nieuws

Afgraven uiterwaard schept geen ruimte

bouwbreed

tolkamer – Monotoon grasland overheerst in de uiterwaarden. Van het gevarieerde oorspronkelijke landschap is weinig over. Afgravingen voor rivierverruiming dreigen het er niet beter op maken, vreest Staatsbosbeheer (SBB). Daarom heeft deze dienst een alternatief ontwikkeld met de dynamiek van de rivier als uitgangspunt.

Meest in het oog springend in het voorstel, getiteld Lonkend Rivierenland, is een binnendijkse nevengeul door het Rijnstrangen- en Lingewaardgebied. Die volgt een oude bedding van de Rijn en het oostelijke Lingetracé, of een nieuwe route in het Lingewaardgebied met minder bebouwing, dat kan allebei.

Er ontstaat op die manier zoveel extra capaciteit, dat verdere ingrepen tussen de Duitse grens en Druten overbodig worden. Pas verder benedenstrooms zijn aanvullende maatregelen nodig. Voor de berekening van alle effecten is samengewerkt met ingenieursbureau Haskoning.

Het KAN-gebied (Knooppunt Arnhem Nijmegen) ontkomt door de nieuwe stroomroute aan omstreden ingrepen als de bochtafsnijding bij Lent en de inrichting van de Ooijpolder als noodoverloopgebied. Retentie- en noodoverloopgebieden verdwijnen geheel uit beeld. “De bediening van de inlaatpunten blijft mensenwerk en �vol is vol� dus ze bieden geen oplossing bij langdurig hoge afvoer,” weet projectmedewerker M. van Schie van SBB.

De dienst zoekt het in maatregelen die het landschap aantrekkelijker maken en passen bij het karakter van de rivier. “De fixatie op capaciteitsvergroting die helemaal in de uiterwaarden moet worden gerealiseerd, heeft langzamerhand geleid tot een ontzettend verkrampte houding”, constateert SBB-ecoloog F. Vera, “waarbij natuur en landschap aan het kortste eind trekken. Hij vindt dat er meer moet worden gedacht in kansen.” Daarvoor kijkt hij verder dan de dijk van de rivier staat, wat heeft geresulteerd in Lonkend Riverenland.

Voor het KAN-gebied, en ook verder benedenstrooms, is het uitgangspunt geweest een gevarieerd rivierlandschap dat naadloos aansluit bij de veiligheidswens. Resultaat is een plan met – dicht bij stedelijke bebouwing – veel nieuwe natuur en recreatiemogelijkheden. “Een lonkend perspectief”, vinden de SBB�ers.

In plaats van het afgraven van uiterwaarden, wil de dienst beginnen met ingrepen in het binnendijkse gebied. De benodigde ruimte moet worden benut voor die is vergeven. Later kan dan altijd nog worden ingegrepen in de uiterwaarden, die niet zo gauw voor andere bestemmingen zullen worden geclaimd.

“Het plan voldoet aan de eis van een capaciteit van 16.000 kubieke meter, met een doorkijk naar nog meer”, schetst Van Schie de voordelen voor de langere termijn. Volgens haar worden dan ook de kosten dan lager, omdat de natuurlijke dynamiek het systeem in stand houdt. Anders dan bijvoorbeeld afgegraven uiterwaarden, die de neiging hebben weer vol te slibben. In eerste instantie zullen de aanlegkosten wel hoger zijn.

Voor de ontwikkeling van Lonkend Rivierenland is gekeken naar andere rivieren in Europa zoals de Sawa in het voormalige Joegoslavië. “Die heeft nog een uitgestrekt gebied om te overstromen. Daar is een enorme waterberging mogelijk”, weet Vera. “Zoals bij ons vroeger op de komgronden, die nu binnendijks liggen. “We moeten weer gaan denken aan het aankoppelen van die kommen”, geeft hij context aan het plan voor de nieuwe route door het Rijnstrangen- en Lingegebied.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels