nieuws

VVD wil staatssteun voor projectontwikkelaars

bouwbreed

den haag – Projectontwikkelaars moeten net als corporaties een beroep kunnen doen op door de overheid gedekte goedkope leningen. Dat vindt Tweede Kamerlid J. Veenendaal van de VVD. “Het maakt mij niet uit wie er sociale huurwoningen bouwt.”

Veenendaal vindt dat onderzocht moet worden of de financiële ondersteuning van de overheid niet per project kan worden verstrekt. “Als een ontwikkelaar honderd woningen bouwt en twintig daarvan gaan de sociale verhuur in, dan zou hij voor dat laatste deel bij het WSW aan moeten kunnen kloppen.”

Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) stelt corporaties in staat om goedkoop geld te lenen. Het fonds regelt voor de sociale huisvesters een lage rente door zelf garant te staan. Het wsw wordt op zijn beurt weer gedekt door de Nederlandse overheid. Hierdoor is het risico dat de leningen niet worden terugbetaald tot een minimum beperkt en verstrekken banken tegen lage rentes geld.

Door het WSW open te stellen voor projectontwikkelaars wil het VVD-kamerlid niet alleen de vastgelopen productie van goedkope huurwoningen een impuls geven. Zij wil ook een gelijk speelveld creëren waar corporaties en projectontwikkelaars, die deels op dezelfde markten actief zijn, onder gelijke omstandigheden met elkaar kunnen concurreren. Projectontwikkelaars dezelfde rechten geven als corporaties is wat Veenendaal betreft niet genoeg. Zij wil corporaties ook dezelfde plichten opleggen als hun commerciële concurrenten. Een eerste stap is de invoering van de vennootschapsbelasting voor sociale huisvesters.

Veenendaal denkt met de maatregel twee vliegen in één klap te kunnen slaan. Corporaties hoeven hun commerciële en maatschappelijke activiteiten niet meer organisatorisch te splitsen. De bewindsvrouw wil dat corporaties hun marktactiviteiten in een aparte bv onderbrengen. “Dat voorstel is door de Tweede Kamer afgewezen. Van het splitsen van de activiteiten worden alleen de accountant en de notaris rijk”, vertelt de parlementariër. Door vennootschapsbelasting te heffen op de winsten van corporaties is er geen scheiding meer nodig. Het maakt voor de fiscus immers niet uit op welke manier het resultaat wordt gerealiseerd, als er maar netjes wordt betaald. De maatregel vormt daarnaast – en dat is de tweede vlieg – een opstapje voor de introductie van een belasting op het geld dat corporaties met hun vermogen verdienen.

“Met name rijke corporaties die veel geld in hun woningen vast hebben zitten kunnen we met de belasting van het rendement op het eigen vermogen in beweging krijgen”, licht Veenendaal haar strategie toe. Haar redenering is daarbij simpel. Wie een groot eigen vermogen heeft, draagt na invoering van de maatregel fors bij aan de schatkist. Om aan een hoge aanslag te ontkomen moeten rijke corporaties dus wel woningen verkopen en de opbrengsten investeren in nieuwe bouwprojecten.

De relatie tussen corporaties en de overheid is niet het enige dat de VVD-politica wil veranderen. Ook het toezicht van de corporatiesector zou wat Veenendaal betreft onder de loep genomen moeten worden. Zij richt haar pijlen daarbij in het bijzonder op het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV), de financieel toezichthouder van de branche.

“Feitelijk bestaan er twee toezichthouders. Het CFV en het WSW. Het WSW houdt de corporaties die hun leningen bij de borgverstrekker hebben ondergebracht nauwlettend in de gaten. De gegevens die de organisatie hiervoor opvraagt, overlappen deels de cijfers die het CFV jaarlijks verzamelt om in opdracht van Vrom zijn toezichthoudende werk te verrichten.

Eén toezichthouder is genoeg, zo redeneert Veenendaal. En dus zou onderzocht moeten worden of het CFV niet kan verdwijnen, zo stelt Veenendaal. “Misschien kunnen het WSW en de Vrom-inspectie samen tot hetzelfde resultaat komen.”

�Van het splitsen van activiteiten worden alleen de accountant en de notaris rijk�

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels