nieuws

Dood door schuld bij ongevallen steiger, torenkraan en speeltoestel

bouwbreed

Het Openbaar Ministerie Breda heeft een persbericht uitgegeven over het onderzoek naar het bedrijfsongeval in de Amercentrale in Geertruidenberg. Dit ministerie vindt dat het bedrijfsongeval met name door fouten in het ontwerp van de steiger en onvoldoende coördinatie tussen de bij de ketelrevisie en steigerbouw betrokken bedrijven is veroorzaakt. Naast onder meer vervolging voor overtreding van Arbowetgeving zullen drie rechtspersonen – en één natuurlijke persoon – worden vervolgd voor het veroorzaken van dood en/of lichamelijkletsel door schuld.

Op 28 september 2003 stortte tijdens revisiewerkzaamheden aan de ketel 9 in de Amercentrale een steiger van 65 meter hoogte in. Op die steiger was een aantal personen bezig met gritstraalwerkzaamheden. Bij dit ongeval kwamen vijf medewerkers om het leven en liepen drie medewerkers zwaar lichamelijk letsel op.

Zeer recent heeft de rechter zich in twee zaken uitgelaten over dood door schuld door rechtspersonen. De uitspraken kunnen van belang zijn bij de behandeling van het bedrijfsongeval in de Amercentrale.

Funderingsblok

De eerste uitspraak is van de rechtbank �s-Hertogenbosch. Deze rechtbank bepaalde dat een bedrijf aanmerkelijk onvoorzichtig en onachtzaam de afmetingen van een funderingsblok ten behoeve van een torenkraan heeft laten bereken, waarbij fouten zijn gemaakt. Waaruit deze onvoorzichtigheid en onachtzaamheid precies zou bestaan wordt niet duidelijk.

Na inschakeling van deskundigen oordeelde de rechtbank, dat het funderingsblok tengevolge van de foute berekening te klein was voor de torenkraan en dat de torenkraan vanwege die fout tijdens de opbouw is omgevallen. Twee personen zijn daarbij gedood en een persoon heeft daardoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Het bedrijf werd veroordeeld voor dood door schuld.

De tweede uitspraken zijn van de rechtbank Middelburg. Een kleuter is met loopklossen een speelhuisje opgeklommen. Vervolgens is zij van de glijbaan afgegaan. Zij is met de loopklossen aan het speeltoestel blijven haken en gestikt. In die zaak werd zowel aan de stichting kinderopvang als de

producent van het speeltoestel dood door schuld tenlastegelegd. De stichting kinderopvang is vrijgesproken, omdat samengevat niet bewezen werd geacht dat onvoldoende toezicht had plaatsgevonden. Van belang daarbij is nog, dat de rechtbank aandacht besteedt aan een afweging die door de leidsters was gemaakt over de inschatting van de verschillende gevaren die aan het speeltoestel verbonden waren.

De producent van het speeltoestel daarentegen is wel veroordeeld wegens dood door schuld. De rechtbank overwoog, dat hij vanaf 2001 op de hoogte was van het beklemmingsgevaar dat aan de door hem geproduceerde speelhuisjes verbonden was (er wordt gesproken over kleding en andere voorwerpen).

Als producent had hij de verplichting om stil te staan bij de gevolgen die dit beklemmingsgevaar mogelijk zou kunnen hebben. Dit is een wettelijke verplichting, maar vloeit voor hem als producent ook voort uit de algemene zorgplicht in het recht, waarvan de artikelen 307 (dood door schuld) en 308 (zwaar lichamelijk letsel) de weerslag zijn.

De producent had zich dienen te realiseren dat het risico van koordinklemming een dodelijk gevolg kan hebben. Door geen actie te ondernemen heeft hij ook zijn wettelijke informatieplicht geschonden.

Voorzienbaar

De verweren van de producent, dat hij zich niet had gerealiseerd dat een dodelijk gevolg zou kunnen intreden; dat het ingetreden gevolg onvoorzienbaar was en dat er (zo begrijp ik) sprake was van eigen schuld, omdat de kleuter op de glijbaan was gaan lopen, troffen geen doel.

De rechtbank overwoog dat het handelen van de kleuter wel degelijk voorzienbaar was geweest. Daarnaast werd aannemelijk geacht, dat de kinderopvang als zij zou zijn geïnformeerd de gevaren had doen wegnemen.

Coördinatie

Waarom bespreek ik deze zaken gezamenlijk? Over de oorzaken van het instorten van de steiger is al veel geschreven. Er zijn diverse deskundigenrapporten uitgebracht. Ik ken de oorzaak niet.

Met het persbericht van het openbaar ministerie is duidelijk dat ingezet wordt op veroordeling wegens dood door schuld. Een dergelijke veroordeling behoort tot de mogelijkheden. Uit de uitspraak van de rechtbank �s-Hertogenbosch blijkt dat de inbreng van deskundigen van groot belang kan zijn voor de bepaling of er sprake is van een fout die heeft geleid tot de dood. Hier ligt dus een belangrijke taak voor de verdediging. Ook de rechtbank Middelburg heeft met het vonnis in de zaak van het speeltoestel een aantal aanwijzingen gegeven die in de Amercentrale zaak richtinggevend kunnen zijn.

De lijn die ik in het Middelburgse vonnis zie is, dat op het moment dat vast komt te staan dat sprake is van een constructiefout, met name als de producent/constructeur daarvan ook nog op de hoogte was, de verdediging van goede huize zal moeten komen om gebrek aan causaal verband, gebrek aan voorzienbaarheid of eigen schuld aan een veroordeling in de weg te laten staan.

Complicerende factor in de Amercentrale zaak is nog, dat het openbaar ministerie niet alleen spreekt van fouten in het ontwerp, maar ook van onvoldoende coördinatie. Zeker met de betrokkenheid van drie rechtspersonen valt niet uit te sluiten dat de verschillende verdachten naar elkaar zullen gaan wijzen als het op verantwoordelijkheden aankomt.

Niet eerder dan dit najaar zal naar het zich laat aanzien de zitting plaatsvinden. Dan zullen we zien of er ook echt sprake is van min of meer vergelijkbare juridische zaken.

Jan Leliveld

Wladimiroff & Waling

advocaten, Den Haag

j.leliveld@wlaws.com

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels