nieuws

Binnenlandse winning bouwgrondstof stokt

bouwbreed

den haag – Nederland is in toenemende mate afhankelijk van het buitenland voor beton- en metselzand. De import is in vijf jaar verdubbeld. De binnenlandse winning neemt af en het risico bestaat dat over enkele jaren de winning in Nederland verder stokt omdat twee grote projecten in Gelderland te laat dreigen te starten.

Dit valt op te maken uit het jaarlijkse advies van de commissie taakstelling en flankerend beleid voor de beton- en metselzandvoorziening. De Tweede Kamer praat komende week met staatssecretaris Schultz van Haegen (waterstaat) over het rapport van de commissie, die onder voorzitterschap van oud-staatssecretaris Tommel staat. Tommel volgt in opdracht van Verkeer en Waterstaat hoe de winning van de grondstoffen loopt sinds het Rijk in 2003 heeft besloten zijn sturende rol te laten varen.

In zijn derde rapportage spreekt de commissie-Tommel van een �sterke afhankelijkheid� van import van bouwgrondstoffen uit met name Duitsland. Nu wordt 45 procent van het benodigde beton- en metselzand uit het buitenland gehaald.

Tommel vindt de ontwikkeling op zich niet problematisch. Het buitenland vangt de Nederlandse vraag “moeiteloos” op. “Het is natuurlijk het prettigste als je een flink deel in eigen land kunt winnen, maar het is niet dramatisch. Landsgrenzen hebben nog maar een beperkte betekenis. Olie halen we tenslotte ook uit buitenland.”

Volgens Tommel is de toenemende import het gevolg van de marktwerking. Zelfs als het aanbod uit het buitenland afneemt, hoeft niet te worden gevreesd voor tekorten aan beton- en metselzand, meent hij. Volgens hem zijn er in Nederland nog voldoende alternatieven, zoals de toepassing van fijner zand in beton. Maar met de verdere ontwikkeling van deze alternatieven wordt nog weinig gedaan omdat import goedkoper is.

Tot 2008 hebben Rijk en provincies afspraken gemaakt voor de binnenlandse winning. Uit het rapport valt op te maken dat de commissie grote twijfels heeft of er over enkele jaren wel genoeg in Nederland zelf wordt gewonnen. Dan lopen de grootschalige winningen in Brabant af en is het de bedoeling dat grote winningen in Gelderland de productie overnemen. De commissie vraagt zich af of de twee projecten wel op tijd kunnen beginnen omdat de vergunningen er nog niet zijn en de bezwaar- en beroepsprocedures nog moeten lopen. De commissie acht het daadwerkelijk doorgaan van de projecten van “groot belang” voor de voortgang van de winningen in Nederland en voor de toekomst van de landelijke winners.

In de sector is in 2003 stevig geprotesteerd tegen het besluit van Schultz van Hagen om zich niet langer met de winning te bemoeien. De sector vreesde voor een tekort en prijsstijgingen. Volgens Tommel was die vrees onterecht. “Het is nu helder: er is geen tekort. En als we wat zuiniger omspringen met de bestaande voorraad, door meer fijn zand te gebruiken, kunnen we nog heel lang toe.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels