdat het in het milieu vrijkomt. Juist met het oog hergebruik van beton is het daarom aanbevelenswaardig om al tijdens de fabricage van betonproducten rekening te houden met potentiële problemen als gevolg van emissie op termijn. Mede hierom is door het onafhankelijk Zwitsers onderzoeksbureau BNG Engineering onderzoek gedaan naar de verwachte concentraties stoffen die uiteindelijk in het milieu terechtkomen. Tijdens het congres presenteerde Häner de resultaten van het onderzoek. Häner richtte zich op de potentiële emissie van een stabiele en een instabiele superplastificeerder (best- en worst-case scenario) en het risico voor mens en milieu.

Betonkubussen

Om gedragingen voor de omgeving te kunnen beoordelen, maakte BNG gebruik van twee betonkubussen die waren vervaardigd conform gestandaardiseerde nomen. Na een uitharding van 28 dagen werden de proefstukken gebroken, verpulverd en gezeefd in drie fracties. Uitloogtesten wezen uit dat een significante fractie van de totale organische koolstof in het beton was uitgeloogd met name in het geval van de �labiele� plastificeerder (worst case). Emissies waren hierbij afhankelijk van de grootte van de uitgeloogde fractie.

Gebaseerd op de verwachte concentraties in het milieu en de corresponderende toxicologische data werd een risicobeoordeling ontwikkeld. De grootste emissies zijn te verwachten bij hergebruik van beton in de vorm van granulaat voor wegverharding. Maar op basis van de gerichte toxiciteit is het risico voor mens of zijn omgeving volgens Häner niet aannemelijk.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels