nieuws

De relativerende statisticus

bouwbreed

Het jaarcijferseizoen ligt goed op stoom. Iedereen blij, want dat levert tenminste weer enig houvast op. Gevolg is wel dat allerlei macro-economische grootheden nauwelijks meer aandacht krijgen. Dat is jammer, want die vormen vaak een bron van inspiratie. En mochten ze niet ter leringhe strekken, dan in ieder geval ter vermaeck. Zo kwam de Europese […]

Het jaarcijferseizoen ligt goed op stoom. Iedereen blij, want dat levert tenminste weer enig houvast op. Gevolg is wel dat allerlei macro-economische grootheden nauwelijks meer aandacht krijgen. Dat is jammer, want die vormen vaak een bron van inspiratie. En mochten ze niet ter leringhe strekken, dan in ieder geval ter vermaeck.

Zo kwam de Europese Commissie recentelijk uit met cijfers over het vertrouwen dat de diverse sectoren inclusief consumenten zouden hebben in de economie. Volgens Europa gaat het allemaal weer wat beter. Wie de statistieken nauwkeurig bekijkt, kan ook nauwelijks anders dan constateren dat de meeste lijnen stijgend zijn.

Wie nauwkeuriger kijkt, wordt ietsje minder vrolijk. Neem bijvoorbeeld het industrieel vertrouwen. Zoals alle grafieken zit de diepste dip in het vertrouwen ook hier in het vierde kwartaal van 2001. Vervolgens kruipt de lijn naar boven en naakt voorzichtig de top van medio 2000. Hoera, hoor ik menigeen roepen. Totdat ze zien dat het vertrouwen nog steeds onder nul is. Het langjarig gemiddelde ligt zelfs op min zeven.

Het consumentenvertrouwen geeft een soortgelijk beeld, zij het dat hun dip in het vertrouwen pas in het eerste kwartaal van 2003 viel. Ook hier vervolgens een licht stijgende trend, maar het langjarig gemiddelde ligt onder de min tien. Opvallend hier is dat de nieuw toegetreden landen beduidend optimistischer zijn dan de oude.

Bouwers blijken een buitengemeen pessimistisch volkje te zijn. De vertrouwenslijn is redelijk vlak met een maximale uitslag van 10 procentpunten waar andere sectoren tussen de 20 en 25 zitten. Maar absoluut is er sprake van een depressie met min 20 procent.

De meest optimistische lieden zijn te vinden in de dienstensector. Daar staat tegenover dat ze nogal wisselend van stemming blijken met een relatief verschil tussen toppen en dalen van bijna 40 procentpunt. Maar het is de enige sector die positief is met een langjarig gemiddelde van 18 procent, waar ze overigens nu iets onder zitten. Soortgelijke grafieken kunnen we nu ook verwachten met jaarcijfers.

Weliswaar niet beursgenoteerd maar wel in de topdrie, ingenieursbureau DHV, liet dat als eerste zien. De nietsvermoedende beschouwer ziet ineens stijgingspercentage van bedrijfsresultaat en nettowinst waarvan hij eurotekens in de ogen krijgt. Nadere beschouwingen maken van de euro�s al snel dollars en de interesse is dan uiteraard weg.

Bij de beursgenoteerde bouwers is nu al te voorspellen dat het tegenovergestelde beeld zichtbaar zal zijn. De bedrijven hebben hier ten laste van 2004 voorzieningen genomen voor de boetes die ze moeten betalen. Dat zal echter niet van invloed zijn op de koersen. Alles was al bekend bij de beleggers. Die zijn alleen maar blij dat de zaak nu in een keer kan

worden afgedaan. Tenzij die belegger een relativerende statisticus is. Wat die gaat doen is niet te voorspellen. Want voor zo iemand kan het vriezen of dooien, afhankelijk van hoe hij zijn grafieken houdt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels