nieuws

Pps: van woorden naar daden

bouwbreed

De Nederlandse overheid laat jaarlijks vele tientallen miljoenen euros liggen door nauwelijks gebruik te maken van de mogelijkheden van publiek-private samenwerking (pps). Het kabinet heeft dit onderkend en is van mening dat pps een bredere toepassing verdient, zo liet minister Peijs afgelopen vrijdag weten.

Een goede eerste stap, maar het moet niet bij intenties blijven. Om tot spreekwoordelijke daden te komen, zou het kabinet een projectenstroom voor infrastructuur en huisvesting op gang moeten brengen.

Jarenlang gold het gebrek aan de benodigde kennis van en ervaring met de complexe pps-aanbestedingen en -contractvorming als argument tegen de verbrede toepassing van pps. Maar met de ervaringen van de afgelopen jaren en de ruime kennisontwikkeling in handboeken en standaardcontracten, is dit moeilijk vol te houden. De druk die de lange-termijnbetalingsverplichtingen van een pps op het EMU-saldo zouden hebben, is met de nieuwe Europese regelgeving op dit punt ook geen argument. Aan de markt zal het ook niet liggen. Deze schreeuwt om toepassing op grotere schaal, zo bleek onlangs ook weer bij het ronde tafel gesprek over pps in de Tweede Kamer.

Pps lijkt met name te stranden op het gebrek aan enthousiasme bij de departementen en uitvoeringsorganisaties. Tot op de dag van vandaag wordt de keuze tussen pps en meer traditionele uitvoering immers overgelaten aan de organisaties zelf. En deze blijken niet of nauwelijks te kiezen voor het overdragen van verantwoordelijkheden (en risico�s) aan de markt en zelf een stapje terug te doen.

Misschien ook niet zo vreemd. De strategie van afwachten tot er iets gebeurt, lijkt dan ook geen succesformule voor een bredere pps-toepassing. Wat nodig is, is dat het kabinet een substantiële projectenstroom op gang brengt.

Infrastructuurprojecten

Voor toepassing van pps moeten we in de eerste plaats kijken naar infrastructuurprojecten, omdat deze sector de verkenningsfase inmiddels voorbij is. Althans, voor inmiddels bewezen concepten als DBFM(O)-contracten. De DBFM(O)-contracten voor de HSL Infraprovider, Harnaschpolder, A59 en N31 leverden tot ruim 30 procent goedkopere projecten, die sneller zullen worden gerealiseerd en naar verwachting met een betere kwaliteit. Andere, complexere samenwerkingsvormen die zijn gebaseerd op het parallel schakelen van aanbesteding en publieke procedures en waarvan minister Peijs een voorstander blijkt, lijken echter voorlopig tot de studeerkamer veroordeeld.

Als nu de substantiële projectenstroom uitblijft, laat de Nederlandse overheid kansen liggen. Gemiste kansen waarvoor de belastingbetaler de rekening betaalt. Immers, als maar 10 procent van de MIT-gelden in pps zou worden besteed en een conservatieve 10 tot 15 procent efficiëntie wordt bereikt, levert dit jaarlijks al zo�n 100 miljoen euro op. Om nog maar te zwijgen van de maatschappelijke baten als gevolg van reistijdwinsten die een veelvoud hiervan zullen bedragen.

Overigens hoeven we de discussie over pps niet te beperken tot infrastructuur alleen. Rijkshuisvesting blijkt in toenemende mate een interessant toepassingsgebied. Internationaal gezien zijn de meeste successen met pps behaald in de huisvesting van met name gevangenissen, ziekenhuizen en scholen. Voor een brede toepassing is het in deze sectoren wellicht nog wat te vroeg. Wel zouden pilotprojecten moeten worden aangewezen.

Op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren is de verwachting gerechtvaardigd dat pps zich niet vanzelf ontwikkelt. Al in 2003 heeft een ruime kamermeerderheid een motie van ondergetekende gesteund, waarin het kabinet wordt verzocht om op korte termijn drie concrete infrastructurele pps-projecten aan te wijzen. Dit is nu gebeurd en dat is positief. Maar het blijft van groot belang om de goede intenties kracht bij te zetten door een structurele pps-projectenstroom op gang te brengen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels