nieuws

Eisen restzetting lastig te stellen

bouwbreed

delft – Zettingen die optreden nadat een project is opgeleverd, kunnen een beheerder veel geld kosten aan onderhoud. Het stellen van strenge eisen aan deze zogenoemde restzettingen lijkt de oplossing. Helaas ligt het niet zo eenvoudig.

Dit bleek gisteren tijdens het middagsymposium �Restzettingseisen: haalbaar en betaalbaar?� bij GeoDelft. Zijn de eisen voor de restzettingen niet streng genoeg, dan kan dat de onderhoudskosten sterk vergroten, maar te strenge eisen zullen de bouwkosten onnodig verhogen. Rijkswaterstaat is voor de geotechniek een belangrijke opdrachtgever. Infrastructuur wil deze dienst standaard aanbesteden volgens design-and-constructcontracten waarin eisen staan die van de functie van het te bouwen object zijn afgeleid, de zogenoemde functionele eisen. Bij eisen hoort echter ook het toetsen of aan de eisen wordt voldaan. Dat toetsen verloopt op een aantal punten niet goed, is de ervaring bij spoorwegbeheerder ProRail.

Optimalisatie van de zettingseisen alleen blijkt niet tot minimalisatie van de lifecyclekosten te leiden. Volgens dr.ir. M. Van, sectordirecteur bij GeoDelft, komen minimale lifecyclekosten tot stand door optimalisatie van zowel zettingseisen als bouwtijd. Lifecyclekosten beginnen bij aanlegkosten. Er zijn verschillende technieken voor zettingsreductie tijdens de aanleg te onderscheiden. Gerangschikt naar zettingsreductie zijn dat: verticale drains, zettingsreducerend (lichtgewicht materialen), consolidatie versnellend (overhoogte, luchtonderdruk), zettingsarm (matras op palen) en zettingsvrij (betonplaat op palen). Het versnellen van zetting bij de aanleg zal de bouwtijd bekorten.

Uit de schat aan gegevens en projecten die bij GeoDelft bekend zijn heeft Van een simpele waarheid gedestilleerd: “De aanlegkosten maal de bouwtijd is een constante”. Volgens Van zou de politiek hier zijn voordeel mee moeten doen. Het verlengen van de procedure voor een project met een vaste einddatum betekent namelijk verkorting van de bouwtijd en bij gevolg een navenante verhoging van de aanlegkosten. Als behalve aanlegkosten ook de onderhoudskosten worden meegenomen, ontstaan lifecyclekosten. Mede bepalend voor de onderhoudskosten zijn de restzettingseisen, terwijl de aanlegkosten mede volgen uit de bouwtijd. Daaruit volgt dat minimale (optimale) lifecyclekosten optreden bij optimalisatie van restzettingseisen en bouwtijd, een stelling waarin de toehoorders zich wel konden vinden.

Er zijn inmiddels betere methoden om de restzettingen te bepalen dan de al jaren gangbare methode-Koppejan. Werken met grond betekent dat er altijd een risico bestaat dat de werkelijkheid significant afwijkt van wat in het ontwerp is meegenomen.

In relatie met de eisen die zijn gesteld, kunnen zettingen bijvoorbeeld te groot of te klein uitvallen, of de zettingen verlopen te langzaam. Er is ook een risico dat bijvoorbeeld de restzettingen te groot zijn.

Om tot betere voorspelling van de restzetting te komen, hanteert Boskalis bij de BeauDrain-methode voor geforceerde consolidatie de zogenoemde Isotache-methode waarbij wordt gerekend met lijnen van gelijke kruipsnelheid. Belangrijk onderdeel van de methode is dat gemeten zettingswaarden in het model kunnen worden gebruikt om de voorspelling van de restzetting scherper te krijgen. Dat betekent dat het voldoen aan die eisen minder risico zal opleveren tijdens de bouw. Er kan namelijk gaandeweg de realisatie ook worden bijgestuurd.

Ten slotte bleken de deelnemers aan het symposium het belang van betere zettingsvoorspellingen te onderschrijven. Het voortzetten van zettingsmetingen na oplevering van een projcet zal kunnen bijdragen aan betere zettingsprognoses.

Aanlegkosten maal bouwtijd is constant

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels