nieuws

Tekening klopt tot in kleinste detail

bouwbreed

amsterdam – Elk detail, elke steen wordt vastgelegd. Dolf Stekhoven ontleedt met inktpen en potlood hele gebouwen, spoorwegconstructies in aanbouw en brengt voor het nageslacht in opdracht van diverse gemeentearchieven op minutieuze wijze de bebouwde omgeving in beeld.

Stekhoven legt een gigantische tekening van ruim 6 meter uit over de vloer van zijn woning in Amsterdam. De tekening schetst de situatie van de Utrechtboog over het spoor op het traject Amsterdam-Zuid-Duivendrecht zoals deze er in 2006 uit zal zien. Alles wat voor het publiek herkenbaar is, staat er op. Alle bebouwing langs het spoor, elk balkonnetje, tot grote en kleine bomen aan toe. Stekhoven maakte de tekening in 2000 in opdracht van Railinfrabeheer, nu ProRail.

De Beneluxlijn die inmiddels rijdt van Rotterdam naar Spijkenisse heeft hij in 2001 in kaart gebracht en vorig jaar zomer nog een deel van de hsl in aanbouw toen hij in opdracht van het Rotterdamse gemeentearchief acht tekeningen maakte van diergaarde Blijdorp waar de treinverbinding dwars doorheen loopt.

�Maar de hsl is nog niet klaar�, kreeg Stekhoven in eerste instantie te horen, en dat is het �m nu juist. “Over een paar eeuwen, in 2300 bijvoorbeeld kan men aan de hand van mijn tekeningen de bouwmethoden van nu bestuderen.” Hij is gefascineerd door de bouw zelf, door hoe iets tot stand komt en daarom is de bouwplaats een van zijn favoriete tekenstekken.

Het eerste grote bouwwerk dat Stekhoven in beeld bracht was de George Washingtonbrug in New York. “Dat was gewoon voor mijn eigen plezier”, vertelt de architect die na zijn opleiding aan de Haagse kunstacademie, twee jaar werkervaring bij een architectenbureau in Nederland en twee jaar in Duitsland naar de Verenigde Staten toog, waar hij voor het bureau Tams onder andere een van de architecten is geweest van de luchthaven van Pittsburgh.

Van een wereldreis kwam hij in 1970 na vijf maanden terug in Nederland met schetsen van landschappen en bouwwerken uit Mexico, Japan, Siberië, maar het lukte hem aanvankelijk niet te aarden. “Nederland was zo anders dan in mijn herinnering. Na zo�n reis val je in een zwart gat”, beschrijft hij de gemoedstoestand waarin hij verkeerde. “Ik was een vreemde in mijn eigen land.” Uit zichzelf is hij blijven tekenen en tot zijn verbazing verkocht hij de afbeeldingen aan bouwbedrijven en architectenbureaus. Er bleek een bloeiende markt voor te zijn.

De eerste grote opdracht kwam van Schiphol waar hij in 1974 de tweede uitbreiding van de luchthaven in beeld bracht in zeven grote tekeningen. Stekhoven noemt zichzelf ambachtelijk tekenaar in de topografische traditie. De afbeeldingen kloppen tot in de kleinste details. “Daarin ligt juist de kracht”, verwijst hij naar de talloze spoortrajecten die hij voor ProRail tekende. ProRail gebruikt de vogelvluchtperspectieven voor brochures én om omwonenden alvast een blik in de toekomst te gunnen.

“Oppositie verdwijnt als sneeuw voor de zon. Tekeningen werken anders dan computerimpressies, de impact is groter, want het bankje van opa in Amsterdam Zuidoost staat er ook op”, verwijst hij naar de tekeningen van de Utrechtboog. “Dat is voor ProRail van grote waarde.”

Zo herinnert hij zich een zaak bij de Raad van State over een spooruitbreiding bij Boxtel. Een door milieuorganisaties geëiste bouwstop ging niet door omdat de tekeningen lieten zien dat de meanders die tijdelijk moesten worden omgelegd, na de uitbreiding zelfs in een betere loop terug zouden komen.

Een heel andere markt waar de tekeningen van Stekhoven aftrek vinden, vormen de gemeentearchieven, waarvoor hij zo gedetailleerd mogelijk de gebouwde omgeving in kaart brengt. “Al vanaf de 14de eeuw wordt de geschiedenis door middel van tekeningen vastgelegd. Het is een oer-Hollandse traditie.”

Des te treuriger vindt Stekhoven het dan ook dat het vak de laatste tien jaar lijkt te verdwijnen. Voor het Rotterdamse gemeentearchief is hij de enige die in aanmerking komt voor opdrachten en had hij in de jaren tachtig nog concurrentie bij het maken van schetsen voor architectenbureaus, tegenwoordig komt daar nauwelijks werk meer vandaan. “Dat komt door die verdomde computer”, verklaart hij. “Jarenlang heb ik voor architectenbureaus gewerkt, maar nu loop ik gillend weg. Als ik ze allemaal achter die computers zie zitten, denk ik: �Waar is jullie creativiteit!� Die is gewoon de deur uit geschopt. En dan noemen ze die computerimpressies ook nog artist impressions.”

Zelf denkt Stekhoven er niet aan te stoppen met tekenen. Zodra de portemonnee het toelaat, gaat hij op reis en tekent hij bijzondere architectuur en schildert hij landschappen. Bovendien, werk zat. Zo heeft hij onlangs een serie over bouwkranen afgeleverd voor het blad Bouwen nu waar hij sinds 1985 werkmethodes illustreert door middel van tekeningen. “Het woord pensioen bestaat niet voor mij. Ik ga tot de laatste adem door.”

Twaalf tekeningen van het vrije werk van Stekhoven zijn vanaf 3 april tot en met 25 mei te zien in het Rialto Filmtheater in Amsterdam.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels